4 1915 Orgaan voor Leger en Vloot. Oorlogsnieuws. H Onder redactie van D. MANASSEN. China ei zijn nieuwe Keizer. T wM JÈf W- tg -jij Lf-rj l'f; i adres. der redactie EN administratie palestrin A st raat 10, amsterdam. dit bead verschijnt driemaal per week. losse Nummers voor militairen i cent, voorburgers a cent, abonne ment voor militairen 0.75, voor burgers ƒ1.50 p. driemaanden Voor Advertentk-n wende men zich tot onze Adzninfatra'.ic, Palcstrim-sU-aol to Amsterdam. Prjjs der Advertentiön per regel o0 cent. Voor Iiufeloiidun Mede.' deelingen op do tweede, derde eu vierde pagina dubbel Uriel. Bij abonnement reductie. Toon Yoea.n-Sji-Kai in 19.12- voorloopig tot president van de OJiineesdie Republiek werd uitgeroepen, was het reeds do overtuiging, dat dit'slechts een tijdelijke toestand wezen zou. In jeeo artikel van zS Januari 1912 schreef ikYoean-Sji-Kai iegfc zijn kaarten niet open niemand weet wat Aij doen zal en welke rol hij voor ürioh zeiven in dö toekomst heeft bestemd. -Gisteren de verdediger Hor dynastie^ heden de aangewezen president der CJiinetucho Repu bliek, morgen wellicht nog een andere roeping .volgend." En verder: „Yoean-S;ji-Kai is in beginsel geen republikein, en wanneer de dynastie zich aan zijn leiding zou willen toevertrouwen, maar met volkomen overgave en met eerlijk vertrouwen, zou hij alles willen doen, om van China eep constitutioneel keizerrijk to maken. „Wanfcde Chinees is geen democraat, maar conservatief. Onder' welken naam het ook moge geschieden, dit volk van vierhonderd jnimóeü zièïén, c'lat steeds doöj: jübsoltfcte heJr- sohers werd bestuurd en, zich zelf rjefc kan besturen, moet worden geregeerd, moet worden geleid. Ec-n republiek kan. alleen een aristo cratische of oligarchische republiek zijn; de nadeelen daarvan acht Yoean-Sji^aa zoo groot, dat hij een beperkt-monarch al en rege'erings- vorm zou verkiezen. „Evenals bij de opstandelingen in het Zui den leeft bjj dezen Chinees do wensc'h, op een schoongeveegde lei een nieuw hoofdstuk van de Ohineesche geschiedenis te beginnen. „Maar hoe dat hoofdstuk lieeten zal, weec pp dit oogenblik niemand, Vele opschriften zijn reeds .aangegeven, maar een keus schijnt nog niet gedaan. En als men er Yoean-jSji-Kai naar vraagt, dan. knijpt hij de glundere oogjes dicht; om zijn mondhoeken wordt even een hu moristische trek zichtbaar, en met atoïcijnsöhe ïkalmte antwoordt hij„Het onvermijdelijke, sir, het onvermijdelijke!" Dab onvermijdelijke is thans gekomen; Yoean-Sji-Kai heeft de lei schoongeveegd, en begint het nieuwe hoofdstuk, waarin hij als Keizer van China, de rol zal spelen, die hij aan de. Mantjoes heeft ontnomen. Het dhineesohe Tolk vraagt naar een nieu wen bemiddelaar tusschen zich zelf en, den hemel; hot acht het oogenblik aangebroken, om een keizer te belasten met het offeren aan do geesten der voorouders, en hot heeft don president der Republiek gesmeekt den troon te bestijgen, opdat het groote Ohineesche volk, dat zich altoos als een familie gevoelde, een vader krijgen zal, die den hemel door de offers zal verzoenen... En dat zal president Yoean-Sji-Kai doen. Hij heeft besloten den troon van de Zonen' des Hemels te bestijgen, nu reeds in beginsel de keizerlijke waardigheid te aanvaarden, en zich te doen kronen, wanneer de omstandigheden daartoe geschikt zijn. En daardoor wordt de Ckineesoha staat we der, dat hij tot aan de jongste revolutie was, het verzinnelijkte dogma, do verpersoonlijkte godsdienst. Want in China is de godsdiénst- niet alleen de vorm, waarin de cultus van den staat, verpersoonlijkt in den cultus van den Keizer, zijn hoogste uitdrukking vindt. De keizer is de zoon des hemels; hij is de oudste en eenige zoon, en daarom is het zijn taak te offeren aan zijn goddelijke voorvaders, zooals het in elke familie slechts aan den oud st© vergund is, in bijzijn van de geheele familie, te offeren aan de voorvaderen'. De godsdienstige opvatting wil, dat alle familieleden, broeders, kinderen, kleinkinderen, dezen oudste onderda nig zijn, en zoo moest ook het volk den keizer onderdanig zijn, die voor het volk de offers brengt. De familie was de staat in 'fc klein, de staat do familie in haar geheelcn omvang. Dat ia da..kern-der I^er-vsn Kb'oeng-Eoc-T?z' van wiens stelsel Henri Borel in zijn studie over „De Chineosche filosofie" zeide: „Zijne filoso. fie werd, behalve een moreel, in do eerste plaats een politiek systeem, en zij werd de ver- glorieïng van een ideale regeering, gevoerd door een ideaal vorst. Wie anders dan de vorst -moest het volk leiden, moest hun verduisterde deugd weer hernieuwen ter reinheid, moest hun leeren, Tao te begaan? En daar de regeling van' den Tao, van de opwekking van het volk tot hét volgen van zijn goddelijke natuur dus, heb allergewichtigste ding was voor den vorst, vyas het' ook vanzelf allergewich tigst, dat hij voor zijn ministers menschen uitkoos, die zelf hun Sing volgden en Tao begingen. Do hoofdplicht was dus voor' den vorst, het kiezen van goede ambtofcaren en het ontslaan van de slechte. Een inbreuk hierop was een der grootste fouten, die do vorst kon begaan, omdat hij dan de Leering aan het volk onmogelijk «maakte en dus hun oorspronkelijke deugd verduisterd zou blij ven." Want volgens Kh'oeng-Foe-Tsz' moest een vorst in de eerste plaats bet ideaal zijn van wat wjj in - Europeesch begrip „een goed mensch" zouden kunnen noemen. De republiek, die sedert bijna vier jaren in China bestaat, heeft dit stelsel van Kh'oeng- Foe-Tsz' van zijn leidende gedachten beroofd. De vraag was, hoe men in de theoretisch de mocratische Republiek practiech de keizerlijke godsdienstige opvattingen zon kunnen toepas een? Want het was onmogelijk de gedachten, op- Niet-ver van het eenzame Kölborg staat een oud 'kasteel, door dichte coniferen grooten- deels aan 'fc oog onttrokken. Oud 'kasteel is evenwel niet de" eigenlijke benaming van hot landgoed iSboj-hattan, dat WC-liswaar niet zoo jong, maar evenmin van historische bedaagdheid is, en dat bovendien aiog niet zoo lang geleden opgeknapt en gemo derniseerd werd, zoodat het zonder zijn be groeiden voorgevel te rekenen, tamelijk wel met de nieuwe buitenverblijven in den omtrek der steden kan wedijveren. Maar do ..stern des ■Volks" spreekt nu eenmaal doorloopend van het „oude kasteel" of „den ouden hattan" (hoed) en niemand behoort daar dus inbreuk op te prnken. De bewoners van den Stor-hatfcan zijn edele, lieve menschen, door eiken dorpelinjr vereerd. Zij jagen niet, laten geen hooge pachten hef fen, kijken geen enkelen Köïborger met den nek aan, alsof het een ander mfinsohcnsoorfc was, maar behandelen iedereen met de natuur lijkste innemendheid. Hun geluk zou dan ook misschien volmaakt zijn onder twee nog bij komende omstandigheden: le. wanneer name lijk'de baron zelf, Von Sjalborg, nog leefde, en 2c. wanneer boer 'Sorborre niet zoo dicht in de buurt woonde. De eerste omstandigheid behoort tot dezulke onder wie elk sterveling zich gedwee heeft te getroosten, de tweede was er een, waarvan men hoopte dat zo nog immer een' wijziging mocht ondergaan. Do Von Ejalborgon behoor.en tot een oud- Duitsch-iDeensch geslacht, dab in bijna, alle Noorse!ia landen haar vertakkingen heeft, Honderd jaar geleden ongeveer moeten zo paar Zweden gekomen zijn,, waar den ouden Ert von iSjaliborg twee zoons geboren werden: A]r l'red en Karin. Alfred was in alles het even beeld zijns vaders, koel, rechtschapen en voort- varend, Karin echter, vadzig, genotzuchtig, altijd vo! listen en streken, ging al spoedig den verkeerden weg op vader Ert onterfde Na vele omzwervingen en avonturen echter huwde hij een arme maar verstandige boeren deerne, beterde hij zijn leven en zwoegde hij als een werkpaard voor zich en zijn gezin. lTi't zijn huwelijk werd hem een zoon, eveneens Karin, geboren, die zich later, ook gehuwd, als boer -Sorborre vlak bij den iStor-hattan had neergezet, welke thans door da weduwe van Alfreds zoon met haar ikinderen werd bewoond. Zoo dicht bij elkaar en toch zoo veraf woon den dus de kinderon der beide broeders, en morden in stilte tegen elkaar en misgunden elkander het daglicht, zonder dat, een van bei de partijen eigenlijk wist waarom. iSorborre was een arbeidzaam man, en daar bij matig in zijn huis on in zijn genoegen. Hjelmarfjeld, zooals hij zijn hoeve met 'een vleugje plaagzucht om ook een klinkenden naam te hebben, weidsch had genoemd, was dan ook al lang zijn eigendom, en op het aangren zend- hem eveneens ioebehoorende stuk "land graasde menig stuk vee. Hij wist volkomen goed, hoe de familieverhoudingen waren tus sehen hen en de bewoners van 'Stor-hattan, en niet alleen hij, maar heel Kölborg, dat de bij zonderheden maar éénmaal had behoeven to hooren. om ze te verbreiden. Daarom was er heel veel, dat hem menigmaal met wrevel en jaloezie naar het „oude kasteel" deed opzien, dat kasteel, dat hem zoo nieuwsgierig scheen aan to gluren, maar zich tegelijk als bedekte achter een masker om zelf niet gezien te wor den. En in driftige vlagen, of sombere buien, had hij zich wel eens uitgelaten over de rijke pochhanzen, die grootdoende mevrouw Von Sjalborg met haar pocherig, al zoowat lieer wordend zoontje Gustav en haar steedsch op gedirkte dochters Ella en Ulrika... Wat on derscheidde hun, dat de Hemel zulk een ko lossaal verschil gemaakt had tussehen. hem en die daar, menschen van één geslacht! ...•Maar 'öfcine. zijn vrouw, merkte al heel gauw de booze bui op, die dan weer in zijn voorhoofd geforensd stond en zo wist er •maar al te goed de oorzaak van. Zij was een stil, goed vrouwtje, streng, vroom en zuinig opgevoed. en terwijl ze een hongerigen bede laar een snee brood en een aalmoes gaf. hield ze een. stomme strafpredikatie voor haar Ka rin. maar die altijd bij hem insloeg. "- smsjKtMiÈkéM vattïngen en gevoelens, die sedert een paar duizend jaren in China hestaan, met één enkel pennestrêek to wijzigen, en van dit klassiek- religieus staatswezen door één daad een wester- schen oonstitutioneelen staat te maken. Yoean-Sji-Kai heeft sedert het begin van zijn presidentschap werkelijk handig gepoogd de beide opvattingen te vereenigen. Kort na zijn optreden als president der Republiek verklaar de hij, dab hij als president der Republiek de wereldlijke macht zou vertegenwoordigen, doch dat de keizer Hsoen Toeng de religieus© macht zou behouden. Daardoor zou ongeveer een toe stand ontstaan, als eeuwenlang in Japan be stond; heerscher was daar de Sjogoen, en ach ter den troon van dien wereldlijken heerscher stond de onzichtbare afstammeling der goden, aan wien religieuss vereering moést worden gebracht, en aan wien een elk onbepaalde ge hoorzaamheid verschuldigd was. Dab was de Mikado, do keizer van het land, wien echter het regeeren te moeilijk en te bezwaarlijk viel, zoodat het voor hem moest worden waargeno men door den Sjogoen. TKans echter acht Yoean-Sji-Kai heb tijd stip aangebroken, waarop hij zelf den draken- troon kan-bestijgen en de,plaats kan innemen, die sedert eeuwen door vorsten uit zoovele dynastieën ia bezet. Al is de terugkeer tob de Mantsjoedynasbie niet onmogelijk, wanneer Yoean-Sji-Kai den jeugdigen keizer adopteert; nu reeds wordt gemeld, dat Hsoen-ïoeng met de dochter van. Yoean zal trouwen, waardoor déze mogelijk heid zelfs waarschijnlijk wordt. Yoean-Sji-Kai is een der merkwaardigste verschijnselen uit de geschiedenis van Oost- Azië, een Ohineesche Napoleon, uit eigen kracht tot de hooge plaats gekomen, die hij thans in China gaat innemen. Hij werd den 20sten September 1859 te Tspang-sping in de provincie Honan geboren, als zoon van een kleinen ambtenaar, met een groot gezin en ,eeu bescheiden inkomen. Yoean's vader en zijn adoptief vader stierven, toen hij zijn studiën nog niet had kunnen voleindigen, studiën, die hij moest hebben voltooid, om voor uit t9 kunnen komen. "Want in China kan slechts de man vooruit komen, die velo examens heeft gedaan, en die getoond heeft de oudlclas- sieke letterkundige vorming te hebben 'geno ten. In tegenstelling met de groote litteratoren, die in China de hoogste betrekkingen kunnen verkrijgen, was Ycean-Sji-Kai meer practisch, dan tkeoretisck-litterair aangelegd. Hij zakte, eenige malen voor zijn provinciale letterkun dige examens. En hoewel hem dit belette on der de burgerlijke ambtenaren te worden op genomen, had dj'fc het voordeel, dat bij niet als anderen, 3ia eindelooz© examens, geleidelijk opklimmend, zijn beste jaren zou zoek brengen met de haarkloverijen der Ohineesche admi nistratie, maar dat hij als soldaat een man van de daad werd. Want na de schande van het zakken voor zijn litteraire examens over zijn familie te hebben gabraohfc, schoot hcm, om zijn fjguuïT te redden al niets anders over, dan dienst te nomen als soldaat. Met zijn goeden aanleg en zijn practischo opvattingen werd hij snel bevorderd, en zoo kwam hij naar Tientsin, waar hij de aandacht trok van den grooten onderkoning Li-Hoeng-Tsjang. Deze zond hem in 1882 met een bezettingsleger naar Korea, waar hij twaalf jaren bleef. In 188-5 was hij' reeds resident van China in Seoul, en kwam daardoor midden in de speculaties, die in het land der Morgenstilte om het bezit van con cessies en om de macht, werden afgespeeld onder Chineezen, Japanners en Russen. Zijn optreden in dien tijd bracht hem in scherpe botsing roet de Japanners, die hem verweten, dat hij in 1894 de aanleiding was tot den opstand van den vader der Koningin, zoodat hij feitelijk de oorzaak zou zijn van den eer sten Öhineesch-Japanschen oorlog. Yoean-Sji-Kai werd teruggeroepen, diende nog ©enigen tijd onder Li-Hoeng-Tsjang en later onder den militairen gouverneur van Peking, Yoeng-Loe, den vertrouwden raadge ver van keizerin Tsoe-Hsi. Het jaar 1898, het jaar van den CIrineesohen staatsgreep, zou een belangrijke wijziging brengen in het leven van Yoean-Sji-Kai. Keizer Koeang-Hsu had hervormingsplan nen opgemaakt, in overleg met den 'hekenden hervormer Kang-Yoe-Wei uit Canton en met Liang-hsi-tajou, en voor de uitvoering daarvan werd Yoean-Sji-Kai opgedragen, met zijn troe pen den militairen gouverneur Yoeng-Loe te ontwapenen en te dooden, en de macht der keizerin Tsoe-Hzi te breken© door haar gevan gen te zetten. Yoean ging, na van den keizer de bevelen daarvoor te hebben ontvangen naar het paleis van den gouverneur Yoeng-Loe, doch werd door dezen bij zijn komst ontvangen met de woorden „Ik weet, dat gij met den keizer en Kang- Yoe-Wei hebt beraadslaagd, en kon uw plan nen". Yoean,. die waarschijnlijk zeer geschrokken was, ant-woorddo: „Ja, juist daarom ben ik vandaag hier gekomen om met u de troepen door Peking te voeren en de keizerin-weduwe te redden". Zoo verried Yoean de plannen van den keizer, en werd daardoor de oorzaak, dat- niet alleen de hervormingsplannen mislukten, maar dat keizer Koeang-Hsu feitelijk sedert dien dag in gevangenschap werd gehouden, en dat do booze geest van China, de keizerin Tsoe-Hsi. de" uitsluitende macht in het rijk in handen kreeg. Yoean beschouwde dit verraad anders dan een westerling; hij aciiUe het een noodzake lijkheid, een" plicht tegenover zijn land, een daad van lovauteit tegenover zijn besten vriend. .Maar 'naar onze begrippen was het verraad van de keizerlijke plannen, die hem in vertrouwen waren medegedeeld, een onver geeflijke daad. Ohr. N. (Slot volgt.) KERSTMIS 1915. jetreden en de werkza^wnheden in land en tui nen waren al lang gestaakte Dan komt er een eentonig tijdvak in het Zweedsche boerenbe drijf, eten, drinken, veel slapen, weinig af wisseling en voor Karin veel denken denken over alles en nog wat, eu vooral over dat eene. Geluklag dat het Kerstfeest de stilte en'afzondering war. breken zou. Dat was toch altijd een aantrekkelijk feest. Het gaf heel .wat werk en drukte vooraf. Vooreerst het in- koopen .doen in de stad, kleinigheden voor do jeugd die tegenwoordig zou zijn, het bespreken van wie komen zouden om liet feest mee te vieren, het uitzoeken, uitspatten en tooien van een geschikten boom en wat daar al nog bijkwam. Dam -het feest zelf, het feestverhaal, het feestlicht, de feestgezelliglieid. de feestge schenken on de pret van de jeugd daarover, ja, 't kon er vroolijk toegaan, minstens even vroolijk als het met wie weet hoeveel grooter kerstboom, hoeveel sierlijker' geschenken en hoeveel deftiger gasten toegaan kon op. En een sarrend wrevel wollij e dreef aan en verduisterde do lichtjes aan den kerstboom en do vroolijke gezichten, eu verjoeg de gezellig- .heid uit den grooten als „feestkamcr" opge- tooiden koestal. Karjn Sorborre bevond zich in groote verlegenheid. Al sprak hij 't niet luide uit, hij vond het een vervelend geval. Zijn zoon Kalle was op 't ijs gegaan en 'er doorgezakt. En niemand minder dan jonk heer Gustav van de 'Stor-hatfcan, die daar passeerde, had hem er uitgetrokken. Dat was nu wel geen „menschenredding" geweest, zooals ze al dadelijk in 't dorp beweerden, maar dat zóó iemand, dat hij, Gustav vou Sjalborg, zijn zoon had willen helpen, bijstaan tenminste, voor 't geval dat hij in nood vor keerde... Hij vond het minst-genomen ellen dig, ziedaar! Als 'fc nog omgekeerd was ge weest en zijn zoon had den mooien jonker wel waarom niet? je kon iemand toch niet zien verdrinken, al zou-'t je vijand wezen! maar nu zóó Dan nog bovendien zoo'n domme vrouw als de,zijne, die met alle gewald wilde, dat hij," 'Sorborre, eigenlijk net zoo goed een Karin von bjalhorrt als de beste, dat hij daarvoor zou gaan bedanken T Neen, dat was nu al te gek. Een tweede Kerstmis, en nog dondert het kanon, Nog heersclit de wilde strijd, en houdt zijn woeden aan; Nog vallen eiken dag in 't hleeke licht der zon De duizenden terneer om nooit weer op te staan! De kerstklokken luien! Wat mag dat beduien 1 s Zij zingen van vreê Over land, over zee, Zij luien als tolken Van d' eendracht der volken, En roepen ze saam In 's Heeren naam! Maar luider loeit de vlam van feilen oorlogsbrand, En de aarde siddert van den donder van 'fc geschut, En hooger laait het vuur en spreidt van land tot land Zijn rosse vlammen uit en spaart paleis noch hut. De kerstklokken zingen Hun lied en dringen Over- de stad en het land Naar allen kant. En brengen hun tonen, Waar menschen wonen, En zingen van vree Over land, over zeel De mitrailleuses rat'len en bommen slaan uiteen, En vellen krijgers neer en verven d'aarde rood y Granaten barsten en tot puin wordt harde steen, Alomme keerscht de schril-:, en brand en strijd en dood! Doch hooger en reiner En heller en fijner Verheffen de klokken hun lied En zwijgen niet! Zij vullen de lucht- Ver boven 't gerucht Van het woedende strijden Eji 't kermende lijden!,.. En hun tonen dragen Ons naar blijder dagen;* Naar dagen van vree Over land, over zee FOKKO BOS. de marmeren trappen beschadigen misschien. Dan moest zij maar gaan, als ze 'fc dan zoo hoog nooclïg rond... En ze ging. Ze ging, haar zoon Karin aan de hand. Zo zou wel goed haar voeten vegen en ook Karin zou goed uitkijken waar hij liep, maar dankzeggen moest ze den jonker en zijn edele moeder dat wilde haar -moederhart!... Ja, mevrouw Von Sjalborg had er al van gehoord, 'b was heusch, heusch zoo erg niet. Gustav was niet eens in 'fc water gegaan, en had Karin er zoo met zijn stok uit kunnen trekken, 'fc Was werkelijk niet de moeite waard om over te praten. Maar wat wel de moeite waard was, en wat mevrouw Vou Sjal borg zoo bijster verheugde omdat zoo'n kleine aanleiding er de oorzaak van was, dat befcrof de vraag of Sorborre nu werkelijk, wat ze al zoo vaak gehoord had, een Von Sjalborg was? Haar overleden man had haar wel eens iets verteld, heel vluchtig, en iedereen in den om trek scheen het te weten, maar zij had altijd den moed gemist-er eens persoonlijk naar te gaan vragen. Bovendien had ze meermalen vernomen, dat. juist om die reden ze zou 'fc maar ronduit zeggen Sorborre'' meerma len tegen 'fc kasteel gevloekt en de vuist gebald had, en zoo kwam bet dafc ze nooit eèns had durven komen. O, neen, dafc was niet- waar, vloeken deed Sorborre nooit, en liij mocht eens „ge foeterd" hebben tegen het groote, oude kas teel, want hij had soms rare fcrot-sigheden over zich, ziet u? maar hij was toch in zijn harfc een brave, beste vent, die geen kind kwaad zou doen en öe helft- niet meende van al wat hij soms zei, als. hij uit. zijn humeur was. Geen advocaat dacht; mevrouw Von Sjiil- born zou het beter voor zijn cliënt kunnen opnemen, als dit schijnbaar verlegen, maar toch zoo moedige, pittige wijfje, met haar eenvoudige boeren-zondagskleedje aan en de gezonde blos op da wangen, verhoogd nog door de geestdrift voor haar goeden Sorborre. •'t Gesprek werd al hartelijker en vertrou welijker, en -wat Karin's 'vrouw nooit had kunnen hopen of gelooven vótër ze 'fc nog zoo gewild had, had ze mevrouw Von Sjal- fsmtéigf oj> het^ De toestand in den reuzenstrijd. Van het westelijk oorlogsterrein komt eens weer een l>ericht van gevechten. Niet op ©en nieuw punt van het lange front, neen, het zijn in dezen oorlog bijna altijd dezelfde namen, die terugkeer'en. Ditmaal ie het weer de Hartmansweilerkopf, waar om verwoed is gestreden. Volgens het Fran- sche bericht, hebben de Franachen op de oostelijke hellingen van dien berg hun stel lingen uitgebreid en een aantal Duitachers, om en bij de 1800, krijgsgevangen gemaakt. De Duii.^he berichten spreken dit met tegen, zij dooien zelfs mee, dat het den Franschen gelukte om den top van den Ha-rtmansweilerkopf te bezetten en een klem gedeelte van de loopgraven op den Hil- senfirat./'Maar den volgenden dag, dat was Woensdag, heroverden d© Duitschera een gedeelte der verloren loopgraven. Men. ziet dus, dat er nog aan het wester- fremb wordt gestreden, doch dab de toe stand er niets verandert. Want berichten van dezen aard heben we reeds sedert ma aai den gelezen; zij kwamen uit de Vogezen, zooals nu, of van de- Maashoogten, uit Champagne of van Loos en Hulluch. Maar zij lijken allen op elkaar; de eeue vijand nam gisteren eenige stellingen of loopgraven en de andere heroverde ze den volgenden dag. Verandering komt er ia de posities op die manier niet. Of de Duitschers nu werke lijk van plan zijn om daar wel verandering in te brengenGeruchten omtrent troepen verschuivingen, omtrent een groot offensief, dat aanstaande is, blijven, nog steeds loopen. Aan den kant der geallieerden gelooft men er niet aan. Uit Rusland komt zelfs de ver zekering, dat het Duitschland niet mogelijk za] zijn een groot offensief in het westen te beginnen, want het heeft een veel to groot leger in het oosten noodig. Zoodra het zich. daar maar ©enigszins verzwakt, zou het Rus sische leger aanvallen en den vijand terug slaan. Daarvan behoeven we nu wel niet meer te gelooven, dan we willen. Iets anders is, wat de Engelschen heiveren, dat n.l. al deze berichten omtrent een offensief met Nieuw jaar uit Duitscho bron komen en dat de Duitsohers niet gewoon zijn om vooraf hun plannen mee ta dealen. Het lijkt er dus op, dat de Duitschers hun vijanden willen doen gelooven, dat zij een grooten aanval zullen doen, ten einde hen daardoor over te halen het wester front al meer te versterken en hun troepen terug te .halen van andere fronten, bijv, van d© Dardanelien, uit Salo- niki, of daarheen ten minste geen nieuwe troepen te zenden. Dit is een opvatting, waarvoor iets valt te zeggen. Wat de Dardanelien bstreifc, de geallieer den schijnen den vruchteloozen strijd daar werkelijk te willen opgeven. Men juicht •daarover, in Duitschland, maar ook in Engeland zelf, eu in Australië, dat een zco groot contingent heeft geleverd van de troe pen op Gallipoli en... van de yerliezen daar geleden. De Engelsehe bladen geven uiting aan een gevoel van opluchting, dat de moor dende strijd aan de Dardanelien is opgege ven. Enkele bladen meenen zelfs, dat het ontruimen der Soevlabaai en van het Anzac- gebied nu maar het voorspel moet zijn van het opgeven van de geheele Dardanellen-ou- derneming, waar zoovele nuttelooze offers zijn gebracht. De mannen, die daar tever geefs hun leven wagen, kunnen beter werk verrichten in den Balkan. Dat werkelijk van een moordenden strijd aan de Dardaneiïen kan worden gesproken, bewijzen de verlieslijsten, die tot 9 Novem ber 106.610 namen' bevatten, ©n die houden natuurlijk niet in het zeer groote aantal (90.000) zieken. Verder zijn er scherpen ver- gogaaa, is er veel gold verspi.d. Geen wonder, dat de Engelsehe families huiver- den, ak ze hoorden, dat, een verwant naar Gallipoli werd gezonden In de laatste dagen is er telkens molding gemaakt van Russische aanvallen op do Bul- gaarscho havenplaats Wsraa. Thans kemt uit Engelsehe bron het merkwaardige be richt, dat oen Russische troepenmacht er geland zou zijn, nadat eerst do stad in puin zou zijn geschoten. Dit Ixsricht zal nog nader bevestigd moeten worden <cn dau is°h©t de vraag, hoe groot de legermacht is, die de Ruisen daar aan land kunnen zetten. In dien het hun werkelijk gelukte met oen be trekkelijk groot aantal troepen Bulgarije van dezo zijde binnen te rukken, zou dit een heel ander aanzien aan den strijd geven. De Bulgaren zouden dan wel wat anders te doen hebben dan verder in Albanië op te trekken tegen de Serviër» daar e-i de It-alia- ncn. De Franschen en Engelschen konden van uit Salon iki oprukken en Servië weer binnentrekken. Wie weet, of ook de houding van Roemenië daardoor niet zou verandoren, en dit zich zou voegen bij de Entente-mogendhedenVoorloopig echter is er nog geen reden om to golooven aan oeu dergelijk en opmar3ch der Kussen in Bulga rije. BELGIË. Dienstplichtige Belgen Krachtens wettelijk beeluifc van 6 Novemr her 1915 zijn de in dea vreemde verblijvende Belgen, geboren tasschen l Januari 1890 on 31 December 1896, geroepoa om deel uit, te maken van do militielichting 1915. De Ik-lgischo consul te V-Hertogenbosca heeft thans een oproep gedaan aan deze Belgen om zich tussehen 18 en 22 December aan het consulaat, aan te melden, om nader te worden ingelicht. Op een dag kwamen er zich alvast niet min der dan ruim 200 sanroclden. K er-s t fee if; op de hoeve, en de adellijke dame ze kon haar eigen l'eest best een dag ver schuiven had er het grootste pleizïer in, het aanbod te aanvaarden. Als Karin ?k)rbo_rre niet op zijn. gemak was, dan draaide hij zich links en rechts op zijn stoel, liep ongedurig hec-n en weer zonder oogmerk, en deed allerlei dwaze, gedachten- looze dingen. Maar toen. op den avond van Kerstmis de Von Sjiilborgen eindelijk gekomen waren, vond hij, dat- hij toch eigenlijk'eén vreemde vent was, om voor dio lui vrees te hebben, die zoo eehfc goedrond met hem en ziin huis- genooten omgingen en die, of ja... zo waron immers .eigenlijk bloed van zijn bloed, eu vleesch van ziju vleesch, hoe kon 't ook 'anders! Het was Karin's geluk, dat hij de grootste stal van 't dorp had het vee was zoo lang in de kleinere stal er naast gebracht, en gaf af en toe door geloei en geblaat blijken van zijn tegenwoordigheid want er waren met buren en kennissen mede wel een dikke veer tig gasten. Stil en tegelijk vroolijk glansden de kaars lichten op den Kerstboom, geurig dampte de koffie en de warme stjarnas, druk en drukker werden d9 feest gesprekken en de oogjes en koonen van het jonge volkje, eigen en buur tjes, ongewoon lang als ze voor deze gele genheid mochten óp ziju en pret maken, gloei den als vonkjes en kooltjes. Eensklaps werd heb stil. Karin had den huisbijbel opgeslagen 6n als meester des huizes zou hij het Kerst- vcrhaal lezen. Petten, mutsen, gingen af; het kleins volkje kroop dichter bij de ouders, starend, luisterend' als naar. geheimzinnige dingen en klanken, en sober, op ongekunstel- den toon weerklonk liet aloude verhaal van het; Kind van Bethlehem. Even haperde Ka rin's stem in 't eerst, een ongekend gevoel van niefc durven, van in difc geval verlegen zijn met de hem toevertrouwde taak bekroop hem. maar weldra zich ergerende ora zijn valsche schaamte, was hij zichzelven weer meester, en krachtig zette hij voor allen de eerste noten van bet ieder welbekende Kerst lied in, dafc door ieder uit volle horst werd DUrrSCHLAND. Ongeregeldheden te Berlijn, GENEVE. De T?.Jour aal de Gencv©*7- bericht-, dat er opnieuw rumoerige bsfoozin- gen in de straten van Berlijn hebben plaats gehad. Duizenden vrouwen trokken erdoor heen onder den kreet: „Brot und Fried©."- Politie te paard dreef de menigte uiteen. ENGELAND. Engelsehe legerbevelhebbers. LONDEN. Hef, ministerie van oor log maakt bekend: „Sir Douglari Haig heeft- het opperbevel over de Engel- rche troepen in'Frankrijk en Vla anderen'op eich genomen; generaal Monro tot rig- t-o© bevelhebber aan de Dardanc - 'i hem opvolgen als bevelhebber van het eerste leger en luitenant-generaal S.r Murray, chef van den Generalen Stof van het rijkzal optreden als opvolger van Sir Charles Monro." Een beroep op de Engelsehe natie, LONDEN. Een manifest aan de natie over de financieel© positie van het land, gefce^Jcend door 18 voor name Engelsehe bankiers en finanders zegt: „De vloten der geallieerden hebben door het stilleggen van den buïtenlandscheu handel van "den vijand zijn finandeelo kracht sterk verminderd, terwijl de mili tair© kracht der geallieerden te land voort durend is vermeerderd. Er is slechts één zaak noodig om «de overwinning te 'erzekc- ren, n.l. het verschaffen van geld om groote nieuwe legera in stand te houden eu groote hoeveelheden munitie, die overal in de wereld vervaardigd worden, te betalen. ..De taak om de ontzaglijke sommen bijeen te brengen, die de geallieerden noodig bel>- ben, rust voornamelijk op het Engelsdie volk, welks nijverheid niet door een ->ijan- O, Bethlehem, hoe rijst uw Licht, Hoe straalt uw Zon, uw Vrede glanst 'loen het lied ten einde was, werd hefc ge- sprek weer algemeen, en mevrouw Von Sjël- borg maakte van de gelegenheid gebruik haar ..verren" neef f; verzekeren, hoe goed, lioo weldadig difc feest in dit eenvoudige huis haar aandeed. Karin werd weer een oogenblik de oude Sorborre, want een kwade stem in zijn binnenst^ poogde hem andermaal ie !«eduidc-n, dat er nu een soorfc van verheerlijking van do armoede boven d«.-:i rijkdom kwam, zoo'n soorr troost woord, zonder meer, dat de rijke alïijd bij^de hand heeft, een woord, waardoor hij. Karin, toch eigenlijk geprikkeld werd. Maar alsof z;,j zijn gedachten raden kon, liet Alfred von Sjalborg's weduwe er op voigén; „En w©.--i, je nu wel, neef'. en ze keek hem bij dit woord krachtig in de oergen ..waarom jij altijd boter en heerlijker Kerst feest 'kunt vieren dan wij, rijken, zooals je zegt?' ..Omdat'bij jou de Heiland geboren wprdt in den stal bij ons in 'z salon. Neen, denk er nu geen Oogenblik aan. dat ik je kwetsen wil,... inderdaad is dat de ware toe stand in allen eenvoud, met alle gemis van praal en deftigheid moeten we Hem immers ontvangen?... Voel je nu iets van de betee- kenis van hefc woord: dafc de rijke zoo moeilijk ingaat in hefc koninkrijk der ilemek-n? Hoe veel vertoon hoercc-1 vorm en menschelijk© wanbegrippen hebben wij eerst le overwinnen, vóór we tot den seal kunnen doordringen En hebben de wijzen, de koningen zich "or.-.- zien d© knieën te buigen, uit -. rees voor hun kleeren en- hun koninklijken naam? Karin, laten we vrienden zijn; en laten we ui. alleen kinderen var. één grootvader weze: wat me inderdaad bleek dat 3u"er het zovii is., maar bovenal, laten we ons kinderen van één Vader gevoelenEn laat mij jaarlijks, hier bij jou. tot den .'.al mogen komen. AVi' je-me dafc toestaan?" Karin drukte haar de hand en wilde ant woorden, maar do woorden bleven hem in de keel, en al had hij z© gesproken, het- ze- juich van hefc jonge volkje, dat nu rond den Kerstboom sprong en danste, zou ze overstemd hebben* - w

Krantenbank Zeeland

De Soldatencourant. Orgaan voor Leger en Vloot | 1915 | | pagina 1