TWEE SOUVEREINEN GEDIEND No. 133 Vrijdag I Augustus 1947 3e Jaargang DE SCHAKEL ALGEMEEN NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD VOOR WEST ZEEUWSCH-VLAANDEREN Verschijnt iederen Vrijdag in alle plaatsen van West Zeeuwsch-Vlaanderen Prijs per kwartaal f r,Franco p. p. f 1,15 Adv. 7 cent p. m.m. Drukker-Uitgever Fa. Smoor de Hulster, Boulevard 120, Breskens Op naar nieuw overleg. Woensdag 23 Juli heeft de Minister- President in de Tweede Kamer een regeringsverklaring afgelegd over de laatste gebeurtenissen in Indonesië. Na te hebben uiteengezet waarom de Nederlandse Regering eindelijk is over gegaan tot het in beweging stellen van haar militaire macht in Indonesië, n.l. alleen met het doel om orde en rust op Java en Sumatra te herstellen, teneinde daarmede de voorwaarden te herschep pen, welke de uitvoering van de over eenkomst van Linggadjati mogelijk zullen kunnen maken, eindigde Minis ter Beel zijn verklaring als volgt: - ,,En Zondag j.L. heb ik in mijn radio-rede gezegddat zodra een Leiding der Republiek bereid en bij machte zal blijken tot een samenwer king metterdaad overeenkomstig de beginselen van Linggadjati een gelijkberechtigde plaats als door de andere deelstaten ingenomenin de Kring van de Verenigde Staten van Indonesië voor haar open staat. Hier moge ik herhalendat de Nederlandse Regering harerzijds van harte zodra de situatie dat toe laat naar nieuwe overeenstem ming wil strevenovereenkomstig het staatkundig beginselprogramma van Linggadjati, mits de uitvoering daar van dan verzekerd zij. De andere delen en andere bevol kingsgroepen van Indonesië, Suri name en de Nederlandse Antillen Nederland zelf en velen in het gebied der Republiek'wachten met stijgend ongeduld, opdat langs de weg van een rondetafel-conferentie en van wettelijke voorzieningen de hervor ming van het Koninkrijk nu einde lijk haar beslag krijgt in het nieuwe staatsbestel, in de Koninklijke rede van 7 December 1942 toegezegd. FEUILLETON 49) door OU1DA. En - en gisteren leende ik van Gran ville Lee, die juist met zijn wedden schappen had afgerekend en met een pakje banknoten uit de Corner kwam, vijf en zeventig pond. Ik zou ze hem morgen teruggeven, want ik meende stellig te winnen". Bertie sprong op. De slaperige on verschilligheid was van zijn gelaat ver dwenen en had plaats gemaakt voor de uitdrukking, die daarop gekomen was, toen lord Royallieu de naam zij ner moeder onteerde. Zijn wetboek noemde slechts één daad welke de man, die haar pleegde, onherstelbaar voor eeuwig onteerde, en die daad was - geld lenen van een vriend. „Vóór je dood zul je nog schande brengen over ons geslacht! Heb je zelfs niet het meest alledaagse begrip van eer?" vroeg hij. Bij die vraag lag er in zijn stem meer smart en verachting dan ooit het geval was geweest. Daarop wacht ook de internationale samenleving, zuaarin dat nieuwe staatsbestel en zijn leden hun rol hebben te vervullen" Wanneer we in het bijzonder het bovenaangehaalde slot van deze „open hartige zouden we het willen noemen" Regeringsverklaring naar haar waarde willen beoordelen, behoeft het geen verwondering te wekken, dat de door de Nederlandse Regering thans in Indonesië ingeslagen weg in de Tweede Kamer weinig critiek van betekenis heeft ondervonden en dat het door haar gevoerde beleid door de over grote meerderheid in de Kamer is goedgekeurd. Een door de Communis ten ingediende motie, waarbij de Re gering werd verzocht onverwijld op dracht te geven tot het staken der vijandelijkheden en het hervatten van de onderhandelingen, werd verworpen met 79 stemmen tegen en slechts 9 stemmen (die van de Communisten) voor. Minister Jonkman had het bij de verdediging van het Regeringsbe leid ditmaal gemakkelijk en de scher mutselingen welke in de Tweede Ka mer -met woorden - werden ge voerd, bestonden grotendeels uit me ningsverschillen tussen de verschillende partijen, in het bijzonder tussen de afgevaardigden van de Communistische Partij en die van de Partij van de Arbeid en voorts tussen de Partij v. d. Arbeid en de Anti-Revolutionairen en Christelijk Historischen. De Communisten bezigden de gebruikelijke grote woor den als imperialisme, koloniale oorlog, onderdrukking, uitzuiging en soortge lijke Sovjet-woorden, doch een dergelijk knal-vuurwerk zijn we van die zijde nu zo langzamerhand al gewoon; dat sorteert in ons- land toch geen effect meer, aangezien we reeds lang weten, dat men van die zijde het Indonesische probleem toch niet in zijn ware ver- Onder die scherpe, berispende woor den kreeg het gelaat van de knaap wel een blos, doch 't was er een veel eer van toorn dan van schaamte. Ook sloeg hij de ogen niet op. Met norse blikken keek hij naar het gele papier van een roman, die hij in zijn boos heid vol ezelsoren maakte. „Je bent tamelijk streng in je oor deel," klonk het daarop somber doch onbeschaamd tevens. „Ben jij zelf zulk een voorbeeld van eer? Mijn schulden bedragen geen vijfde van de uwe". Een ogenblik dreigde zelfs Cecil's zachtmoedigheid plaats te maken voor drift. Schulden had hij, doch niet aan zijn vrienden; niet één was van zo danige aard, dat hij daarvoor viel bui ten het bereik van de wet. Hij zweeg. Hij wilde niet redetwisten met iemand, die in vergelijking van hem nog slechts een kind was. Hij keerde dus terug naar zijn stoel en nam, met de sigaar in de mond, weder plaats. In de uitdrukking van zijn gelaat was niet de minste veran dering gekomen. „Dat je bijzonder hoffelijk bent, kan ik niet zeggen, jongenlief," zei hij sla- houdingen wil of mag zien. Daar geldt alleen het woord van Moskou, het uitvoeren van de gegeven opdracht, om in de rest van de wereld zoveel mogelijk chaotische toestanden in het leven te roepen. De heren Tilanus (c.h.) en Schouten (a.r.) de woordvoerders van de rech terzijde in de Tweede Kamer, gaven te kennen dat zij zich geheel konden verenigen met het politieël optreden van onze militaire macht in Indonesië. Zij betreurden het dat dit niet eerder was geschied en verklaarden, dat zij Linggadjati wel als beginselprogramma in grote lijnen konden aanvaarden, doch dat de huidige Republiek voor hen daarin toch een struikelblok zou blij ven, m.a.w. dat zij met Soekarno c.s. toch geen nieuwe onderhandelingen over de verdere uitvoering van Linggadjati wensen te voeren. Of de Regering zich thans ook al op dit standpunt heeft gesteld is nog een open vraag, alhoewel de uitdruk kingen in de hierboven afgedrukte Regeringsverklaring „zodra een leiding in de Republiek bereid en bij machte za! blijken" enz. en „naar een nieuwe overeenstemming wil streven, mits de uitvoering daarvan verzekerd zij", een bepaalde gedachtengang in die richting niet uitsluiten. Te meer niet, wanneer we deze gedachtengang combineren met woorden uit de oproep, die Dr. Van Mook Vrijdag 25 dezer door de radio tot het Nederlandse volk heeft gericht. Hij zei daarin o.a. „Djokja bleef iedere samenwerking afwijzen en bleef in gezelschap van Japanners en Duitsers, van deserteurs, van Westerse en Oosterse avonturiers en profiteurs." Zo is het, Djokja bestaat thans uit een stel mensen dat zich aan de be langen van het Indonesische volk in het geheel niet stoort; sterker nog, dat eensdeels die belangen absoluut perig, „maar mogelijk heb je gelijk. Behalve voor de snede van mijn rok ben ik voor jou in geen enkele zin een goed voorbeeld. Zo ver ik weet, heb ik mij daarvoor ook nooit uitge geven. Over mij zeiven ben ik vol strekt niet zo bij uitstek tevreden, dat ik mij als model zou willen stellen. Je vertelt mij, dat je morgen - of liever gezegd vandaag - driehonderd pond nodig hebt. Ik weet geen betere raad dan dat je met de eerste trein gaat naar de Shires en ze ridderiijk vraagt aan Royal. Die weigert je toch nooit iets". Met een oog vol stomme ontzetting, die de norse, trotse uitdrukking als met een toverslag van zijn gezicht deed verdwijnen, keek Berkeley Cecil aan. De knaap was zo besluiteloos als een jong meisje gn trilde van angst. Met woeste overdrijving, slechts de letter lijke weerkaatsing van de drift, die in hem kookte, gaf hij antwoord. „Liever snij ik mij de hals af. Dit meen ik, zowaar ik leef! Vooral op dit ogenblik, nu zij de hypotheek op Royallieu dreigen op te zeggen". „Wat? De hypotheek waarop?"

Krantenbank Zeeland

De Schakel | 1947 | | pagina 1