NIEUWS-EN ADVERTENTIEBLAD VOOR ZUID-BEVELAND oveRöenkinq >3 Pracht handen 29STE JAARGANG No. 36 14 FEBRUARI 1964 J. A. WESTSTRATE - MIDDELBURG UITGEVERSMAATSCHAPPIJ „DE SCHELDEBODE" Verschijnt des vrijdags DRUK Fa. F. VAN DER PEYL KRUININGEN J. M. C. VAN DER PEYL KRUININGEN Merkhorloges Ruim zeven miljoen Nederlanders rijden op een tweewieler T"be'-60-95" Hamea-Gelei e REDACTEUR: ROUAANSE KAAI 21 - TELEF. (01180) 2453 Abonnementsprijs bij vooruitbetaling 1,40 per kwartaal Franco per post 2,80 per halfjaar ADMINISTRATIE MARKT 19 - TELEF. (01130) 381 - GIRO 28425 Advertentieprijs 1-25 mm 3,verder 12 cent per mm Ingezonden mededelingen dubbel tarief In te zenden vóór woensdag 12 uur Daarom, broeders, benaarstigu te meer om uw roeping en ver kiezing vast te maken; want dat doende zult ge nimmermeer struikelen. II Petrus 1 10 Gij moet, o christen, uw roeping en verkiezing „vast maken". Gij moet haar bevestigen, van kracht, werkzaam ma ken. Een overeenkomst, die niet be krachtigd, een besluit, dat niet getekend wordt, heeft geen waarde. Ons leven moet een bestendige bevestiging zijn van onze roeping; een leven uit en naar deze waarheid. We werden geroepen wij kwamen en werden afgezonderd. Nu moet deze daad en ervaring uitgangs punt van ons leven van elke dag zgn. Twee dingen deed de Herder onzer zielen: Hij riep ons en Hij leidde ons uit, nadat we op Zijn roepen gekomen waren. Met dat uitleiden van hen, die op Zijn roepen komen, zondert Hij hen af. Die roeping komt in het Evangelie, in Gods eigen Woord tot ons. Ze geldt ons bij name. Maar velen kennen hun naam nog niet, en daarom zijn ze nog steeds tevergeefs geroepen, ofschoon de Zaligmaker hen bedoelt. Bij name ge roepen worden, wil zeggen, te worden aangesproken naar wat ge inderdaad zijt: dat is een verlorene, een zondaar. Dat is uw naam; die woorden drukken uit, wat gij zijt. Geen andere naam doet dat. Die andere namen zijn schuilna men. De Heiland roept u (gelijk Hg mij riep) bij wat werkelijk uw naam is uw naam bij God! zondaar. Wie dat wil weten hoort zich onvermoeid door Christus roepen enhij komt. Zalig ogenblik van strijd en vreugde: hg De meest succesvolle Eterna, Pontiac, Stowa, Union ancre, koopt U bij de horloger juwelier KAPELLE (Z.-B TELEFOON (01102) 223 BEKENDE SERVICE EN GARANTIE wordt uitgeleid, afgezonderd en verenigd met Gods kinderen. En o, kan het wel anders dan moeten wij ons haasten om deze ver andering te bekrachtigen en in een le ven van volgzaamheid vast te leggen. Bekering en belijdenis zijn bij ons toch geen oorkussen geworden? Kent ge die bijzondere blijdschap? dat verzadigd worden met Gods liefde? dat opsprin gen van vreugde in uw God? Wat is uw roeping en verkiezing u? Een oorkussen of een prikkel? Leeft ge in deze bigde waarheid, dan zullen uw goede werken als vruchten openbaar maken, dat gij Jezus kent en daarin verzekert u de Here, dat ge de Zijne zijt. En: dat doende zult gij nimmermeer struikelen. Dan zult ge niet (als Demas) ten val komen, maar de eindstreep halen en straks voor Zijn aangezicht gesteld wor den in de vreugde. Want zodoende ont vangt ge ook een ruime ingang. Wat is meer onze ijver waard? Maak vast uw roeping en verkiezing door een trouw en vurig leven. (Uit een Dagboek) OPMARS VAN BROMFIETS STUIT ONTWIKKELING VAN FIETS NIET Nederland wordt door vele buitenlan ders gekenmerkt door bollenvelden en watermolens, door klompen en fietsen. Goed, klompen dragen we nauwelijks meer, maar de kleurige bollenveldenen de molens „doen" het nog steeds. Ja, en dan de fiets of eigenlijk de twee wieler. Nu de RAI-tentoonstelling (van 28 febr. t/m 7 maart) voor tweewielers voor de deur staat, willen wij even stil staan bij de plaats, die de tweewieler in onze huidige samenleving inneemt. Gemakkelijk kan men denken, dat het gemechaniseerde vervoermiddel op vier wielen een veel belangrijker funktie ver vult dan de doodgewone fiets. De auto vraagt aandacht, elke dag opnieuw, en krijgt die aandacht ook, el ke dag opnieuw. De fiets is echter niet weg te denken uit onze samenleving. Rond zes miljoen fietsen zijn er in ons land, hetgeen wil zeggen dat gemiddeld in ieder gezin twee fietsen zijn. Daar komen dan nog 1.5 miljoen bromfietsen bij. Volgens een onderzoek uit 1961 was bijna de helft van de fietsen in gebruik bij personen in de leeftijdsklasse van 15 tot 24 jaar, ruim 17 bij de 25- tot 34-jarigen en ongeveer 20 bij per sonen van 35 tot 49 jaar. Elk jaar kopen een half miljoen Ne derlanders een nieuwe fiets, waarbij vooral de sportfiets (ca. 70 van de afzet) populair is. En toch hebben degenen, die beweren dat de fiets niet meer de eerste plaats inneemt, een beetje gelijk. Maar dan niet wat het aantal betreft. Het aanzien van de fiets heeft een verandering ondergaan, langzaam maar zeker. Nu bedoelen we niet zozeer de techniek van de fiets, want daaraan is deze eeuw niet veel veranderd. Hier op afgaande zou men bijna kunnen zeggen: de fiets is volmaakt! In geheel ander opzicht heeft de fiets een andere plaats in de samenleving gekregen. 't Is nog niet eens zo lang geleden, dat de dorpsdokter statig op zijn fiets voorbij kon rijden, zich terdege bewust van zijn autoriteit. De tijd, dat we on ze eerste nieuwe of keurig gelakte en gebiesde tweedehands fiets door buren en bekenden lieten bewonderen, ligt ook nog maar enkele jaren achter ons. Die tijd is evenwel voorbij. De fiets wordt nu bijna (maar zover is het ge lukkig nog niet) telefonisch besteld, omdat hij van status-symbool en ele ment van luxe gewoon alledaags, ge bruiksvoorwerp is geworden. En de fiets in het verkeer? Gelukkig stelt de fiets geen grote eisen. Het stallingsprobleem is in de meeste gevallen wel op te lossen, moei lijkheden met parkeren zijn er niet. Daar komt bij, dat Nederland met zijn vlakke wegen ideaal is voor de twee wieler. Bij de fiets is er, vooral de laat ste jaren, een stevige verschuiving waar te nemen. Gebruikten vroeger veelal ver schillende kinderen uit één gezin slechts één (meestal oude dames-) fiets, nu rijden ze vaak allemaal op een splinter nieuwe. De kleuter- en kinderrijwielen maken tezamen met de jongens- en meisjesfietsen maar liefst 29 van de afzet uit. De bromfiets. Op vrijwel elk terrein zien we een steeds toenemende mechanisatie. De voorbeelden in het huishouden spreken wel de duidelijkste taal. Ook de fiets kon hieraan niet ontkomen, waarmee het verschijnsel bromfiets was geboren. Aanvankelijk schuchter als fiets met hulpmotorvermogen op de weg versche nen, heeft de bromfiets langzamerhand een geheel eigen gezicht gekregen. Maar het is en blijft een fiets^ met alle voor delen van deze tweewieler en voor de liefhebbers nog een paar meer. Ja, de bromfiets. Wat een misverstan den bestaan er rond deze tweewieler! Eerst wat feiten. In ons land zijn mo menteel zo'n 1.5 miljoen bromfietsen in gebruik, of anders gezegd één brom fiets op iederé vijf inwoners tussen de 15 en 65 jaar (één bromfietb op drie mannen). Gebleken is, dat slechts 17.5 van alle bromfietsen in het bezit is van jongens van 16 t/m 23 jaar. Daarente gen is 67.5 in het bezit van mannen tussen 24 en 65 jaar. Het resterende aantal is eigendom van meisjes en vrouwen van alle leeftijden. Hier kan een interessante conclusie aan worden vastgeknoopt. Zodra het woord „brom fiets" in gezelschap wordt gebezigd, ko men de emoties boven. De bromfiets is een onding in het verkeer heet het, of: wat veroorzaken die brom-nozems toch een narigheid. De cijfers geven echter een andere indruk van het gebruik van de brommer. Van de bijna miljoen „woonforen- sen", die bij de volkstelling van 1960 werden vastgesteld gaan er ruim 100.000 per brommer naar hun fabriek of kan toor, bijna evenveel als per trein. On geveer de helft legt hierbij een afstand af van meer dan een half uur rijden. Volgens een onderzoek van het C.B.S., ook in 1960, gingen bijna 300.000 va kantiegangers per bromfiets op stap. Dat zijn toch echt niet in de eerste plaats de lawaai-schoppende jongelui, ai vallen die misschien het meest op. Nog een feit: 70 van het hoofd stedelijke spitsuur-verkeer bestaat uit bromfietsers. De bromfiets voorziet dus in een behoefte en verdient zeker niet de lage waardering, die velen eraan toekennen. Bromfiets niet schuldig. Dat de bromfiets zélf soms de schuld krijgt van onregelmatigheden is beslist onjuist. Overigens is de dooddoener „de jeugd maakt er misbruik van" niet van vandaag of gisteren. Maken we slechts een vergelijking met de fiets van bg- voorbeeld enkele jaren voor de oorlog of direkt na de oorlog. Een motor om lawaai mee te maken was er niet op gemonteerd, maar wel een extra bel, een ratel op de spaken of andere in genieuze apparatuur, die alleen ten doel had zoveel mogelijk lawaai te produce ren. Het verschijnsel behoeft dus op zichzelf niet onrustbarend te zijn, al willen we de herrieschoppers beslist niet aanmoedigen met hun snode prak tijken nu maar „rustig" door te gaan. Natuurlijk is een dergelijke mentaliteit af te keuren. De bromfiets heeft inmiddels een groot aantal verschijningsvormen ge kregen. Duidelijk zijn er twee categorieën aan te wijzen. De bromfiets, die we gemaks halve snelbrommer noemen en de „lang zame" bromfiets. Beide groepen zijn, zij het niet altijd even duidelijk, het ant woord op de wensen van twee verschil lende leeftijdsklassen, de jongeren en de bromfietsers van middelbare leeftijd. Bij de „langzame" en ook vrijwel ge ruisloze bromfietsen is bijvoorbeeld de Solex een begrip geworden. Het heeft maar weinig gescheeld of de naam So lex was enige jaren geleden in plaats van merknaam de aanduiding van de soort geworden. Zo'n populariteit genoot deze rustige bromfiets, die voor het woon-werkverkeer zowel als voor re creatie een ideaal vervoermiddel vormt. Dat deze populariteit eerder is toegeno men dan verflauwd blijkt wel uit de verkoopcijfers. Sinds 1948, toen de eer ste Solex op de markt kwam, zijn er al meer dan een half miljoen verkocht! V erkeers veiligheid. Mocht de bromfiets dan al een hin derlijke geluidsproducent zijn, met fei ten is dit moeilijk te staven, evenals trouwens het tegendeel. Anders ligt dit bij de vermeende onveiligheid van de bromfiets. In dit verband is het zeker interessant melding te maken van het onderzoek dat de Stichting Wetenschap pelijk Onderzoek Verkeersveiligheid on langs heeft ingesteld en dat tot doel had na te gaan of bromfietsers als gehele groep en de zeer jeugdige bromfietsers in het bijzonder een evenredig hoog aam. tal malen bij ongevallen zijn betrokken. Bij het onderzoek werd de ongevals vatbaarheid van Verschillende deelne mers in het verkeer bepaald. Het aan tal geregistreerde ongevallen per mil joen afgelegde kilometers werd als on gevalsvatbaarheid beschouwd. Het blijkt dat de bergders van mo toren en scooters de hoogste ongevals vatbaarheid hebben, namelgk 14.6, ver volgens de bestuurders van auto's 13.8, de bromfietsers 7.1 en de wielrijders 1.3. De conclusie is duidelijk: de ongevals vatbaarheid van de bromfietsers als to tale groep is niet onrustbarend hoog, maar ligt tussen die van het snelver keer (auto's en motoren) en de fiets in. en nimmer ruw of schraal Beschouwen wg de invloed van leef tijd en ervaring op de ongevalsvatbaar- heid van bromfietsers dan blijkt dat dit cijfer voor de 1617-jarige bromfiet sers (29.2) ruim 2 x zo hoog is als dat van de 1819-jarigen (13.3). De groep die het veiligst rijdt, is die met een leeftijd tussen 25 en 60 jaar (4.4). De finiëren wij de ervaring als het totale aantal afgelegde kilometers in het ge hele „bromfietsleven", dan blijkt dat de rij-ervaring een zeer grote invloed heeft op de ongevalsvatbaarheid, met dien verstande dat de onervaren rijders (min der dan 5000 km afgelegd) een onge veer 2 x zo hoge ongevalsvatbaarheid hebben als de ervaren (meer dan 5000 km afgelegd). Gaat men de invloed van de onervarenheid incalculeren dan blijkt de invloed van de leeftijd nog wel aan wezig, maar niet meer zo sterk. Minimum leeftijd Gezien het voorgaande zijn er weinig argumenten tégen het verlagen van de minimum leeftijdsgrens voor bromfiet sers van 16 tot 14 jaar. Vóór de ver laging van deze grens zgn verschillen de punten aan te voeren. Omstreeks 14 jaar gaat een groot deel van de jeugd óf naar een andere school (voor voortgezet- of middelbaar onderwijs) óf krijgt een baan. In beide gevallen en dit *geldt vooral op het platteland en in kleine steden zal dan een grote afstand naar school of werk moeten worden afgelegd. Tér illustratie het volgende. Bg een enquête op een Lyceum in een middel grote stad bleek dat van de 360 leer lingen, 79 meer dan 10 km van de school woonden, 79 tussen de 5 en 10 km en 122 tussen de 2 en 5 km. Duidelijk blijkt wel hoe belangrijk de bromfiets voor deze groep is en niet alleen voor deze groep, maar voor hef hele Nederlandse volk. ALLE VRAGEN VOOR DEZE RUBRIEK UITSLUITEND TE ZENDEN AAN: REDACTIE „MET RAAD EN DAAD", ROUAANSE KAAI 21, MIDDELBURG met bgsluiting van een postzegel van 12 cent voor doorzending van uw brief Wij willen u met onze adviezen zo goed mogeigk van dienst zgn en geven zo mogeigk advies op elke vraag. Wg kunnen echter geen aansprakelijkheid aanvaarden voor elders verkregen inlichtingen of gegevens RED. Slager. Zijn slagers aan prijzen gebonden of mogen ze maar opslaan als het hen goeddunkt? En tot wie moet ik me wenden om hierover te reclameren? vraagt W. M. De algemene prijsvorming respectie velijk prijsregeling in Nederland kan uitgaan zowel van de overheid als van de georganiseered bedrijfsgenoten, waar bij de S.E.R. (Sociaal Economische Raad, Bezuidenhoutseweg 60 te Den Haag, tel. (070) 853500—856341) fun geert als toporgaan van het bedrijfs leven. Voor inlichtingen betreffende de slagersprijzen kunt u zich wenden tot het bedrijfsschap voor het slagersbedrijf, Riouwstraat 8 te 's-Gravenhage, tel. (070) 550900. Kapperstarief. Hoe hoog mogen de kapperstarieven voor heren zijn voor een gemeente die in de laagste klasse ge noteerd staat, en indien deze tarieven te hoog zijn, waar moet ik dan zijn om te reclameren? wil de heer W. M. we ten. De kapperstarieven zijn niet in de eerste plaats afhankelijk van de ge meenteklassen, maar ook in de kappers- bedrijven zelf is een graduering. Het se cretariaat van de Nederlandse Kappers- bond, Kastanjelaan 111 te Rotterdam, tel. (010) 182703 zal u hierover nader kunnen inlichten. Muziek. Hoe heet de herkennings melodie van het televisiestuk „Memo randum van een dokter?" Wie heeft dit geschreven? vraagt de heer W. De muziek, die gebruikt wordt in de televisieserie van de N.C.R.V. „Memo randum van een dokter" is: het Viool concert in D grote terts no. 1 uit 1' arte del Violino opus 3 van Pietro Locatelli. Het werd gespeeld door Susanne Lau- tenbacher en het Mainzer Kammer Or- chester onder leiding van Günter Kehr. De betreffende plaat is uitgebracht door Vox onder nummer DL 500-2 en door Philips onder nummer AL 02056. Interview. Is het waar, dat men voor een interview geld mag vragen? Vroegen de Beatles voor een interview 6000,— Inderdaad vroegen de Beatles voor dit verschijnen voor de televisiecamera's 6000,Artiesten, die voor de tele visie worden geïnterviewd, ontvangen in de regel een honorarium, omdat ze er tenslotte tijd aan moeten besteden en zich ervoor moeten kleden en kappen. Uiteraard achtte de VARA het genoem de bedrag echter veel te hoog! Zonnestand. R. G. informeert naar de zonnestand in graden op 21 juni en 21 december. Zoals u ongetwijfeld bekend is, be schijnt de zon in onze zomer hoofdzake lijk ons noordelijk halfrond en in de winter het zuidelgk halfrond. Volgens de berekening is de situatie op 21 juni als volgt: zon op 50 gr. uit het noorden, oostelijk; zon onder ook 50 gr. uit het noorden, maar dan westelgk. Op 21 de cember is de situatie omgekeerd: zon op 50 gr. uit het zuiden, oostelijk; zon onder 50 gr. zuidelgk westelgk. In uw kruisvorm, waarin u noord op 360 gr., oost op 90 gr., zuid op 180 gr. en west op 270 gr. stelt, wordt de situatie dus als volgt: op 21 juni zon op 50 gr., on der 310 gr., en op 21 december zon op 130 gr., onder 230 gr. Vermogensbelasting. Hoe groot is de vrijstelling voor de vermogensbelas ting voor een weduwe van boven de 65 jaar? Voor ongehuwden bedraagt de vrijstel ling voor de vermogensbelasting 22.500 gulden, voor bejaarden en/of invaliden komt daarbij 20.000,totaal dus voor het door u gestelde geval 42.500,-. Kunstmaandorkest. Hoe is eigenlijk de naam kunstmaandorkest ontstaan? Het Kunstmaandorkest ontleent zijn naam aan het feit, dat elf jaar geleden, n.l. in feberuari 1953 het initiatief ge nomen werd als tegenhanger van het Holland Festival een „kunstmaand" in te stellen, waarbij jonge Nederlandse musici in de gelegenheid werden gesteld hun prestaties voor het publiek op voor deliger basis naar voren te brengen. Directeur van deze Stichting Kunst maand te Amsterdam is de heer Jan Huckriede, voorzitter Mr. Dr. A. N. Kotting, secretaresse mevr. Y. Haags- ma-Kramer. Er werd toen een ensemble van ongeveer 25 jonge musici samen gesteld en dit initiatief had een derge lijk succes, dat mede op verzoek van de orkestleden, dit kleine ensemble is uitgegroeid tot een volwaardig sympho- nie-orkest met als huidige dirigent de heer Anton Kersjes. Ook de „kunst maand" wordt nog elk jaar gehouden van ongeveer half mei tot half juni. Televisie. Wanneer is hier te lande de televisie in werking gesteld? Is de Duitse televisie alleen bereikbaar in de oostelijke provincies en de Belgische in de zuidelijke? De televisie vindt haar oorsprong bij een Duitse pionier op dit gebied. Reeds 80 jaar geleden, n.l. in 1884, opperde de twintigjarige student Paul Nipkow het denkbeeld, dat beeldoverbrenging mogelijk moest zijn. Hij construeerde een schijf met gaatjes in spiraalvorm, waar mee veel geëxperimenteerd is, doch die thans reeds lang heeft afgedaan. Hier door werd zowel in de zender als in de ontvanger een telkens onderbroken licht straal doorgelaten, die het enerzijds ge fotografeerde beeld bij de ontvanger synchroon projecteerde. Pas na de uit vinding van de iconoscoop echter (in 1933) is de ontwikkeling van de (nu ge heel elektronische) televisie goed be gonnen en in steeds sneller tempo voort gegaan. Eind 1951 waren in de V.S., waar de televisie zich het snelst ont wikkelde, reeds 118 televisiezenders in bedrijf en waren er 13 miljoen ontvan gers. De B.B.C. in Engeland begon al voor de oorlog met een geregeld pro gramma. In Nederland is toestemming tot uitzending van televisieprogramma's verleend per 2 oktober 1951 aan de ge zamenlijke omroepverenigingen, nadat Philips bij wijze van experiment gedu rende drie jaar te Eindhoven enkele malen per week had uitgezonden. De experimentele zender had tot doel erva ringen op te doen, zowel op technisch gebied met de zend- en ontvangappara ten, als op het gebied van de samen stelling en de verzorging van televisie programma's. In de oostelijke en zuide lijke (gedeeltelijk) provincies van ons land zijn de nabijgelegen Duitse tele visiestations bereikbaar, in Limburg, Noord-Brabant en Zeeland ook de Vlaamse en Waalse zenders en in be paalde gevallen de Franse zender Rgs- sel (Lille). WEMELDENGE Van 1622 februari 1964 Donderdag 20 februari: Eerste Kwartier HOOGW. LAAGW. v.m. n.m. v.m. n.m. Zondag 5.39 5.59 11.16 11.17 Maandag 6.14 6.35 11.45 11.57 Dinsdag 6.50 7.13 12.22 Woensdag 7.28 7.54 0.38 1.07 Donderdag 8.11 8.44 1.27 1.57 Vrijdag 9.00 9.43 2.25 2.59 Zaterdag 10.08 11.01 3.41 4.21 Te Hansweert 35 minuten vroeger Te Yerseke 5 minuten later

Krantenbank Zeeland

Scheldebode | 1964 | | pagina 1