NIEUWSBLAD VOOR ZEELAND. No. 253. 1906. Maandag 30 Juli 20e Jaargang, CHRISTELIJK- HISTORISCH VERSCHIJNT ZESMAAL PER WEEK Wed. S. J. DE JONGE-VERWEST, te Goes F. P. D'HUIJ, te Middelburg. PRIJS DER ADVERTENTIËN Snippers uit de oude doos. IEDEREN WERKDAG DES AVONDS. Prijs per drie maanden franco p. p1,25. Enkele nummers0,026. UITGAVE DER FIRMA EN VAN van 1—5 regels 40 cent, iedere regel meer 8 cent. Familieberichten van 15 regels 50 cent, iedere regel meer 10 cent. Dr. Kuyper te Maassluis. De Rotterdammer geeft een getrouw en lezenswaardig verslag omtrent bovenge meld bezoek, aan welk verslag wy 't vol gende ontleenen Maassluis heeft Donderdag bezoek gehad van een zijner grootste zonen. Geen wonder dat het oude stadje een feestelijk aanzien had. Van den toren der Gereformeerde kerk en vele der kleine huisjes aan de vlieten en nauwe straatjes wapperde, reeds lang vóór de aankomst van den gevierden bezoeker, vroolijk de Hol- landsche driekleur. En'alom heerschte een buitengewone drukte, want uit de omlig gende plaatsen waren er velen gekomen om den oud-minister te zien èn te hooren. Te 11,35 arriveerde de trein. Op het station was tot ontvangst aan wezig de commissie uit het bestuur der „Dr. A. Kuypersohool". Nadat Dr. Kuyper, vergezeld van zijne beide dochters, was uitgestapt, werden zij aangenoemdeheeren voorgesteld en werd plaats genomen in de gereedstaande vigilantes, waarmede, onder herhaaldelijk hoerageroep van het publiek, dat zich wel grootendeels aan het station verzameld had, doch ook op verscheidene andere plaatsen zich had opgesteld, gereden naar het zoogenaamde domineeshuis aan den Zuidvliet. Het eenvoudige, er eenigszins ouder- wetsch uitziend, huis is tegenwoordig inge richt voor woning van zes gezinnen. Echter wonen er thans slechts vier. Ter gelegenheid van dit gansch bijzon dere bezoek was de bovenkamer, waarin Dr. Kuyper het eerste levenslicht heeft aanschouwd, zooveel mogelijk in overeen stemming gebracht met den tijd waarin dit feit plaats vond. Voor de bedstede waren donker-groene gordijnen gehangen. Op de tafel stond een rek met lange pijpen en een mahoniehouten tabaksdoos, alsmede een ouderwetsch ser vies. De wanden waren behangen met een paar muurborden en een deftige Friesche hangklok, terwijl ook in het vertrek nog een oude latafel stond. In deze kamer werd Dr. Kuyper door den voorzitter van het schoolbestuur toege- 119 rSUïtLETO». doob SCALDIS. De vluchtbergen in Zeeland. III. Onze schreden richtende naar Z. Beveland willen wij eerst het oude Wolf aartsdijk een bezoek brengen. Het voormalige eiland van dien naam is vsn hoogen ouderdom, dit blijkt hieruit dat er reeds ten jare 800 in oorkonden van ver meld wordt. Toen het eiland nog geheel uit schor- grond bestond, werd het eerst de plaats van ket tegenwoordige dorp voor vaste woon plaats geschikt geoordeeld en mensohen uit Walcheren bouwden er een berg en daarby eene hoeve. l-*626 berg heeft mede zyn tyd gehad en J3 geheel verdwenen. Er bestaat nog een overblijfsel van op de vroeger z. g. n. tol- of torenweide, thans een perceel bouwland in den Papenhoek, bewesten de kerk van het dorp. Toen van dezen berg die wel aan- geteekend ie op de topografische kaart maar üiet bij Hatiinga in Aug. 1844, hij was toen ongeveer 9 M. hoog, aan de O.-zijde oyna de helft werd afgegraven, bevond men dat de grond er van bestond uit kleiaarde, of leem, derrie, zand met schelpen enz., in het bovendeel doormengd met zware brokken kwarts, zandsteen, kalksteen en kryt en voorts beenderen van dieren, rams- hoornen, mosselschelpen euz. Bij dat afgraven in de noordelijke helft, byna m het midden en 1.60 M. beneden "eni top, vond men, als iets opmerkelijks, een vloer in kalk, van slecht gebakken fsm 2» roodachtige Stopp^ )ang 25, sproken met een hartelyk welkomstwoord. Dr. Kuyper dankte bewogen, en zeide, dat., wat hij op dit oogenblik, nu hij na ruim 60 jaren deze plek weer betrad, gevoelde, hem voor omschrijving te machtig was. „Dit oogenblik", zeide hij, „zal mij niet licht uit het geheugen gaan". Alsnu werden voorgesteld onder meer de hoofden der beide Chr. scholen van Maas sluis de heeren C. Lievense en A. Kuyper Boone. Dr. Kuyper bracht in zijn geboortehuis ruim een uur door. Uil het antieke servies werd kofiie gedronken en de tijd onder gezelligen kout doorgebracht. De bewoners van het domineeshuis werden door de dames Kuyper op wijn en gebak onthaald. Allen kregen ook een bezoek van dr. Kuyper. In het «geboorte ver trek" waren aardige oogenblikken. Een der bestuurders, als gemeentebode gekleed, haalde uit de latafel eenige oude papieren. Hierbij was het doopboek der Ned. Herv. Kerk, waarvan het origineel thans bij de Geref. Kerk B. berust. Met nauwkeurigheid nam dr. Kuy per notitie hiervan. Langen tijd bleef hij alle gegevens zoeken, die op hem en zijne familie betrekking hebben. Ook werd door den «gemeentebode" voorgelezen de ge boorte-acte van den gevierden gast. Dit laatste stuk werd hem aangeboden en, evenals twee oude platen, gezichten op Maassluis, dankbaar aanvaard. Op zijn verzoek werden dr. Kuyper ook toegezegd de geboorte-acten zijner zusters. Na het domineeshuis werd bezocht de Visscherijschool van Maassluis, aan het Hoofd. Hier werd dr. Kuyper ontvangen door het bestuur, en hield de voorzitter, de heer Dirkzwager, een toespraak, waarin hij dr. Kuyper in kennis stelde met de gun stige resultaten, die reeds door de school waren bereikt, waarvan een groot aantal uitgereikte eind-diploma's getuigenis gaven. Een aangename taak was het hem hierbij te kunnen voegen, dat vooral de Rijks subsidie, die door het ministerie-Kuyper voor deze school verkregen was, door Provinciale en Gemeentelijke subsidie was breed 12 en dik 7 c.M. De vloer was juist 3 M. lang èn breed, en had de zijden precies naar de hoofdstreken gericht. Aan de N. zijde was een kolk of vierkante put van 25 c.M. lengte en breedte, waarin nog een weinig zwarte aseh lag, en in de nabijheid vond men stukken houtskool, mitsgaders een stuk van een' ijzeren priem, hetwelk, ofsclfbon vanwege den roest bijna onkenbaar geworden, door oudheidkenners evenwel gehouden werd voor het overblijf sel van een gereedschap, waarvan de Fran kische vellenbewerkers, schoen- of kleer makers zich weleer bedienden. De steenen zagen er uit, alsof zij nooit aan de lucht waren blootgesteld geweest, Op gelijke hoogte liep aan de Z. zijde eene vrij dikke schelplaag. Ongeveer 3 M. lager werd aan dien kant ook eenig metselwerk ontdekt, doch van harder gebakken gele steenen,enkele geheel verglaasd, lang 27, breed 13 en dik 6 c.M. op een' van welke eenig ruw cijfer was ingedrukt naar XV of XXX gelijkende. De potscherven, van welke er een aantal gevonden werden, waren gedeeltelijk van tamelijk fijne rood- gebakken aarde met eenig gering verglaas» sel op enkele punten, en gedeeltelijk van grauwe aarde, van buiten glad bewerkt en zwart gekleurd, maar niet verglaasd of versiert. Voorts kwam daar ook nog te voorschijn een Germaansche werpbal of slingersteen, zooals er velen te Katwijkbij gelegenheid van het verruimen van het nieuwe uifwateringskanaal aldaar gevonden zijn, alsmede een fragment van een eenigs zins misvormt geelachtig bruin schaaltje of kommetje. Later, in 1878 is hij geheel afgegraven, onder opzioht van zekeren Turkotv, kastelein van den heer van den Bosch. Deze laatste slechtingleverde njets opde grond is ge- gevolgd, waardoor men thans, al moest men zuinig zijn, in staat is de begrootiag sluitend te maken. Dr. Kuyper antwoordde, dat hij bijzon dere sympathie gevoelt voor het visschers- bedrijf, en dus ook voor deze school. Hij zeide, te hopen, dat de uitbreiding der subsidie ook tot gevolg zou hebben uit breiding van een onderwijs als dit. Bij de bezichtiging der lokalen kon hij echter niet nalaten zijn teleurstelling uit te druk ken. Hij ried het bestuur aan eens te gaan zien hoe de Duitsche Visscherijscholen zijn. «Daar", zeide hij, «pakt men de zaak de gelijk aan." Hij hoopte dat deze school naar het degelijke en intensieve voorbeeld der Duitsche scholen zou worden ingerioht. Na het verlaten der visscherijschool begat zich de stoet naar de woning van den heer A. Prins, alwaar de luneh werd gebruikt. Te 2.40 uur werd het offioieele bezoek voortgezet. Thans was de eerste rit naar de nieuwe school met den Bijbel, hoofd de heer A. Kuyper-Boone, die 28 Maart jl. in gebruik genomen was. Deze twee verdiepingen hooge school is uitnemend ingericht. Zij bevat ruime frissche gangen en lokalen, waarin ruim 500 leerlingen plaats vinden. Aan haar zijn verbonden behalve het hoofd, 8 onder wijzers en 4 onderwijzeressen. De school is voor 't geven van gewoon lager onder wijs bestemd. Terloops zij opgemerkt, dat de andere Christelijke school van Maas sluis eene voor meer uitgebreid ls.ger onder wijs is, als hoofd heeft den heer C. Lie vense, en een 200-tal leerlingen telt. In het eerste lokaal, dat dr. Kuyper betrad, sprak hem de heer Kuyper-Boone met een kort woord toe. Na gezegd te hebben, dat zijn bezoek aan deze school wel boven aller verwachting was geweest, sprak hij de hoop uit, dat hij nog lang voor Nederland moge worden gespaard en dat hij het werk, dat hij eenmaal voor ons land en volk was aangevangen, mocht voleindigen. Een der leerlingen bood dr. Kuyper voor hij uit het lokaal ging een bloemruiker bruikt om den Tol- of Torenvijver te vullen. Ons naar het zuiden begevende komen wij te Borsele. Hoe oud dit vroe gere eiland ook zij, er is nooit iets ge vonden dat aan den Romeinschen tijd her innert, de bergtijd is dan ook hier het begin geweest van bewoning. De nog aan wezig zijnde vliedberg, die dan misschien 13 eeuwen lang van zooveel lief en leed de stille getuige geweest is, ligt in de dus genaamde «Bergwei" de berg is nog on geveer 10 M. hoogafgegraven is hij in de laatste jaren niet en het is niet bekend, dat men er ooit iets bijzonders heeft ge- venden, Dresselhuis noemde hem de berg van Troje". Hij is in plaat te zien in den atlas van Tirion. Mede in Borsele, te Coudorpe, bestond in 't laatst der vorige eeuw nog een berg, eigendom van den Notaris van der Kloes. Deze schreef dat men bij het spitten niets gevonden heeft dan keien en harde klei, die in het Museum te M'burg bewaard worden met andere producten uit de vlied bergen. Te Oudelande is er eene hofstede die in 1891 aan den kort te voren over leden burgem. had toebehoord, deze hoeve heet «de Berg" en is, volgens dhr. A. Lous aldaar, zeker een vliedberg geweest. Het door ons indertijd bezochte kasteel te Baarland had bok zijn berg, die vrij hoog was. Men heeft hem later gebruikt voor lustberg in den tuin, zooals uit Smal- legange's platen schijnt te blijken. Een andermaal wordt hij met een staak afgebeeld en dus is het wel vermoedelijk dat men hem ook gebruikt heeft voor het in Zeeland, maar vooral rondom Goeszoo gebruikelijke gaaischieten. Men weet niet dat er ooit iels is ge vonden. In het vroeger door ons genoemde Italiaansehe plaatwerk van Sajeler^ uit-. aan, die vriendelijk werd aanvaard. Door alle 12 lokalen werd nu een wan deling gemaakt en met alle onderwijzers en onderwijzeressen even eenige woorden en handdrukken gewisseld. In één der laatste lokalen werd dr. Kuyper een foto grafie van het schoolgebouw in lijst vereerd. Het schoolgebouw werd nu verlaten en gewandeld naar het terrein, naast de school gelegen, alwaar dr. Kuyper een rede zou houden in het belang van het Christelijk onderwijs. Een groote massa mensehen (wel 2000 had zich hier om een hoog getimmerd podium opeengedrongen, die den spreker begroette met een spontaan en krachtig Dat 's Heeren zegen op u daal" Daarna ving Dr. Kuyper, die het podium inmiddels beklommen had, aan te spreken. Hij begon met te zeggen dat hij hoogelijk vereerd was nu in zijn geboorteplaats zulk een prachtige Christelijke School naar zijn naam was genoemd. Vooral omdat dit geschiedde in zijn geboorteplaats. Want de gedachte aan zijn geboorte, waarbij hij des morgens in zijn geboortehuis zoo zeer was bepaald, brengt bij hem altijd zulke bijzondere gewaarwordingen teweeg. Bij hem brengt de gedachte aan zijn geboorte immer ontroering. Als men jarig is, denkt men in den regel aan alles en nog wat, maar hoe weinig menschen denken dan om het uur van hunne geboorte We leven te oppervlakkig. Precies zoo als een eeuw geleden. In een mooi gezang heet het: Gij hebt, o albestierend' Koning De plaats bestemd van ieders woning, Den kring waarin hij werken moet, Dit is alles heel mooi, maar als we Gods Woord opslaan, lezen we nog wel wat anders. Dan zingt David: Gij hebt mijn gansch gestel doorgrond, Zelfs vóór mijn eersten levensstond. Ik ben verbazend voortgebracht. Op 't nagaan van Uw wond're macht, Sla ik verrukt het oog naar boven 'k Zal U, mijn Schepper, altoos loven. Ja, juist onze Schepper is het aan wien we bij onze geboorte moeten denken. En gegeven in 1606, waarin het kasteel Hel- lenburg voorkomt, heeft ook deze berg de eer genoten daarin le worden afgebeeld. Ook a-Heer Arendskerke heeft nog zijn bergvolgens de tabel van 1834 werd hij geschat op 13 M. hoogtealsmede Baars- dorp. op welken heuvel indertijd een duiventil stond. Hij ligt rechts van den weg als men van 's-H. Arendskerke komt. Van den St. Maartenweg bij de Groe, loopt een andere weg naar dien van Baarsdorp, met de benaming van «Berg weg". De berg van dezen weg gelegen en door Hattinga afgebeeld, is nog ongeveer 7 M. hoog. Gaan wij van Goes naar 's-Gravenpolder, dan zien wij halverwege eene uitspanning. Evenals wij bij Veere, bij het «huisje ten halve" een berg vonden, ontmoeten wij er ook hier een. Het overschot ligt op de erf van het huis, en men klimt hem op met een trap. De berg is veel afgespit, maar is nog niet geheel verdwenen. Dresselhuis meent, dat de kerk te Wemel- dinge op een vliedberg is gebouwd, in welk geval aldaar drie bergen bijeen zouden hebben gelegen. Z.waarts van de kerk ligt nog één der heuvels, circa 10 M. hoog, en volgens schatting van den zoon van den eigenaar A. Wabeke, kerkvoogd te Wemeldinge, die hem meermalen, en zelfs diep heeft afgespit, moest hij in 1897 nog een inhoud hebben van ongeveer 9600 M3. Hij was toen met vruohtboomen beplant bij het afspitten vond men, en altoos aan de oppervlakte, asch en kolen, niets bij zonders vond men uit den ouden tijd. Alleen werd gevonden een gouden ring, zonder eenig snijwerk, en van binnen even bol als van buiten, de middelijn was l'/jo.M. Deze ring zal wel jonger zijn dan de berg Op Jiet eiland Tholeni richten wij onze menschen die wel dieper dan gewoon in de verschillende zaken doordringen, zijn dan ook meer dan anderen met het uur hunner geboorte bezig en met het Gods- bestel daaromtrent. Bij de geboorte toeh krijgt de mensch zijn aanleg en zijn inborst mede en wordt het op een klein beetje na uitgemaakt wat hij in de wereld wezen zal. En mogen later de onderwijzers en medemenschen als middelen in Gods hand moeten dienen om veel aan ons te bescha ven, bij de geboorte zelve is het alleen onze Schepper, die ons het leven geeft en den kiem legt van alles wat we eenmaal zijn zullen. Hier in Maassluis heb ik dus alles ge kregen wat ik nu ben. Hier is de grond gelegd van mijn wezen, aanleg en inborst. Tusschen mij en Maassluis ligt daarom een band die niet kan verbroken worden, de band der geboorte. Of ik dan aan Maasluis als stad zooveel te danken heb Zeker, 't Is mij of Maas sluis mij iets heel bijzonders meegegeven heeft en dat is de neiging van mijn hart om de zee in te gaan. De neiging heb ik hier in Maassluis ge kregen en nèg houd ik veel van de zee. In Middelburg kwam die neiging eerst goed lot openbaring. In mijn schooljaren lééfde ik in het zien van schepen en scheepstuig en 's avonds was niets mij liever dan bij de kapiteins van een of anderen Engelschen kolenbrik te zitten praten over de zee en het varen. Ik móest en ik zóu koopvaardijschipper worden, 't Was zelfs al klaargemaakt, dat ik naar Amsterdam zou gaan om in de kweek school voor de zeevaart te worden opgeleid. Hoe kwam het nu dat ik niet naar zee ging en in de theologie ben gaan studeeren Dat is de schuld van mijn drie zusteTS, waarvan er thans nog twee leven. 't Is mij hier net gegaan als mijn vader, die in zijn jonge jaren in Amsterdam op een kantoor was. Toen kwam daar een Engelsche dominee als zendeling onder de Joden, die een aantal Engelsche traktaatjes in 'tHollandsch vertaald wilde hebben, welk werk mijn vader te doen kreeg en dat hij zóó goed deed, dat deze dominee schreden eerst naar Scherpenisse. Den meest westelijken hoek dezer heerlijkheid houdt de Heer Hollestelle voor het oudste deel. In het Zuiden lag eertijds een dorp, Westkerke. Men heeft herinnering aan drie bergen in deze streek. Het dorp Scherpe nisse lag dicht bij een van dezehet be vindt zich Z.-O. van het latere dorp en is in 't laatst der vorige eeuw geslecht het tweede, zuidelijke, was aan den oever der Schelde gelegen; ook deze is verdwenen. De derde bestaat nog en ligt midden in de vroegere heerlijkheid Westkerke, op een halfuur afstand van Scherpenisse aan den weg naar Gorishoek. In de tabel van 1884 wordt de berg opgegeven als reeds eenigszins afgegraven. Niet in de «weihoeken" maar in het oudere deel van Poortvliet vindt men nog sporen uit den bergtijd. Vlak bij het dorp, teekende Hattinga een vliedberg af; de tabel gaf hem eene hoogte van 5 M„ doch de genneesheer Van Rijssel aldaar, die hem goed heeft gekend, schreef aan dr. De Man dat hij hem wel 10 M. hoog schatte aan den voet met eene middellijn van 150 M. In den winter van 1853 op'54, toen de commissie tot weriDg der armoede, die reeds in 1846 bij het uitbreken der aardappel ziekte was opgericht, naar werk moest zoeken, was het lot van dit overoud monument beslist. De berg werd geheel afgegraven zonder iets bijzonders op te leveren. Dat hij groot was blijkt uit het feit, dat een ploeg van 30 man zes weken noodig had den heuvel te slechten. De afgraver die in 1891 nog ondervraagd werd had niets gevonden dan vele konijnenge- raamten. Uit het feit, dat zij ook midden in den berg lagen, mag men opmaken, dat zij hie? leefden voordat men den berg niaftkt§, ($lQt vglfity

Krantenbank Zeeland

De Zeeuw. Christelijk-historisch nieuwsblad voor Zeeland | 1906 | | pagina 1