Zondag 12 September 1915 Orgaan w@©r Leger en Vloot. Aan ome ionoe Msfoiers. Oorlogsnieuws. twééde Jaargang. Onder redactie van D. MANASSEN. Da geheimzinnige moord. i's3. li O- DE SOLDATENCOURANT ADRES DER REDACTIE EN ADMINISTRATIE PALESTRINASTRAAT 10, AMSTERDAM TELEFOON Z. 4868, DIT BLAD VERSCHIJNT DRIEMAAL PER WEEK LOSSE NUMMERS VOOR MILITAIREN 1 CENT, VOOR NIET-MILITAI- REN 3 CENT, ABONNEMENT 1.50 PER DRIE MAANDEN. Voor AdverteniiCn tvende m<*n zich tot'iet Alg. Aflvertentie-Burc.-.u ilOUMA&C© Heercngraoht '226 Amsterdam, tot do Drukktry „Jacob va» Campcn" N. Z. Von'rburirwsi 231-240 (Keizerrijk 9) Amsterdam of to 6 onze Administratie. Pa I es tri n rot raat 10 Amsterdam. Prys der Advertentiën per regel 30 cent. Bij abonnement reductie Van het Oostelijk. Oorlogsterreïn. Dit ig een zeor interes sant kaartje. Het geeft ons, meer dan eenig ander, een denkbeeld van de groote overwinningen, die de Dnit- scheïs in de laatste maan den hebben behaald op het Oosterfront. Het kaartje geeft ons het geheele strijd- tooneel daar weer van de zuidpunt van de Boekowina tot de Golf van.Riga. Een ontzaglijk gebied en in dit gebied, de linies der Duit- schers en Oostenrijkers, zooals die waren in Mei en op 30 Augustus. De eerste linie wordt weergegeven door een dunne zeer kron kelende lijn, die Dog achter Przemysl, achter Lemberg en natuurlijk achter War schau en in 't noorden nog voor Libau doorloopt. Zie nu de dikke zwarte lijn en merk op, welk een ontzag lijk terrein de bondgenoo- ten sedert hebben ver overd. De bekende ves tingen vierhoek Warschau. Iwangorod, Nowo Geor- giewsk en Brest-Litowsk is in hun handende Duit- schers staan dicht bij Riga, de Oostenrijkers hebben de Russen bijna geheel uit Galicië teruggedrongen Doch thans, een tien a twaalf dagen later is de lijn reeds weer verder naar 't Oosten verlegd. Grodno is nu ook al in handen der Duitschers, Luzk en Dubno in die der Oostenrijkers en deze rukken reeds op naar Rowno. En de bondgenooten moeten ook al in het moerasgebied der Poljesje zijn doorgedron gen tusschen Ecbrin en Pinsk. Nu gij, jonge mannen, zoo pas uw intrede in ons leger hebt gedaan, roepen wij u een „van harte welkom" in onze gelederen toe. Reeds oenige dagen kijkt ge rond in onze kazernes en kampen en ongetwijfeld is veel u tegengevallengij voldeedt deels mot tegen zin, deels met opgewektheid aan de oproeping. Velen uwer hadden reeds een idee over den dienst, maar toch, de werkelijkheid is zoo ge heel anders dan gij verwachtte, niet. waar? en als ge het heel eerlijk bekent bij u zeiven, is het lang zoo erg niet als ge het u wol ge dacht had. Maar toch zal er veel van u gevergd moeten worden. Do taak uwer onderwijzers is van u soldaten te maken, mannen, die klaar zijn om met hun beste krachten het vaderland te dienen en alle ontberingen en moeilijkheden te dragen, die do oorlog u kan opleggen. Om zoo ver te komen wordt er veel, heel veel van uwe toewijding, van uwe op offering gevraagd. Nu lijkt het u vooral in het begin alsof gij alles doen moet, omdat uw commandant dat voor zijn pleizier van u vraagt, maar werpt dat denkbeeld toch vooral heel ver van u af, Vertrouw er op, dat hij lipt van u vraagt om u te vormen tot een gevechtsvaardig soldaat. En voelt gij wel, dat dat in uw eigen belang is, dat ge dan met vóél meer zelfvertrouwen liet gevaar tegemoet gaat? Maar nu enkele woorden over do verplich tingen, die thans op u rusten en dat zijn er verbazend vele. Laten zij u echter niet ont- I moedigen, want do allervoornaamste is toch zoo heel eenvoudig, het isde goede wil, en hiermede komt gij ook het allerverste; Je dienst wordt aangenaam, gij vergeet de be zwaren, die uw indiensttreding van zelf mee bracht, ge krijgt belangstelling in de oefenin gen en weldra zal do dienst voor u de prettig ste afwisseling zijn van uw dikwijls zoo een tonig burgerlijk bestaan. En wat al. voordooien zijn er niet vei-bonden aan uw in dienst zijnDoor gezonde sport c het steeds in do buitenlucht zijn wordt Ti lichaam sterker en kan meer tegenstand bie den oan later onverhoopt Optredend© ziekte, go leert netheid en orde, twee zaken, die u overal den voorrang zullen verleenen boven iemand die ze niet kent. Ook leert gij u on derworpen aan hevelen, hoe onaangenaam ze Een koude kille avond, met een dikken misrfc buiten. Dan was het beter in huis, in de warme gezellig kleine gelagkamer van „De Drie Koningen". Dfïar zaten de ge wone bezoekers bijeen, die er bun vaste bijeenkomst bielden.. Van bet vijftal man nen, dat aan de groote ronde tafel zat, waren er twee de kapitein en de stuur man van den schoener Trilby", die tus schen Santwortb en Londen voer met een lading bout, steenkool en' cement. De overige drie mannen waren Joseph Petti- griel, die zich sdlieepsboopman uoemde, maar die meer bedrijven voerde dan bij. wel wilde weten, Thomas Paxton, een kruide nier, en de eigenaar van ,,De Drie Konin gen" zelf, die William Fagg heette. ,,Het ziet er niet naar uit, of u morgen ochtend vertrekken kunt, kapitein Rat© zei do hospes. ,,Als ten minste die mist niet optrekt..." Kapitein Rate schudde teleurgesteld het hoofd en nam een teug van zijn versna pering. Nooit zulk mal weer gezien," zei hij, „an dat om dezen tijd van het jaar. Hot maakt me kregel', daar!" „Mij ook," stemde do stuurman, James Gentle, toe, terwijl hij met zijn duim zon der nagel de tabak in zijn pijp aandrukte. ft't .Schijnt je wel in je gebeente te gaan ook soms voor u zijn en u dus to schikken in zaken, die u dikwijls o zoo moeilijk vallen en go herinnert u nog wel, hoe dat juist cio struikelblokken waren toén ge nog burger waart. Maar er is nog veel meer. Er is een woord, dat go ongetwijfeld al gehoord hebt, n.l. „kameraadschap" en wij zi.jn er zeker van dat ge nog niet precies voelt wat dat nu juist is welaan dat wil zeggen, veri over hebben voor uwe mede-soldaten, hen hel pen en steunen, ooit daar waar gij liet zoo veel aangenamer zoudt vinden om iets heel anders te doen maar weet wel dat kame raadschap een even onmisbaar ding is in den oorlog als een goed geweer, nergens hebt gij elkaar zoo noodig als in 't gevaar en is er geen kameraadschap-in rustige tijden, zoo is ze er zeker niet in den oorlog. Nog zijn er enkele zaken waarop wij u wil len wijzen bij het begin van uw diensttijd. Velen uwer zijn opgekomen omdat het nu eenmaal moet zo doen hun plicht omdat ze anders gestraft worden en niet met verlof kunnen gaan. Hurt roepen wij toe. „mannen gij zijt opgeroepen om t-o loeren uw vaderland te -.verdedigen als er inbreuk gemaakt wordt op onze hoogste rechten, om als het noodig is ons land en ons volk te beschermen tegen wil lekeur, ellende en alle andere verschrikkingen, waaraan de streken waarin de oorlog gevoerd wordt blootstaan. Maar diegenen waarvan wij zoo juist spra ken beseffen ook zoo weinig wat er al niet voor hen gedaan wordt, welke zorgen er aan hen besteed worden. Voor hen ia de dienst dan ook een last. Begrijpt tooh allen eens hoe verbazend veol moeite hot kost voordat gij allen goed gekleed, gevoed en 'gehuisvest zijt (vraag het uw sergeant-majoor of den fo.uriei' maar eens), hoe enorm groot do zorgen zijn moeten voor een leger als het onze, en dan zult ge ook lietcr den ijver en toewijding van uwo chefs, do moeiten aan u besteed, leeren waardeeren. Dat kunt gij niet beter dan door een strenge pliohtsberachting en dat valt u immers zeker niet moeilijk als gij weet, dat het bestaan van oen leger afhangt van de krijgstucht, die er in heerscht, en een krijgs tucht zonder plichtsbetrachting is zeer zeker onbestaanbaar. Mannen, bedenkt wel dat er Veel, heel veel van u afhangt en al draagt gij ook den naam „landstormers", gij zijt evengoed eoldoat als ieder ander, die do uniform draagt. Toont uw goeden wil door pliohtsberachting, toont uwo meerderen dat ge een goed soldaat wilt zitten," vond Paxton, zijn schouders op trekkende. „Hallo 1" D'eze laatste uitroep van den kruidenier werd veroorzaakt door het plotseling open gaan van de deur en do verschijning vaif een ma,n op den drempel. AJle vijf staarden den nieuw-aangekome. -> aan, en met reden. Hij was waarsöhijnlij1- tusschen de vijftig en zestig jaar oud, maar hij zijn tegenwoor dig. voorkomen zou het moeilijk geweest zijn, zijn juisten leeftijd vast te stellen. Zijn mond stond wijd open, zijn ocgen puil den hem uit het hoofd en waren met bloed doorloopen, en zijn gezicht zag doodsbleek, •alsof hij aan een hevigen schrik ten prcoi was. Hij bleef besluiteloos in do deur staan, en zag beurtelings allo l aan. Toen hij den stuurman in 't vizier kreeg, deed hij een lichten kreet hooren en zijn gelaat toekende mogelijk nog grooter schrik. „Kom binnen, Blook, kom binnen," zei de waard. „Wij hebben je hier in geen lan gen tijd gezien. Maar, voor den drommel, ben je niet wol?" Do binnengekomene lachte zenuwachtig, een lach die alles behalve van vroolijk- hedd getuigde. „O ja," zei hij, „ik ben heel wel,... heel wel." Hij keek wantrouwend naar de deur door welke hij binnengekomen was, en deed die zorgvuldig achter zioh dicht. „Een glas bier, Plook?" noodigde de kruidenier hem uit; „je ziet er uit alsof je den duivel hebt ontmoet." Block's mond vertrok zich tot een grijns. zijn; zorgt steeds netjes voor den dag te ko men, draagt zorg voor uw uiterlijk, niets is aangenamer voor hot oog, het dwingt eerbied af van degenen, dio u zion, men beseft dat gij een flinke kerel zijt en ons land heeft flinke •korols noodig. Ho o boter indruk gij maakt door uw op treden in het openbaar, des te meer zal men u waardeeren. Go weet wol dat het leger be taald wordt uit do belastingen, waartoe jedjr burger van .ons volle het ziine bijdraagt; daar om heeft ons volk ook recht op een goed kra nig léger. En hoe vindt gij zelf die soldaten, die schreeuwend over de straat trekken, de muts op één oor, alle knoopen los en de beide handen in do zakken? Geloof maar dat zij het zijn, dio zich ook op hot gevcchtsveld het slechtst sullen gedragen. Zorg dat men over een tijdje overal in 0113 land kan zeggen: „ouzo landstormofs, dat zijn goede soldaten". Nog is 't oorlogsgevaar niét- geweken on mis schien komt eens het oogenblik waarop H. M. onze Koningin zal zeggen: „Mannen, ik reken op u" en óók aan u is het te zorgen, dat die koninklijk© woorden geen ijdclo klanken zijn, maar dat zij bewaarheid worden door uwo daden en dat kan alleen als gij van don be ginne af met goeden wil en opgewektheid alles aanpakt wat men van u vergt. Dan zijt gij een goed soldaat, die geen schaamtegevoel kent om met opgeheven hoofd overal en altijd zijn meerdere op de voorge schreven wijze den militairen-groet te brengen en die niet schroomt om, waar hij ook zit, voor zijn meerdere in do houding te gaan staan (ook al wordt er soms door burgers helaas om gelachen) en zoodoende te toonen, dat hij een soldaat is, die beseft wat zijn plicht is. Ie luitenant P. W. PIETERS. De toestand in den reuzenstrijd. Er zijn in Rusland zeer gewichtige din gen gebeurd, groote veranderingen. Het goheole legerbestuur is als 't ware omver geworpen een nieuwe opperbevelhebber van het leger, een nieuwe minister van oor- log, een nieuwe chef van den generalen staf. Grootvorst. Nicolaas hooft zijn ontslag gekregen als de algeineene leider van het leger en in zijn plaats treedt niemand min der dan de Tsaar zelf op. De grootvorst, het hoofd van het Panslavisme, van de oorlogspartij in Rusland tevens, wordt on derkoning van. Kaukasië, zal dus voortaan den oorlog tegen do Turken leiden. Minis ter van oorlog is geworden generaal Pol' Jswaar van een belangrijke overwinning aan de Sereth, nabij Tarnopol, in het nog be zette gedeelte van Galicië, en het spreekt zelfs van de gevangenneming van 200 offi cieren en 8000 minderen, maar desniette min zijn de Russen niet in staat geweest de vruchten van hun overwinning to plulJken, want de vijanden, die verslagen heetten, ontwikkelden zulk een krachtig artillerie vuur, dat do Russen geen definitieve zege praal konden Jjehalen. Maar met moet toe geven, dat deze krachtsinspanning, na zoo vele nederlagen, reeds iets belooft voor het nieuwe, veld toch tspl an. De Tsaar heeft dan ook zijn „dappere troepen" voor deze zege praal bedankt. Een wonderlijk toej^l, dat zoo'n overwinning wordt behaald, zoodra de Tserar aan 't hoofd staat. Doch dit gevecht daargelaten, kunnen de Russen nog niet bogen op eenig succes. De Duitschers en Oostenrijkers rukken niet meer zoo hard op als voor eenigo weken en de stormpas is er uit. Doch wel komen zij öp verschillende punten nog langzaam vooruit. Ook in het Noorden tusschen Riga en Wilna zijn de Russen eenigszins terug geweken, ten Oosten van Grodno komen de Duitschers, schoon langzaam, nog steeds vooruit. En bij BrestLitowsk, dat zij al betrekkelijk ver achter zich hebben liggen, dringen de troepen der bondgenooten nog verder naar het Oosten, hebben zij bijv. Wolkowysk bezet en zijn zij verder doorge drongen in het moerasgebied, langs den rpoorlijn KobrinPinsk. En de Oostenrij kers hebben weer eenige overwinningen be haald aan do Galicisch© grens en zelfs reeds Dubno bezet, de tweede vesting van den driehoek LuzkDubnoRowno. Aio zij de drie in hun handen krijgen, zal dat den Russischen troepen het blijven in den uit hoek van Galicië wel ofcmogelijk worden ge. maakt. Veel veranderingen zijn er aan kot Oos terfront niet, zooals we reeds zeiden, maar aan het Westerfront evenmin. We lezen alleen, in een Fransch bericht nog wel, dat do Duitschers in de Argonnen zijd door gedrongen in de eerste linie der Fransche loopgraven. Twee divisies liepen daarop storm en alleen het zeer krachtdadig vuur der Fransohen heeft verhinderd, dat de aan val niet tot een doorbraak werd. Verder is. er heel weinig gebeurd van belang, alleen schijnt een Fransche vlieger-eskader weer aan 't werk te zijn geweest, o.a. boven Metz. Over 't geheel doen- de luchtvaartui gen thans mee: aan de Engelsche oostkust tin zolis boven Londen rijn weer Zeppelins ..i .U.U UV..VJ gvnwu.u 6vuv.»oi o. Vil- aiju ntci UJ vanof. Wie chef van den generalen staf verschenen en hebben er bommen geworpen, branden gesticht en menschen getroffen.' Hoeveel slachtoffers zij gemaakt liebben, is op dit oogenblik nog niet volkomen duide lijk, maar het schijnen er vrij wat dooden en gewonden te zijn. Van de andere oorlogsterreinen kunnen wo gevoegelijk zwijgon, de schaarsche be richten, die vandaar komen, vermelden niets bijzondere, niets, dat eenige verandering in den toestand brengt. In de Balkanstaten giat het, maar do zaken komen er niet tot ontwikkeling. Do verhouding tusschen Duitechland en Amerika schijnt door het torpedeeren der „Hesperian" weer op losse schroeven gezet, maar wat de toekomst hier zal baren, is nog altiid niet af te zien. Wij hebben blijkbaar weer een verwarrend tijd perk voor ons, waarvan niemand kan zee- gen, wat er uit cal yoortkomen. wordt, weet men nog niet, maar men ver moedt van generaal Alexjef. Men heeft in Rusland ingezien, dab de zaken, zooals zij totnogtoe liepen, toch niet goed gingen. Al sprak men ook van den voortdurenden terugtocht als van iets, dat een meesterlijke rot was en dat die verbon den legers ben slotte in een leelijk parket moest brengen thans blijkt toch wel, dat er eindelijk aan dat eteeds teruggaan een einde moet komen. Wat de gevolgen van al deze veranderingen zullen zijn, wie durft het voorspellen? Met sommige Duiteche bladen meegaan, die beweren, dat het af traden van den grootvoret spoediger tot den vrede zal leiden, is misschien wel wat kras. Al is ook grootvorst Nicolaas het hoofd der oorlogspartij, het lijkt er daar om nog niet op, dat deze zelf heeft afge daan. Integendeel zal men eerder uit al do wijzigingen in het legerbestuur moeten op maken, dat Rusland zich uitrust tot nog heftiger strijd, dat er met den Tsaar als opperbevelhebber een nieuwe faze in den oorlog begint. Bovendien is men ook op andere wijze bezig zich voor te bereiden voor een nieuwen- veldtocht, en het krach tiger stand houden der Russen op sommige punten wijst er wel op, dat de troepen mis schien beter van munitie voorzien zijn dan totnogtoe het geval was. De oorlog in het Oosten zal dus aan den kant van Rusland waarschijnlijk met grooter kracht worden hervat, maar of het oorlogstooneel daar door een ander aanzien zal krijgen, is de vraag. Over 't algemeen is op heden de toestand aan het Oosterfront nog niet voel veran derd. Een Russisch legerbericht vertelt wel- „Geef me liever wat braniewijn," zei hij tot den hospes. Hij nam het glas en sloeg den inhoud in één teug naar binnen. Daarop nam hij eon stool en ging zwijigend zitten, zijn handen op zijn knieën en mot voorovergebogen hcofd, alsof hij luisterde. Het was een vreemd man. Zijn ruig en verweerd gezicht droeg diepe rimpels. Lang, grijs haar hing op zij,n schouders en spreidde zich zelfs over tie kraag van rijn- dikke jas uit. Aan den duim van zijn rechter hand droeg hij oen breeden, gouden ring en aan die hand ontbraken de derde en de vierde vinger, terwijl do gewrichten op die plaats afzichtelijk rood© litteekens vertoonden. De rug van zijn beide handen was sterk geta toeëerd. Met ziohtbare inspanning stond hij op, haalde een pijp uit zijn zak, vulde die uit een tinnen tabaksdoos en trachtte er den brand in te steken, maar heb beven van zijn hand maakte het hem onmogeijk. De waard reikte hem een brandende lucifer aan. „Je hebt vanavond weer veel last van je beven, Blook,1' zei hij. „Ja, ja, last van beven, zooa-ls je zegt, antwoordde de man. „'t Is niets geen avond voor je om uit te gaan," zei kapitein Rate deelnemend. Blook schudde.het hoofd, maar zei niets, en de anderen zetten hun gesprek voort en letten niet verder op hom. Geen woord was gevallen tusschen Blook en den stuur man, maar van tijd tob tijd zag hij dezei met een zonderlinge uitdrukking aan. OÜPTSCHLAIMD Een dapper tooneelspcier. Alexander Moissi, tooneelspeler van het Reinhardt-ensemble te Berlijn, is wegens dapperheid met het IJzeren Kruis le klasse begiftigd. Moissi is Italiaan van'geboorte, maar liet zich bij het begin van den oorlog natural i- seereqj en trad vrijwillig als gewoon soldaat in dienst bij het Pruisische leger en heeft het reeds tob luitenant gebracht, De sterkte van het Dultschc leger. De Londensche „Daily Tel behelst een op betrouwbare gegevens steunende berekening van de sterkte van het Duïtsche leger en van zijn verliezen.. Wij laten haar hier in haar geheel volgen. Eindelijk stond de kruidenier op cm heen te gaan en Pettigriel volgde zijn voorbeeld, Het was vijf minuten voor tienen. Toen d© klok sloeg, dronken ook do heide zeelie den hun glas leeg en maakten aanstalten om heen te gaan Blook staarde in het vuur van den haard, zijn uitgegane pijp in do hand. „Ga jij niet naar huis, Blook?" vroeg kapitein Rate. „De waard zal j© nog de deur u i tzetten Blook stond langzaam op en wierp een blik naar de deur. „Gaan jelui... gaan jelui mijn huis langs?" vroeg hij, op vreesachtigen toon. „Je bent toch niet bang om naar je eigern huis te gaan, Blook?" vroeg spottend de stuurman, die nu voor het eerst het woord tot hem richtte. „Neen, bang niet," antwoordde Blook, weer met dezelfde vreesaphtigo uit drukking in zijn oog. „Waar zou ik bang voor rijn? Ik ben niet zoo'n lafbek als jullie." „Nou, maar je ziet er anders vanavond niets heldhaftig uit!" merkt dê kapitein op met een lach. „Je moet dat van je af zetten, Blook. Het zal je nog kapot maken!..." Do beide zeelieden wenschten Fagg, den waard, goeden nacht. Blook volgde hen tot d6 deur en luisterde naar het wegsterven van hun voetstappen. Toen hij de deur achter zich hoorde sluiten, keek hij vreesachtig rond. Daarop liet hij het hoofd zakken en spoedde zich langs den door de mist- onzicht- baren weg voort, totdat hij aan een hek kwam. Hier trad hij binnen, stak een klein „Er kan geen twijfel aan bestaan, of vele van do berekeningen der DuitscHo verliezen en reserves, dio reeds gepubliceerd zijn, waren geheel onjuist, en daarom mogen do volgende cijfers, die wij uit volstrekt gezaghebl>endo bron putten, zeker op belangstelling rekenen. Het blijkt thans dat op of omstreeks 31 Juli LI. de vijandelijke legers als volgt verdeeld waren We stel ij k front. 1,800,000 Duitschers. O 0 s t e 1 ij k front. 1,400,000 Duitschers. 1,120,000 Oostenrijkers (waarschijnlijk). 3,520,000 Totaal op beide fronten 4,320,000. Er stonden dus alleen aan Duitschers 3,200,000 ma» in de gf-vochwlink- Bovendien vertoeft or nog een groot aantal Landwehr- en Landsturm-mannen c-n nog andore troepen in do garnizoens, forten en op de rerbindingB- liaiee, behalve do convalescenten en invalii-den. In hoeverre deze reserve-troepen bewapend en uitgeriftt zijn, is niet zeker, maat het feit, dat het totale aantal manschappen aan beide fron ten slechts 3,200,000 bedraagt, zou er op wij zen, dat dit omstreeks de maximum sterkte is. volledig uitgerust in de gevechtslinio te plaat- Kort na het uitbreken van den oorlog be gonnen de Duitschers de verliezen in hun eer ste linie en leeervetroepen aan te vullen door manschappen van landweer en landstorm. Alle Duiteche troepen in de gevechtslinie zijn thans van zoogoed als dezelfde qualiteit, -want terwijl do oorspronkelijke eerste linieruim schoots is aangevuld uit de tweede en derde linies, zoo bestaat er een tamelijk uitgebreide menging van eerste linie met reservetroepen in de tweede en derde linies. Berekend is, dat in de eerste paar maanden van den oorlog de eerste linie-troepen onge veer 30 van hun effectief verloren en de reserve ongeveer 25 Dezen werden vervan gen door de recruten van 1914 en van vroegere lichtingen, z.g. ..opgespaarden". De gerefor meerde troepen (thans de lichting 1915 bevat tend) hebben sindsdien nogmaals ongeveer 50 ▼an hun effectief verloren, zoodat or waar schijnlijk slechts ongeveer 2-5 van de oor spronkelijke eerste linie-troepen is overgeble ven, waarbij dan de lichtgewonden moeten wor den gevoegd, die naar het front zijn terugge keerd Do Duiteche verliezen aan dooden, gewonden en vermisten, tot 30" Juni, bedragen in totaal 1,672.444 man, a!s volgt verdeeld 306'. 123 gesneuveld 15.806 aan ziekte overleden; 540.723 vermist, krijgsgevangen of zoo zwaar gewond dat zij geen dienst meer kunnen doen. Er moet echter* op gewezen worden dat er aan beide fronten sedert begin Juni zeer hevig gestreden is en een groot gedeelte der verlie zen in deze laatste periode Ivan Juni en later) is in dit totaal-van 1:672.000 ;r.an niet inbe grepen. Voor het afgeloopen oorlogsjaar kan men de totale verliezen der Duitschers voor- loopig op rond 2.000.000 man stellen. Aanne mende dat van dit waarschijnlijk totale ver lies van 2 millioen man in de twaalf maanden ongeveer 500.000 man slechts licjjit gewond wa ren, en op het oogenblik der schatting afwezig van het front wegens verlof of verblijf in de hospitalen, maar die vroeg of laat terug zul len keeren, zoo kan men het totale netto- verlics over de twaalf maanden op 1.500.000 man stollen. Dat cijfer is dan het aantal manschappen dat do Duitschers voo? goed kwijt zijn. En van die 1.500.000 zijn er min stens 400.000 a 450.000 gedood. Juirte opgaven van het aantal Duitsche krijgsgevangenen in handen der geallieerden zijn niet verkrijgbaar. Waarschijnlijk hadden de Duitsch°rs bij het begin van den oorlog ongeveer 8.000.000 man voor militairen dienst beschikbaar en boven dien rullen er nog zoo iets als 1 of 1.5 millioen mannen van den dienstplichtigen leeftijd zijn. Het is dus wel opmerkelyk,, dat er op het oogenblik daarvan slechts ongeveer 3.200.00 man in de gevechtslinie staan, en de eenig© aannemelijke reden daarvoor is, zooals reeds is opgemerkt, dat do Duitschers voor het oogen blik niet in staat zijn, meer dan dat aantal mannen van geweren, kleederen, uitrusting stukken, kanonnen, munitie enz. te voorzien. Of zij later wel in staat zullen zijn om een grooter aantal uit te rusten, moet natuurlijk worden a fee wacht. Wellicht zullen zij het ver mogen. Natuurlijk ie een aanzienlijk aantal mannen van den dienstplichtigen leeftijd noo dig voor het vervaardigen van wapens, munitie enz., en dezen moeten, met de 1.500.000 man verliezen, worden afgetrokken van de 8.000.000, die in Augustus 1914 beschikbaar waren. Ongeveer 500.000 jongelieden bereiken ieder jaar den dienstplichtigen leeftijd. Daarvan zal de lichting 1914 bij die 8 millioen gerekend moeten worden. Zij heeft reeds kruit geroken en tol de verliezen bijgedragen. Het was een tuintje over, en opende met bevende hand een onderdeur van een oudervretsch, over hellend voorportaal. Hij slaakte een zucht van verlichting en wierp de deur met een smak dicht. II. Voor de inwoners van het kleine stadje Sandworth was Fortell Blook vrijwel een mysterie. Hij had zich ongeveer 2 jaar gele den gevestigd; niemand wist van waar hij gekomen was en hij sprak nooit over zijn verleden. Hij was niert van middelen ont bloot en had het voorkomen van iemand, die een goed deel van de wereld gezien had. Blook leefde eenzelvig in zijn kleine huisje, erj, in het weinige dat hij noodig had werd voorzien door een oude vrouw, die iederen morgen om zeven uur kwam en om één uur heenging. Op den morgen, volgende op zijn bezoek aan „De Drie Koningen" klopte juffrouw Spain als gewoonlijk aan zijn deur. „Hier is uw kop the©, mijnheer," zeide zij, „en het is mooi weer!" Geen antwoord krijgend, klopt© zij nog maals, en na nog een oogenblik wachtens draaide zij de kruk van de deur om en trad de kamer binnen. „Hier is. uw..." wilde zij herhalen, maar op hetzelfde oogenblik viel het theeblad en wat er op stond met groot geraas op den grond en juffrouw Spain holde met eon lui den kreet de trap af en de straat op. Het naastbij gelegen huis was „De Drie Konin gen"; juffrouw Spain was juist van plan op de deur te honsen, toen een stevige poli- groote lichting en feitelijk veel talrijker da.: 500,000 man, daar allo manschappen er bij n a ren opgeroepen, dio om verschillende redenen bij vroegere lichtingen warerx achtergehouden. }-ƒ'Jn!|jk telde die uitzondoringalicbtina 50.000 man. Do lichting van 1915, in December opgeroe- pöh heeft tot dusverre blijkbaar slechts onbe duidende verliezen geleden. Zij kan niet vc~l meer dan 350.00 Wn tellen, daar zij reeds in Augustus een groot aantal vrijwilligers had geleverd. Do lichtingen 1916 en 1917, waar van do eersto thans gedrild wordt (opgeroe pen tegen einde Mei) kunnen samen niet meer dan 400.000 man tellen, daar wegens do prills jeugd do lotelingen (10 en 17 jaar), slechis 'n zeker gedeelte bruikbaar voor den zwaren velddienst zal blijken. De ijzeren Hindenburg. Hot spijkers slaan in den IJ z o r e n Hin denburg. te Berlijn opgericht, hoeft den eersten dag 20,000 Mark opgebracht. ENGELAN». Zeppelins boven Engeland. LONDEN. Het persbureau deelt mede: Bij den laatsten Zeppelin- aanval van Woensdagavond op do Oostelijke graafschappen en den omtrok van Londen werden twaalf mannen, twee vrou wen en zes kinderen gedood, acht mannen, vier vrouwen en twee kinderen ernstig, en acht-en-dertig mannen, drie-en-twintig vrouwen en eif kinderen licht gewond. Hei zijn allen burgers, met uitzondering van vier soldaten, van wie één gedood en drie ge wond werden. BERLIJN. Officioele mededeeling. Onze marine-luchtschepen deden in den nacht van 8 op 9 September met succes een aanval op het westen en de city van Londen, op do groote fabriekte stel lingen bij Norwich en de havenwerken en ijzerfabrieken van Middlesborough, Krachtige ontploffingen en talrijke bran den werden waargenomen. De luchtschepen werden door vijandelijke batterijen hevig beschoten, doch keerden allen behouden terug. De stemming in Engeland. LONDEN. Antwoorden van nog vijf ministers, leden van het Kabinet, zijn ont vangen door de Labour party", die allen zich aansluiten bij de verklaring door Llovd George afgelegd tot den heer Humbert: „.Zoolang een enkele Duitsche soldaat blijft op Franschen of Belgischen bodem, is or geen Engc-lschman, die er aan zal denken vrede te sluiten." De antwoorden zijn afkomstig van Sir Edward Grev, Lord Lansdowne, Lord Crewe, Arthur Henderson en Winston Churchill. Lord Robert Cecil, enderminister van buitenlandsche zaken, zeide gisteravond in eon redevoering te Croydon, dat hij in den tegenwoordigen stand van zaken niéts zag wat hem een oogenblik zou kunnen doen twijfelen aan de eindelijk© overwinning der geallieerden. Hij gelooft vaat, dat rij in de Dardanellen Diet ver zijn van een succes, dat een grooten invloed zal hebben. Spre kende over den Zeppelin-raid boven Londen, z?ide Lord Robert Cecil, dat deze niet allc-en de onwettige wreedheid van den tegenstander toont, doch dat het boven zijn bevatting gaat, hoe eenig denkend wezen zich kan voorstellen, dat het werpen van bommen op onschuldige vrouwen en kin deren eenig militair doel kan hebben. Troebelen In Britsch-lndlë. BERLIJN. De „Lokal Anz." ver neemt uit Konstantinopel dat aan de- noordgrens van Britsck-Indië een hevige strijd gevoerd is tusschen Engelsche sol daten en Afghanen, waarbij 3000 Engcl- schen gedaad zijn. Bij Lahore worlt sinds twintig dagen gevochten Een lucht-admlraal. Ten gevolge van den grooten omvang, die de manne-vliegdienst heeft aangenomen, ©ene wijziging gebracht in het Admirali- teits-lucht-departement en is die afdeeling onder leiding van admiraal C. L. Yaughan tie-agent naderde uit de richting van de markt. Juffrouw Spain vloog dadelijk op hem toe. „O, mijnheer Spragg!" riep zij hartstoch telijk uit, „die arme mijnheer Blook..." De agent zette zijn slaperig© oogen wijd open. „Wat scheelt er aan, juffrouw Spain? Is er iets met mijnheer Blook?" „O ja, 't is. vreeselijk, 't is vreeselijk! Ik heb de koorts van schrik. Er is iets ver schrikkelijks gebeurd. Mijnheer Blook is dood „Dood! Dat'is dan wel plotseling. En waar is hij aan gestorven?" „Ik weet niet. Ik ben bang, dat-.,." „Bang waarvoor?" „O, u begrijpt me niet. Ik vrees, dat bij vermoord is..." „Wat? Vermoord? Hier? In Sandworth?" juffrouw Spain kon niet andere dan toe stemmend knikken. De agent fronste de wenkbrauwen. „Wie zou dat gedaan kunnen hebben?" vroeg hij, met een hulpeloos gebaar. Want zelfs- hij" als hoofdagent stond voor zóó'n raadsel „U gaat dadelijk naar dokter Gray", be val. hij. De oude juffrouw spoedde zich weg, «n Fagg ging terug naar de markt, waar een agent met aandacht zijn schoenen stond te bekijken. ,,Ga dadelijk met me mee, Smit", zei Fagg op onweerstaanbaren toon. ..Er is een mesdaad gepleegd bij de Bosch jee." (Wordt, vervolgd./

Krantenbank Zeeland

De Soldatencourant. Orgaan voor Leger en Vloot | 1915 | | pagina 1