No. 85, Woensdag 3 Maart 1915 Orgaan voor Leger en Vloot. Oorlogsnieuws. Onder redactie van D. MANASSEN. De Vaandrig. in tfjiiasg 4Ö,ÓÓÖ exem^flFen.' DE SOLDATENCOURANT ADRES DEK REDACTIE EN ADMINISTRATIE PALESTRINASTRAAT 10, AMSTERDAM, TELEFOON Z.-1968. DIT BLAD VERSCHIJNT DRIEMAAL PER WEEK. LOSSE NUMMERS VOOR MILITAIREN 1 CENT, VOOR NIET-MILITAI REN 3 CENT, ABONNEMENT 1.50 PER DRIE MAANDEN. Voor Advertent i;:-n wende men zich tot het A!g. Advertentie-Bureau BOUMA&Co. Heerengraeut '228 Amsterdam, tot de Drukkerij .Jacob van Cam pen* N. Z. Voorburgwal 231-21'J (Keizerrijk 9) Amsterdam of tot onze Administratie. Pai'-strinaatraat 10, Amsterdam. Prys der Advertentien per regel 80 cent. By abonnement reductie. Wonderlijke, ongehoorde dingen vallen in dezen oorlog voor. Wie had voor nog maar eenige jaren durven ctroomen van een gevecht in de lucht? En toch komen dergelijke „duels", zooals men ze wel' noemt, dikwijls voor. Nauwelijks stijgt van een der oorlogvoerende partijen een vlieger op, of een van den vijand vertoont zich insgelijks, en_ honderden meters' boven den beganen grond speelt zich een voorval af, als wij op onze plaat zien voorgesteld. Een Duitsche „Taube" is ter verkenning der vijandelijke linies opgevlogeneen Fransche vlieger heeft dat bemerkt en - valt den Duitscher aan en treft een der vijanden doodelijk, H6t-hier geschilderde feit had plaats in een stortbui bij zwaren wind, Geen audiëntie. Blijkens bericht in do „Staatstourant" wordt Donderdag a.s. door den Minister van Oorlog geen audiëntie verleend. Eerste hulp hij ongelukken. Verboden is..... Naar dr. A. von Kovach te Budapest, door dr. C. J. Mijnlieff uit „Heb Reddingwezen''. Dr. A. von Kovach, de bekendo leider van de „Budapest-er Freiwiüige Retiungsgesell- schaft" Leeft in het ..Zeitschrift für Samari- tcr- und ReUung.wescn-' Jhrg. XX No. I, een opstel geschreven, dat ons uit het hart gegre pen is: een'serie van wenken namelijk omtrent wat verboden is bij het verleeuen van eerste hulp bij ongelukken. Wij geven daarom de voornaamste»ln'er en daar cenigszins gewij zigd of aangevuld, hieronder weer. Gij moogt geen eerste hulp willen verleeuen, indien gij het niet zeker kunt. Gij moogt nooit vergeten bij een eenigszins ernstig ongeluk zoo spoedig mogelijk genees kundige hulp in to roepen, en zelfs na een schijnbaar onbe.tcekcnend ongeluk den patient naar den geneeskundige te verwijzen. Gij moogt niet overluid spreken, noch op merkingen maken over den patient, want hij verstaat dezo wellicht, ook indien hij schijn baar bewusteloos is. Gij moet geen geld, geen horloge noch eenig ander voorwerp van waardo aan een zwaar- zieke of een bewustelooze ter betere bewaring ontnemen, indien geen getuigen aanwezig zijn. Gij moogt oen patient, dio bewusteloos is of met opstaan kan, nooit ruw of onvoorzichtig aanpakken, nog minder wegdragen. Bewusteloosheid eu Schijndood. Gij moogt niet toelaten dat, indien iemand in onmacht of bewusteloosheid ter neder ligt, velen om hem heen staan en hem daardoor de zoo hooge frissche lucht ontnemen. Gij moogt nooit een bewustelooze, die naar alcohol riekt, zonder meer als een dronkaard beschouwen en behandelen, want hij kan na het gebruik van slechts één borrel een ernstig on geluk gekregen hebbc-n. Gij moogt een bewustelooze geen vloeistof in den mond gieten. Gij moogt bij een schijndoods de huid niet ruw en aanhoudend sterk wrijven, want zij wordt spoedig tot bloeden gewreven. Gij moogt geen wanne kruiken aanleggen, Ken verhaal int d.c dagen van den „Alten Kntz". Wèl was het een moeilijke tochtEn daar bij brandde de gloeiend heete Augustuszon op de Oder-brug, waarover het leger van den grooten koning marcheerde, alsof zij den stroom tot den laat-stcn druppel toe zou doen op drogen. Gejaagd plukte Hans von Bfuel aan den band van zijn degen en wischte zich liet zweet van het verhitte gelaat. ..Ik wou, dat hot al voorbij was!" zei hij in zichzelf. „Maar had ik mogen wachten?" En een deftige, ontkennende hoofdknik was hei antwoord op zijn eigen vraag. Wachten, neen, dat ging niet langer. Hij bad al jaren gewacht, zooais zoo menige an dere in het legeraltijd met do stille hoop, dat het toch eindelijk wel vrede zou worden en men zich een eigen haard kon scheppen onder Wt gelui van de vredesklokken. Maar nu was alvorens ze goed ingewikkeld of omwikkeld te hebben.' Gij moogt niet aannemen, dat iemand dood is, indien niet de zekere teekenen daarvan (lijk stijfheid en lijkevlekken) aanwezig zijn. Kunstmatige ademhaling. Gij moogt de kunstmatige ademhaling niet toepassen, voor dat gij u overtuigd hebt. elat er geen vreemd voorwerp in den mond of keel is, geen los ge bit., geen pruim, geen modder, geen zand of wat ook. Gij moogt bij de kunstmatig© ademhaling nooit ruw te werk gaan. vooral geen ruwen druk op borst of buik uitoefenen, opdat niet een rib gebroken of de lever gescheurd worde. Gij moogt niet ophouden met de kunstma tige ademhaling hij een schijndoode toe tc pas sen, voordat een geneesheer den dood gecon stateerd heeft. Verdrinking, Verstikking. Gij moogt een drenkeling niet op zijn hoofd zetten, noch hem om en om rollen. Gij moogt bij iemand, die zich opgehangen heeft, het touw of koord niet lossnijden zonder het lichaam stevig te ondersteunen. Gij moogt in een met ontplofbaar gas gevul de ruimte niet binnentreden met een brandend voorwerp. Vergiftiging. Gij moogt, indien iemand een vergift ingeno men heeft, de overgebleven rpst van dit ver gift niet laten verwijderen of weggooien, noch ook de ontlasting of de urine. Gij moogt geen braking opwekken, indien het vergift een bijtend vergift was. Bevriezing. Gij moogt iemand, die bevroren.is, niet ruw opnemen noch de stijve ledematen trachten tc bewegen. Gij moogt hem niet dadelijk in een warm vertrek brengen. Verbranding. Gij moogt iemand, wiens kleeren vlam gevat hebben, niet lateu wegloopeu, opdat door de daardoor ontstane luchtbeweging de vlam niet nog aangewakkerd worde. Gij moogt het vuur -niet uitgedoofd achten, voordat gij liet lichaam met water overo-oten hebt. Ongeval door e 1 e c. t r i s c h e stroomen, Gij moogt den draad van eon electrïsche ge leiding niet met de bloote hand aanvatten, of dien met een metalen voorwerp aanraken. de vrede verder dan ooit en de arme Renata had geschreven dat het niet langer uit hou den was- Ja, dat geloefde hij graag. A! drie jaar lang werd he dappere, lieve meisje door twee mede dingers lastig gevallen, die hem, den armen, onberaiddelaen kapitein van den grooten ko ning de loef af trachtten te steken. Het was waarlijk geen gemakkelijke taak voor de arme wees, onder zulke omstandigheden den man harer keuze trouw te blijven. Toch bad zij volhard, met kracht en met moed, en die an deren telkens weer afgewezen. En nu waren de Russen in de Neumark ge vallen, op het door Renata von Bredow ge- ertdo landgoed neergestreken, en waren er aan 't plunderen, rooien en verwoesten geslagen. En in dien hachelijke» nood stond zij slechts met een paar bedienden en diestmaaaden al leen tegenover 't gevaar. Zij was dapper en on- verschrikkeneigenlijk was er een soldaat aan haar verloren gegaan en meermalen had zij met de rijzweep in do hand den roovers een pijnlijk voorbeeld gesteld. Maar nu ging het niet langer; zij kwam tegen een te 'groote overmacht te staan en eenige dagen geleden had Hans dat briefje van haar ontvangen. Zij kou niet meer, schreef zijdo vijanden en die dikhootdige man met Wonden en bloedingeru Gij moogt een wond niet aanraken. Gij moogt een wond niet met water noch' met een andere vloeistof uitwasschen. Gij moogt geen turfmolm, geen mest, geen tabak, geen kweepeerenbladeren, geen suiker, geen spinneweb op een wond leggen, gij moogt een wond niet met een vuil of een quasi-schoon doekje verbinden, noch zoogenaamde bloedstel pende watten aanwenden, noch een pleister zonder meer op de wond leggen. Gij moogt een bloedstolsel, dat zich op de wond gevormd heeft, niet afuasschen. Gij moogt een gewond lichaamsdeel niet on- noodig bewegen. Gij moogt iemand, die een neusbloeding heeft, niet laten praten, noch koud water of water met azijn op laten snuiven. Beenbreuk en Ontwrichting. Gij moogt een gebroken lid niet onnoodig be wegen. Gij moogt een gebroken lid niet bewegen om te hooren of de beenstukken tegen elkaar kras sen Gij moogt een gebroken of ontw richt lid niet trachten to „zetten". reuzenstrijd. Ala we dit schrijven ia de achtste maand van den groote oorlog reeds ingetreden. De maanden velgen elkaar op en gaan voorbij met telkens nieuwe verwikkelingen, telkens nieuwer heftiger strijd, maar zonder ons het einde dichterbij te brengen, naar het schijnt. Te zeggen, wie als eindelijke overwinnaars uit den strijd zullen te voorschijn komen, hoe deze ten slotte beslist zal worden, het is nog evenmin te doen als aan het begin van den krijg. Op de eigenlijke gevechtslinie, waar het om gaat, aan het Westerfront, komt geen de minste verandering, liggen de vijanden tegenover elkaar als reeds maanden geleden, dringt geen van hen vooruit, vrijkt geen van beiden achteruit. Intusschen vermeerderen zich de verwik kelingen op verschillende wijze en dreigen al meer volken in dezen oorlog betrokken te worden. Nieuwe complicaties zijn te ver wachten uit den strijd om de Dardanellen, die in de laatste dagen ernstig is begonnen. Fransche en Engelsche oorlogsschepen heb ben de forten aan den ingang der zeeëngte beschoten, er wordt zelfs bericht, dat zij de Dardanellen zijn binnengevaren en er man schappen aan land hebben gezet. Het doel is duidelijkde toegang naar Konstantinopel, de hoofdstad van Turkije, moet geforceerd worden, en die stad moet vallen. Gemakke lijk zal dat niet gaan; de Dardanellen zijn aan weerskanten bezet met sterke forten en het water er van is vol mijnen. Maar de Engelsche bladen, meenen, dat de geallieer den er w-el zullen komen, niet met. de sche pen alleen, maar ook door een leger aan land te zetten. Konstantinopel zou dus in handen der gealliëerden moeten vallenDan zou Turkije machteloos zijn, voorgoed verloren in Euro pa, zoo niet ook in Azië. Maar daar zou het niet bij blijven. Rusland zou zich dezen kant uitbreiden, eindelijk in het bezit komen van een uitgang naar een groote zee, welke niet een groot deel des jaars is toegevroren. Dit is Ruslands grootste wensoh, zooals men weet, maar zou Engeland, dat, met het oog op Egypte, zooveel belangen heeft in het Oosten der Middellandsche zee, dat prettig vinden En hoe zullen Italië, hoe sommige Balkanstaten er over denken? Het i3 te vreezen, dat de inneming van Kon stantinopel door de gealliëerden zal leiden 'tot deelneming van nog andere mogendhe den aan den oorlog, tot uitbreiding van den wereldbrand. Aan het Oostelijk front schijnt de strijd iu deze dagen zeer hevig te woeden. De Duitschers willen blijkbaar met kracht de behaalde vcordeelen vervolgen. Aan den linkeroever der Njemen moeten de gevech ten zeer hardnekkig zijn en is het kanon gebulder niet van de lucht. De strijd strekt zich uit, volgens de Russische berichten, ver over de vestingwerken van Grodno. De hoogten en de dorpen zijn nu eens in het bezit der Duitschers, dan weer van de Russen. Vooral om de stad Przasnysz moeit zeer heftig gevochten zijn, op een dag, Zater dag, waren beurtelings de Duitschers en de Russen er meester. Aan weerskanten vallen blijkbaar vele dooden en gewondeu, de ver liezen worden zwaar genoemd. De Duitschers zijn in den laatsften tijd vooruitgedrongen, maar of zij nu verder zullen komen, is de vraag. Zij geven toe, dat de Russen meer zijn herhaald aanzoekHet was te veel voor haar Zijn besluit had dadelijk vastgestaantrou wen. Trouwen, en dat wel zoo spoedig moge lijk! De gelegenheid was gunstig: het leger ging naar do Neumark. Zij zouden dan trou wen, en Anna kon voorloopig naar zijn familie gaan, of wel na den aftocht der Russen, die da groot© kening weldra duchtig klop zou ge ven, gelijk het vorige jaar bij Zorndorf ge beurd was, onder Ret beleid van een dapperen neef van Von Pfncl, op baar.landgoed blijven' tot hec vrede was. Zoo was zijn besluit. Hij had zijn verzoek om te huwen bij den koning ingedie'nd en beden zou bij bij zijn koninklijken veldheer op au diëntie gaan Maar die audiëntie, dat was geen lichte last. Dat wist bij. Want belaas stond Hans von Pfuel en hij dacht er met het grootste leedwezen aan bij den koning niet hoog aan geschreven. En dat sedert de dagen bij Kolin, anno 57. Hij had toen zijn kompagine in prach tige orde uit den strijd terug doen trokken de opdringende vijandelijke ruiters haddeu geen enkelen aanval op zijn kleine schaar gewaagd. Het was den koning ter oore gekome.n. „Waarom vlucht gij?" „Wij vluchten niet, Majesteit. De slag is versterkt en met grooter activiteit zijn op getreden en dat de Duitschers bij Przas nysz moesten terug wijken. Zoo Blijft de strijd in Polen teil slotte even onbeslist als aan het Westerfront en overwinning en neerlaag golven er heen en weer als van het begin van den oorlog af. In België en Noord-Frankrijk blijft de toestand feitelijk dezelfde. Het strijden gaat er zijn gang als gewoonlijk: een loop gravenoorlog met kanonnades en afzonder lijken aanvallen. Fransche en Duïteche be richten maken van kleine voordeelen mel ding, van hevige gevechten op enkele pun ten, maar dat is alles, zooals wij het reeds maandenlang kenden. Duitschland. Een onderscheiding. BERLIJN. De Keizer heeft v. Hinden burg en diens chef van den generalen staf v. Ludendorff het Eikenloof bij de orde „Pour le Mérjte" toegekend. Een welwillende bepaling. BERLIJN. Wegens bet gevaar, veroor zaakt door onderzeeërs, behoeven Engel- schen, die vergunning hebben om te vertrek ken, niet meer uitsluitend over Beoitheim te leizen, maar kunnen zij ook via Schaffhau- sc-n door Zwitserland gaan. De 6de van elke. maand blijft de eenige dag, waarop de reis mag worden aanvaard. Ten noorden van de Memel. De Pruisische afgevaardigde Gaigalst vertelt in de Berliner Lokal-Anzeiger", hoe het hoekje van Oost Pruisen ten noor- d -n van de Memel ten gevolge van de Rus sische invasie geteisterd is. Nadat hij de verwoestingen beschreven heeft, die de Russische troepen in hun kwartieren heb ben aangericht, deelt hij mee: In de richting der grens hebben de Rus sische boeren, die aan de overzijde der grens wonen, hun werk gedaan. Alles wat zij mc-e konden nemen hebben zij meegenomenvee, paarden, schapen, varkens, ja zelfs de honden. Alleen de katten konden zij niet krijgen. De woningen waren in vele gevallen kaal achter gelaten, zelfs de sloten der domen waren er uit geschroefd. De betimmering van de schuren en stallen hadden zij afgetrokken en weggesleept. Als de vroegere eigenaars terugkeeren, zullen pj geen stoel om op te zitten, geen kleeding- stuk en nog minder eenig voedsel terugvin den. Vluchtelingen kwamen ai terug met de have, die zij indertijd hadden gered. Er kwam een wagentje met één paard met wat hooi en stroo er op. Bovenop zat een bleeke vrouw met twee kleine kinderen. De man is soldaat. Ach ter in den wagen, naast het hooi, staat een geit vastgebonden en kauwt bedachtzaam zijn voer. Er achter aan draaft een magere koe. Nu, deze vrouw heeft ten minst© nog iets om zich te voeden, namelijk de melk. Maar dui zenden zijn den Russen ontvlucht zonder het minste mee te nemen. Zij vinden ook niets meer tehuis. Honderden menschen heb ik ge zien, die uit hun leege, geplunderde woning troosteloos weer naar de stad terug kwaraen. Alle achtergeblevenen van eiken leeftijd en geslacht zijn naar Rusland weggevoerd. Een boer uit het district Ragnit, die met zijn vrouw naar de markt was, toen de Russen zijn wo ning overvielen, mist zijn zes kinderen. Yer- dert vertelt h:j nog: bij den plotselingen inval van den vijand zijn velen zoo snel gevlucht, dat zij geen tijd hadden zich tegen het weer te kleeden. Een arts vertelde: het was in dezen oorlog zijn droevigste werk geweest, dat hij twee jonge meisjes die met haar moeder in dikke sneeuw mijlen ver gevlucht waren, en wier beenen geheel e bevroren waren, deze had moeten afzetten. Bij Sclimallinken heeft een aantal inwoners zijn toevlucht gezocht in het bosch. Gedurende de strenge koude hebben zij in aardholen gewoond en zij moeten er on- menschelijk hebben uitgezien, toen ze weer voor den dag kwamen. Tien groote kerkgemeen ten, het heele gebied ten noorden van du Me mel, van Schmailinken tot den spoorweg Tilsit- gemel, zijn door het harde lot getroffen. De strijd In den Elzas. De oorlogscorrespondent van de Frf. Zei- tung schrijft tut het hoofdkwartier dd. 14 Februari: De bestorming van de Hirzstein en vooral van de Hartmannsweilerkopf in de Vogezen be hoort tot de schoonste wapenfeiten van enze troepen in den opper-Elzas. Vooral de strijd om de Hartmannsweilerkopf was zeer bezwaar lijk, daar men hier te doen had met een kegel van 957 meter hoogte, waarvan de wanden zeer steil met afgebrokkelde rots en ijs bedekt en bovendien met prikkeldraad en takkenbossen bevestigd waren. De ruiterij heeft aan de be storming met de karabijn in de hand als infan terie deel genomen. De Franschen, voornamelijk Alpenjagers, hielden do sterk bevestigde Hirzstein en Hart mannsweilerkopf bezet en hadden bij Kohl- schlag bergartillerie als dekking in stelling gebracht. In de eerste dagen van Januari werd verlorenonze stelling moest worden opge geven, wij zouden zonder eenig nut te gronde gaan...." „Wou jelui rakkerbende dan ééuwig'leven was de koning uitgevaren. ,,Ge zult uw kerels wed en een miseratele manier aangevoerd en uw plicht niet gedaan hebben, zo oak alle offi cieren beden...." ,,TTwe Majesteit niet uitgezonderd", had de koning toen den lijkbleek geworden' Von Pfuel hooren zeggen, „want Uwe Majesteit heeft den reeds gewonnen veldslag weer verloten Hier bliksemde hei staalblauw© oog den driesten spreker plotseling tegen.... „Maak, dat ge weg komt. Wanneer ik het daar den tijd voor acht, zal ik u het icehte antwoord op zulk een redeneoring doen hoo- -'on Sedert dien dag kon de koning zijn kapitein Hans von Pfuel niet meer uitstaan. Moedig had hij gevochten bij Roszbach en Leuthen, bij Zorjidorf en Hochkirch, met lof hadden zijn superieurs hem overladen en verslag over hem uitgebracht. „Het is een windhond", had de koning ge antwoord, en bij Kolin is hij het eerst losgebro ken I" Zoo vaak Hans von Pfuel zulke uitlatingen ter oore kwamen^ had hij de tanden op elkaar op grond van verkenningen besloten de Harfc- mannweïlerkopf t© nemen en do Hirzstein slechts bezig te houden. Boven op den stcilen lugel van den Kopf is een klein plateau, dat door eenige compagnieën Alpenjagers verde digd werd. We moesten or op rekenen, dat de Franschen uit de boerderijen, die in hun bezit waren krachtige tegenaanvallen zouden doen, daar zij natuurlijk een voorwaarts dringen van de Duitschers in de richting van het Thanner- wald, hun voornaamsten verbindingsweg, met alle geweld zouden trachten te verhinderen. Den 18 Januari 'a middags om vier uur zou de aanval beginnen. Om elf uur 30 stonden do dekkingstroepen bij de Jagcrtanne gereed en men had ook een dekking tegen den Hirzstein afgezonderd. Nadat de Hartmannsweilerkopf omsingeld was, begonnen Mecklenburgsche ja gers den aanval. Daar dezo op het moeilijke terrein slechts langzaam voorwaarts kwamen werden ook de Wurtembergers en Holsteiners in het vuur gebracht, dio op de hellingen onder zwaar vuur moeizaam vooruit kwamen. In den nacht deed een mijnen-werper-afdeeling met veel succes haar werk. Intusschen hadden de dekkingstroepen het zwaar to verantwoorden. Reeds in den loop van den middag vonden kleine aanvallen plaats. Een hevig© aanval werd in den nacht door eenigo bataljons uit gevoerd, doch ook deze mislukt© door het goed gerichte vuur van de dekkingstroepen. Den volgenden morgen kwamen er nog meer Duitsche troepen en werden do verdedigers steeds nauwer ingesloten. Teen dan de laatste toebereidselen tot de bestorming genomen wa ren, gaven de verdedigers zich over zonder den laatsten aanval af te wachten. Twee dagen later werd do Hirzstein be stormd- Drie compagnieën vielen tegelijkertijd van drie kanten aan, terwijl eenige andere compagnieën en eskadrons uhlanen aan de Rehfelsen en Sandgrubcnkopf als dekking vooruit geschoven werden. Ook werd een mijn- werper-afdeeling opgesteld. Om acht uur 's morgens namen eenige batterijen zware ar tillerie den Hirzstein een half uur onder vuur, waarop zij hun vuur meer paar achter richtten om het aanvoeren van versterking naar dit punt te beletten. Nadat de mijnwerpers nog een tijd gewerkt hadden, begonnen de Rijn landers om half tien de bestorming. Als kat ten klauterden zij. zonder een schot te lossen, de steile hellingen op, en over» de hindernis sen. Nog een korte verbitterde strijd met de blanke wapens en om negen uur 50 was de Hirzstein in handen der Duitschers. De sterkte van het Duitsche leger. In het Engelsche Lagerhuis heeft de heer Tennant namens de regeering in ant woord op een vraag meegedeeld, dat volgens het in 1912 gepubliceerde handboek van het Duitsche leger, het aantal geoefenden en ongeoefenden voor het Duitsche leger be schikbaar 9.898.000 bedroeg, n.l. geoefen den, met inbegrip van reserve en land weer 3.302.000 Geoefende landstorm623.000 Een-jarige vrijwilligers85.000 Nonactieve onderofficieren 92.000 Totaal geoefend4.102.000 Gedeeltelijk geoefenden Ereatz- Reserve113.000 Ongeoefende Ersatz-reserve en landstorm5.683.000 Totaal9.898.000 Frankrijk. Op het Westelijk ooriogsterrein. LONDEN. In de Zaterdag uitgegeven officieele rapporten worden de schitterende wapenfeiten van Heerentage op 19 Februari beschreven. Te zes uur 's ochtends begon een hevige beschieting van een gedeelte van ons front tusschen de hoeve Verbeke en het park Heerentage. Tegelijkertijd werd op de streek tusschen Hoop Belleward een hevig bom bardement geopend, waardoor het telefoon station werd verwoest en de draden gebro ken, die de loopgraven verbonden met de posten van de bataljonschefs. Te 6 uur 45 breidde de aanval zich uit van de aanplanting van Veldook naar het noorden van den weg van Meenen naar den vijver van Heerentage, maar de beweging was onmiddellijk gesignaleerd aan de Fran sche artillerie, die het vuur op de troepen opende, terwijl deze tegelijkertijd waren blootgesteld aan een hevig vuur uit de Fransche loopgraven en aan een fknkvuur van de Fransche machine-geweren. Geheele troepen werden weggemaaid. De aanval werd afgeslagen. Toch slaagden de Duit schers erin op één punt door te dringen in een der Fransche loopgraven, gelegen op 60 M. ten Zuiden van het kasteel Heeren tage aan het einde van den sector, die door de Duitsche mijnwerpers zwaar beschoten was. Ondanks het vuur van de artillerie, van den vijand, dat zich voortdurend uitbreidde met t doel de bewegingen der Fransche re- geklemd en zich afgevraagd of het niet beter zou zijn den dienst te verlaten, dan een vorst te dienen, bij wien hij toch geen goed kon doen. -Maar hij kon het niet van zich zelf verkrijgen den monarch te verlaten onder zulke omstan digheden, waar de zwaarbeproefde koning heel Europa tegen zich in 't harnas vond. Met den scherpen blik van een mensehenkenner merkte Hans op, dat de koning niet behoord© tot die karakters, welke in het ongeluk week en inschikkelijk worden, maar wel tot hen die door den tegenspoed onhandelbaar, norsch en hard voor hunne omgeving worden. Zoo had hij de ruwheden van zijn koning zwijgend, zij 'i ook met bloedend hart verdragen. Telen, die met hem gelijk in rang of onder hem stonden waren hem gepasseerd en tot majoor bevorderd; hij-zelf was nog al tijd kapitein, en geen vriendelijke blik des ko- nings had hem ooit- getroffen. Hans wist het do koning kon in zijn hardheid onbillijk en on vermurwbaar zijn; zijn eigen broeder had hij na hot gebeurde bij Kolin niet verschoond men vertelde dat deze het zich zoodanig had aangetrokken, dat hij in het stille Oranienbnrg oen ontijdigen dood gestorven wasnu zou hij dus een armen infanterie-kapitein, wien hij een goed dee! van de nederlaag bij Kolin weet, beter behandelen?. Een klein maar typisch kaartje van het Oosterfront brengen wij heden onze lezers Spreekt men op het Westelijk ooriogsterrein van een ontzaglijk front, waarlangs gevochten wordt, in her. Oosten zal het wel niet veel korter zijn. Het. loopt ook daar reeds sedert maanden van Nimmersatt, ten noorden van Memel, tot aan Tzernowitz in de Bnkowina. Alleen verandert op het Oosterfront de lange linie vaker en komen er veel grooter bochten en kronkelingen in. De Duitsche troepen hebben onlangs de Russen een zware nederlaag toegebracht en zij rukken nu over Suwalki, ten noorden van Warschau, aan op en langs de Njemen. serve-troepen te verhinderen, gelukte het den Franschen een compagnie naar het zui den van den weg naar Meenen te dringen en een andere naar de nabijheid van het kasteel. De tegenaanval kon echter slechts met groot© moeite voortgezet worden, daar de vijand verlangend scheen zijn aanval met groote kracht te hervatten. Te 1 uur was men blijkbaar gereed voor een nieuwen aanval bij de hoeve Verbeke, waar zeer hevig geschoten tverd. Er werd echter geen aanval door den vijand gedaan en van toen af werd rondom het kasteel Heerentage alleen gestreden om de laatste loopgraaf. De vijand had twee vuurlinies op de hel lingen, die het. kasteel beheerschen, waarvan een gedeelte de eerste linie zijner loopgra ven, aangelegd aan hjrt einde van het beek je Bassevelle, versterkte. Het govolg aaar- van was dat alle aanvallen der Franschen op 19 Februari om de door den vijand be zette loopgraaf te heroveren door liet hevig© vuur der Duitschers verijdeld werden, ter wijl dit vuur slechts gedeeltelijk geneutrali seerd werd door dat van de Fransche ar tillerie. Te 6 uur veroverden de Franschen, die versterkt waren met twee compagnieën, ge steund door twee groepen artillerie, een gedeelte van de loopgraaf. Veertig M. bleven echter in handen van den vijand- Te 9 uur 45 gelastte de generaal, die bevel voerde over de divisie, dat voor het aanbreken van den dag een aanval zou wor den gedaan met het doel de rest van de loopgraaf te nemen, nadat de troepen met drie compagnieën versterkt waren. De aanval geschiedde in den ochtend van 20 Febr. te 5 uur 45, maar had ten gevolgo van het hevige vuur van den vijand geen succes. Twee latere aanvallen mislukten eveneens. Intusschen hadden de Franschen maatre gelen genomen om machine-geweren en een mortier naar voren te brengen, terwijl aan de linkerzijde andere mach ine-geweren en een bommenwerper ten zuiden van het kasteel opgesteld werden. Tevens werden handgranaten uitgereikt-. Tegen 3 uur gaf de kolonel het bevel tot den aanval. De Fransche machine-geweren openden op een afstand van 30 M. van de loopgraaf een vuur, dat de loopgraaf geheel en al bestreek, er werden handgranaten ge worpen en de Fransche artillerie liet een regen van projectielen nederdalen op de verschillende afdeelingen van de loopgra ven. Wie trachtte te ontkomen, viel door het vuur van machine- en andere geweren. De Fransche artillerie stormde ten slotte do loopgraaf binnen, welker laatste verdedi gers gedood werden. Te 4 uur 50 was de loopgraaf geheel en al heroverd. De verliezen der Duitschers in de laatste En toch had Von Pfuel de vast© hoop, dat er eenmaal een dag zou komen, dat de koning zijn ongelijk in zou zien, een dag die al het ge- ledene goed zou maken en hem, den trouwen en dapperen Hans, geven zou waar hij meen de recht op t© hebbea. J3, ongetwijfeld, die dag zou komen. Maar heden was het die dag niet, dat voelde hij, toen hij voor den koning trad, die hem dade lijk op ruwen toon aansprak. „Wat wilt gij0 Trouwen wilt gij? Zijt ge dan dol geworden? Een officier zonder merite en zonder geld? Trouwen? In deze beroerde dagen? Kwelt u de duivel?' „Sta mij toe, Majesteit ,dat ik u de redenen zeg...." „Redenen? Blijft mij met uw redenen van 't lijf. Al mijn officieren denken om vechten, en rij denkt om trouwen? Geloof mij, het hu- welijü is óók een oorlog, en als gij u daarin even slecht zoudt gedragen als intertijd bij Kolin, dan zoudt gij het u den een of anderen dag beklagen een vrouw genomen te hebben!" (Wordt vervpigd.)

Krantenbank Zeeland

De Soldatencourant. Orgaan voor Leger en Vloot | 1915 | | pagina 1