1 Medvedjev maakte boek over Solzjenitsyn „OVER INSECTENPLAAG WEINIG TE ZEGGEN" GROTE OPSCHUDDING IN EEN KLEIN KONINKRIJK DIEVEN IN HET HUISJE VAN JENNY EN KAREL Goelag Archipel circuleert al in Sovjet-Unie RUSSISCHE BIOLOOG SCHREEF BIOGRAFIE UIT ERKENTELIJKHEID Solzjenitsyn - vertaler Mons Weijers: Raad voor deze zomer: spuiten is altijd vergif kleine stem De bouw Vertalen VERGELIJKEN Woensdag 20 maart 1974 zeEko,?dtnehPtS T ,i?ein la,uJje- In het lan<«e «oonde maar 4000 mensen, maar htJi -I! i Jiet..allel\iaa] &oed met elkaar vinden en daar gaat het om. De koning werkte heel m,™ k' m'J" (mck'i'danen "aar de zin te maken. Eens in de maand riep hij de raad van wijze mannen bij elkaar en dan vertelde de koning wat hij allemaal van plan was. De wijze mannen luisterden dan heel aandachtig, behalve één heel oude en héél wijze man met zilvergrijs haar en een hele lange baard. Die sliep altijd. Hij hoefde ook niet te luieren LThy w^ Xs Als er een onderwerp be sproken was hief de koning zijn voorzittershamer omhoog. De oude man met het grijze haar en de lange baard werd even wakker gemaakt en alle wijze mannen knikten ja ten teken dat ze het ermee eens waren. En als ze 's avonds thuis kwamen vertelden ze hun vrouw wat ze allemaal besloten hadden. Op een keer kwam er een groepje jonge mensen uit het land bij de koning. „Koning", zeiden ze, „nou moet u eens luisteren. In de raad van wijze mannen zitten alleen maar ou de wijze mannen. Wij willen er ook graag een paar jonge ren bij hebben. De koning voelde er eigenlijk niet zo veel voor, want het was altijd al zo goed gegaan. Maar hij vond toch dat hij moeilijk nee kon zeggen. Toen de raad van wijze mannen weer bij elkaar kwam, waren er ook twee jon geren bij. Ze troffen het, want de koning had juist iets bij zonders te vertellen. De ko ning was van plan om een hele mooie fabriek in het land te bouwen die héél erg groot zou worden. De grootste fa briek van de hele wereld. Alle koningen uit de andere landen zouden er jaloers op zijn. De wijze mannen vonden het een prachtig plan en ze knikten al ja voordat de koning zijn voorzittershamer omhoog had- geheven. Toen gebeurde er iets heel onverwachts. De jongere leden van de raad begonnen te pro testeren en zeiden: „Wij wil len helemaal geen fabriek, want we hebben gehoord dat er stinkende rook uit de schoorsteen zal komen en dat het water van de rivier vies wordt door de fabriek. De koning schrok eerst en werd toen erg boos. Maar de jongere leden bleven protesteren. De wijze mannen wisten niet hoe ze het hadden en één deed er in zijn broek van angst. De man met de grijze haren en de lange baard werd uit zichzelf wakker en begon meteen ja te knikken. Toen hief de koning de ha mer omhoog, de anderen knik ten ook ja en de discussie was beëindigd. Er werd begonnen met de bouw van de fabriek. Het werd een hele mooie en het was de grootste van de hele wereld. De koningen van de andere landen waren erg ja loers, maar dat lieten ze na tuurlijk niet merken. Toen de fabriek klaar was, •was het groot feest in het land. De koning knipte met een hegschaar een heel groot lint door en toen was de fa briek geopend. Maar toen de fabriek begon te draaien kwam er vieze blauwe rook uit de schoorsteen. De mensen werden ziek van de stank. En het water in de rivier werd heel erg vies en als de koeien water uit de sloot dronken gingen ze dood. De mensen liepen naar de koning en zeiden: „Koning, kom eens kijken wat een vie zigheid er uit de fabriek komt. Maar de koning zei: „De fa briek blijft er staan, wamt de raad van wijze mannen heeft het zo beslist". Toen werden de mensen pas goed boos en riepen: „Weg met de wijze mannen". Daar schrok de ko ning erg van en hij zei: „Wat hebben jullie tegen de wijze mannen? Ze doen toch niks?" „Dat is 't 'm juist", zeiden de mensen, „ze moeten wel iets doen. Weg met de wijze man nen!" Toen moest de koning wel toegeven en toen de raad weer bij elkaar kwam zaten er alleen maar jongeren in. Ze overlegden met de koning wat er allemaal moest gebeuren en de koning vond het eigenlijk best fijn, want hij hoefde niet meer alles alleen te doen. Dat kwam goed uit, want hij werd al een dagje ouder. De fabriek werd gesloopt en iedereen was weer tevreden. En zo leefden de mensen in het kleine land je nog lang en gelukkig. J. de Glas, Waspik. I Jongens en meisjes, die een tekening, verhaal, gedicht of puzzel hebben gemaakt, die ze in De Kleine Stem willen laten zetten kunnen hun werkstuk sturen naar De Kleine Stem, Reigerstraat 16, Breda. eindredactie rieja van aart. ■&ZS-& Jongens en meisjes, die een tovenaar willen maken kunnen de tekening, die hier boven staat, uitknippen en kleuren. Het enige wat dan nog moet worden gedaan is het vastplakken van de lijm- kant. Op de twee kleine tekeningetjes is te zien, hoe de tovenaar er dan uitziet. Degenen, die een grotere tovenaar willen moeten de tovenaar in het groot natekenen en daarna uitknippen. In een leuk huisje in het bos woonde een gezin. Een moeder, een vader, twee kinderen, een meisje en een jongen. Het meisje heette Jenny en het jongetje Karei. Het was een tweeling. Ze waren allebei 10 jaar. Ze speelden altijd met elkaar omdat er in het bos geen andere mensen woonden. Een dag in de week, op zaterdag, moesten zij met moeder en vader naar de stad om inkopen te doen. De kinderen konden niet naar school, want in het dorp was geen school. Het was zaterdag en het was mooi weer. Jenny en Ka- rel wilden gaan spelen, maar ze moesten mee naar de stad om inkopen te doen. Ze moes ten zich eerst mooi aankleden en toen gingen ze weg. Moe der zei tegen de kinderen: „Als jullie weer gaan zeuren als vorige week, dan krijgen jullie een pak slaag". Want vorige week hadden ze zo ge zeurd om snoep. Ze kregen niet veel snoep omdat het niet goed was voor de tanden. Ze waren in het dorp aangeko men en gingen gauw naar de winkel. Moeder riep op wat ze moesten hebben en de kinde ren pakten het. Ondertussen waren in het bos twee mannen aangekomen. Die waren pas uit de gevange nis ontsnapt. Ze wisten dat in het bos een huisje stond. De baas, Kroekoepes, zei tegen de andere, Anbalus: „Opschieten, straks komen de mensen terug en als we niet opschieten zien ze ons nog". De deur in het huis was op slot, maar dat was voor hen geen probleem. Ze hadden gereedschap bij zich en ze kregen het na een tijdje open. Ze liepen naar binnen en hoorden een hond blaffen, die op hen afliep. Maar Kroekoe pes had een mes bij zich en stak de hond in zijn rug. Ze gingen gauw de huiskamer in en pakten alle schilderijen en waardevolle dingen en gingen het huis uit. Ze lieten de deur gewoon open staan. Ondertussen in het winkel tje was de familie aan het afrekenen. Ze betaalden en gingen weer naar huis. Ze de den er altijd een kwartier over. Toen ze bij het huis kwamen zagen ze de deur open staan. Ze dachten: „Hoe kan dat nou?" Ze liepen gauw naar binnen en zagen de hond liggen. Moeder riep: „Jenny en Karei, ga gauw een veearts halen, en toen ze binnen in de huiskamer kwamen riep ma nog na: „Ook een politiea gent". Dat hadden ze gelukkig nog gehoord. Na een tijdje kwamen ze terug met een veearts en een politieagent. De politieagent maakte foto's en ook van de dingen, die de boeven hadden aangeraakt. Ze namen die dingen ook voor zichtig mee. De veearts zei tegen de familie dat de hond nog wel beter zou worden als ze hem goed zouden verzor gen. De twee dieven waren naar een hut in het bos gegaan. Daar zouden ze hen zeker niet kunnen vinden. Ze lagen nu te slapen. Jenny en Karei gingen de dieven zoeken. De politiea gent nam een hond mee. Die had al gauw het spoor gevon den. Ze vonden de hut ook gauw. De boeven schrokken ook en riepen, help, help. Maar ze werden stevig vastgepakt en mee naar het dorp genomen. Ze hebben hun leven lang in de gevangenis gezeten en zijn nooit meer ontsnapt. Joke Herreijgers, Steenbergen, 12 jaar. 0 Jan en Anca Vermunt uit Wagenberg stuurden ons twee leuke tekeningen. We vonden ze alle 0 Nicole van Waes is acht jaar en woont in Heikant. Zij maakte twee even goed, maar we konden er maar een plaatsen en kozen de tekening „Smiledorp" van de een tekening voor Pasen. 11-jarige Anca omdat die gemakkelijker kon worden afgedrukt. (Van onze correspondent) BONN Het aantal intellec tuelen in de Sovjet-Unie, dat zich tegen het regime in Mos kou verzet, is zo groot gewor den, dat de censuur het niet meer onder controle kan hou den. Dit verklaarde de Russi sche bioloog Sjores Medvedjev toen hij in Darmstadt de Duit se uitgave van zijn biografie over Alexander Solzjenitsyn ten doop hield. Het 221 pagina's tellende werk, dat bij de uitgeverij Luchterhand verschenen is en 18 mark kost, is volgens Med vedjev de eerste authentieke biografie van een Sowjetrussi- sche auteur over Solzjenitsyn. De bioloog sprak ook de ver zekering uit, dat er slechts weinig, zwakke Stalinistische groepen im de Sovje-tUnie zijn en dat deze bovendien zullen uitsterven. Desondanks vreest hij, dat de druk van de censuur sterker zal worden. Wegens het snel gestegen aan tal dissidenten kan deze ech ter niet meer efficiënt zijn en dit vooral ook omdat hun me thoden steeds subtieler wor den. Ook het belang van de econo mie duldt volgens Medvedjev geen hardhandig ingrijpen van de justitie meer. Hier ligt de achtergrond van de oorzaak, dat er zich onder de jongeren slechts weinig verzetstrijders bevinden. Pas wanneer zij naam gemaakt hebben en voor de technologie onmisbaar ge worden zijn, verheffen zij hun stem tegen het régime. Dergelijke figuren worden daarom amper nog ontslagen en ontspringen de dans meest al met geringe sancties. Ster ke meningsverschillen onder de dissidenten hebben volgens Medvedjev geen enkele af breuk gedaan aan hun onder linge solidariteit. Hoewel hij in tegenstelling tot Solzjenitsyn marxist gebleven is, schreef hij zijn biografie uit erkente lijkheid voor de Nobelprijs winnaar, omdat deze het in 1964 voor hem opgenomen had toen Medvedjev zelf aan ver volgingen blootstond. Het gemeenschappelijke front van de dissidenten blijkt ook wel hieruit, dat welgestelde geleerden ondanks veelal diepgaande meningsverschillen in nood geraakte schrijvers fi nanciële hulp verlenen. Medvedjev deed ook een be roep op de regeringen in het westen goede betrekkingen met de Sovjet-Unie te onder houden, omdat het regime in het Kremlin zich dan gematig der tegenover de verzetstrij ders gedraagt. Dit vloeit voort uit de grote sensibiliteit van de machthebbers voor de pu blieke opinie in de wereld. De schrijvers en journalisten riep Medvedjex daarentegen op hun stem voor de onderdruk ten in de Sovjet-Unie te blij ven verheffen. De bioloog, die in 1973 voor één jaar naar Engeland mocht, maar daar te horen kreeg, dat hij in zijn land niet meer ge wenst werd, ziet de toekomst ondanks alle moeilijkheden van het moment met optimis me tegemoet. Als zijn geloof, maar niet als zijn overtuiging, sprak hij het uit, dat Solzje nitsyn over enkele jaren zijn werk in de Sovjet-Unie vrij kan laten verschijnen. Uitgever Luchterhand deelde tenslotte nog mee, dat er deze maand een brochure van 64 pagina's van Solzjenitsyn zal verschijnen, waarin de Russi sche schrijver een gedetail leerde verantwoording aflegt van zijn politieke opvattingen. (Van onze kunstredactie) AMSTERDAM „Er is een ommekeer gekomen in de Sov jet campagne, die tegen Sol zjenitsyn wordt gevoerd. Zo juist heb ik uit Rusland de Literatoernaja Gzzeta gekre gen, waarin Jakovlev twee vol le pagina's besteedt om Solzje nitsyn te veroordelen. Al zijn zijn boeken taboe, hij wordt niet meer doodgezwegen. Ja kovlev recenseert Goelag Ar chipel en het merkwaardige is, dat hij citeert uit deel 5 en 6. In Parijs zijn tot nu toe pas twee delen verschenen en in Nederland komt in april pas het eerste deel uit in een vertaling van Dik Peet". Dat zegt Mons Weijers, de vertaler van Solzjenitsyns boeken: „Een kaars in de wind" en „De Kamphoer en de simpele ziel". Hij is ervan overtuigd dat het boek Goelag Archipel al integraal in Rus land circuleert, en niet alleen op de partijbureaus. „Waar het in die kritiek in de Literatoernaja Gazeta om gaait is, dat Solzjenitsyn wordt verweten, dat hij de aard van het socialisme ziet als de oorzaak van de Stalin- terreur en de vervolging van onschuldiigen niet beschouwt als een afwijking van de norm", vertelt Mons Weijers. „Het negatieve oordeel van A. SOLZJENITSYN. Solzjenitsyn over het sovjet systeem heeft natuurlijk niets te maken met persoonlijke rancunes, ook al wordt dit zelfs in de Westerse pers ge zegd. Ook wordt hij in dit Russi sche tijdschrift nog afgeschil derd als een voorstander van de technooratie; dat wil zeg gen dat Solzjenitsyn graag een regering zou willen zien, die bestaat uit specialisten in de bèta-vakken. Deze bewering wordt dan gestaafd met be hulp van uit hun verband ge rukte citaten uit „Augustus Veertien" en „Goelag Archi pel". „Erg kwalijk natuurlijk", aldus Weijens. Wat dan wèl zijn politieke visie is, kun je goed lezen in The Observer van 3 maart j.l. Solzjenitsyn pleit daarin voor het overboord gooien van de marxistische-leninistische vi sie door de Sovjet-leiders. De toekomst van Rusland ziet hij in de ontwikkeling van het nog ongerepte noord-oosten, waar maar 128.000 mensen wo nen. Als dan bovendien de Abeidersraden nog een reële macht zouden krijgen, dan wias er al veel gewonnen* meent hij. Je begrijpt, dat dit artikel van Solzjenitsyn nooit in Rusland gepubliceerd zou worden. „Solzjenitsyn is in het verle den doodgezwegen in zijn ei gen land. De campagne tegen hem bestaat nu uit ingezonden brieven, waarin zijn boeken werden veroordeeld en de te vredenheid over zijn verban ning werd uitgesproken. Maar één ding heeft hij alvast be reikt met de publikatie van Goelag Archipel: doordat de titel van het boek herhaalde lijk wordt genoemd, komen de jongeren die de Stalin-tijd niet hebben meegemaakt, te weten, dat er zoiets als een Goelag (is dienst, die de kam pen beheert) en een archipel van kampen bestond", meent Mons Weijers. „De mensen verkijken zich snel op de problemen waar je als vertaler mee te maken krijgt. Bij „De kamphoer en de simpele ziel" bijvoorbeeld, zat ik met speciale kampuit- drukkingein, die alleen door gevangenen worden gebruikt", verduidelijkt hij. „Vertalen is niet alleein een Russische ziin overbrengen in goed Neder lands. Je kunt je dan mis schien niet de omstandigheden van gevangenen indenken, maar je moet toch proberen de gevoelens van de figuren in die kampen judst te beschrij ven. Solzjenitsyn maakte het me nog moeilijker door zijn gebruik van elliptische zinnen. Tot op heden heb ik het geluk gehad direct uit het Russisch te kunnen vertalen; zij het, dat ik er steeds de Engelse vertaling naast had liggen. De roman „Kankerpaviljoen" is vanuit het Duits in het Nederlands ver taald en dat geeft natuurlijk ex tra problemen. Maar goed, de betaling is nu een stuk beter geworden. Anderhalve cent per woord. En je kunt in aanmer king komen voor een aanvul lende toelage van crm. Op het ogenblik vertaal ik niets, om dat ik over enkele maanden wil afstuderen in de Slavische talen", vertelt Mons Weijers. „Nog steeds wordt het vak van vertalen onderschat. Van het vertalen alleen kun je niet leven; tenzij je drie dikke pil len per jaar zou aanpakken, maar dat is onbegonnen werk". „Om terug te komen op Solzjenitsyn: je weet dat „Eén dag van Iwan Denisowitsj" (1962) juichende kritieken kreeg in de Russische pers. Dat was even anders met „Kankerpaviljoen", dat niet door de censuur kwam. Echt verbruit heeft hij het in 1967 met zijn Open Brief aan het vierde Schrijverscongres. Sindsdien is er geen enkel werk meer van hem in het Russisch gedrukt. Wel circu leert er ondergronds een aan tal manuscripten in een oplage van toch nog enkele honder duizenden. Nu circuleert Goelag Archipel uiteraard, waarin in zeven delen de ont wikkelingen in Rusland vanaf 1916 tot heden worden be schreven". JOHAN DIEPSTRATEN (Van een onzer verslaggevers) Profetieën ten spijt, is er geen enkele reden om aan te nemen dat we door de superzachte winter een zomer vol insecten krij gen. Dit is de mening van ir. A. J. Ophof, inspecteur volksge zondheid algemene dienst belast met ongediertebestrijding. Hij is ingedeeld bij de Hoofdinspectie Milieuhygiëne. „Er is niets met zekerheid te zeggen. Er zijn 1001 factoren die invloed uitoefenen. De die ren binnenshuis trekken zich van het weer weinig aan. En de dieren buitenshuis zijn af hankelijk van de voorgeschie denis. Heb je een koude, natte zomer gehad, dan hebben de dieren die buiten leven, niet zo'n best jaar achter de rug. Die zijn tegen de winter op hun minimum en in het voor jaar op hun uiterste minimum. Het aantal dieren waarmee de zomer aanvangt is afhankelijk van het verloop van het vorig jaar, de winter en het voor jaar." Een strenge, droge winter met voortdurende vorst is volgens ir. Ophof in het algemeen minder gevaarlijk voor insec ten dan een minder koude winter. Het op- en neergaan van het weer, vochtige warme dagen afgewisseld met vorst, heeft een veel slechtere in vloed. „En je kunt het ene insect niet met het andere vergelij ken. Net zo min als Europea nen. Een Nederlander is geen Spanjaard; En er is nog een factor die bepaalt of we straks een plaag krijgen: als de men sen extra last krijgen van een bepaald dier. Ik zal een voor beeld geven. In de vijftiger jaren hebben we een jaar met veel tapijtkevers gehad. De verklaring hiervoor was dat we toen een aantal koude en natte zomers hadden, waarbij de mensen lang met wollen ondergoed bleven lopen. En toen kwam er een warme zo mer. Het wollen goed, dat slecht was opgeborgen, maakte de omstandigheden voor ta pijtkevers gunstig. En een plaag is vaak so subjectief. Daarom is een prognose zo moeilijk." Welke dieren kunnen verve lend worden? Vliegen, rupsen, ratten? Ir. Ophof: „Vliegen hebben een korte omlooptijd. Van ei tot volwassen vlieg duurt bij gunstige omstandigheden kort. Als je een warme zomer krijgt, gaat de teelt van kort levende insecten vrij snel on heb je kans dat je aan het einde van de zomer dik in de vliegen zit. Over rupsen valt weinig te zeggen. Neem de bastaardsatijnvlinder. Als die niet de pech hebben, dat er een fikse kou komt als ze net uit hun spinsels komen, red den ze het wel en komen er veel. De kakkerlak is een apart geval. Die zijn er altijd al geweest. Toen na de oorlog centrale verwarming een nor male zaak wérd, ook in eenge zinswoningen, bleef de tempe ratuur bij huizenblokken hoog- Dat. was vroeger met de ka chel niet het geval. Die ging uit met de grote schoonmaak en je moest wel van goeden huize zijn als de kachel daar na weer aanging. Bovendien ziin de bouweenheden veel groter geworden. Waar de in secten kunnen leven in voor hen gunstige omstandigheden. De faraomier is een nog markanter voorbeeld. Die heeft de kans gekregen door de cv en nu dreigt hij een plaag te worden." Wat moeten we tegen insecten doen? Ir. Ophof: „Van de spuit moet men in principe afblijven tot dat er niets anders meer opzit- Eerst andere dingen proberen, want spuiten is altijd vergif'

Krantenbank Zeeland

de Vrije Zeeuw | 1974 | | pagina 16