WAT ZOU ZEELAND ZIJN ZONDER DE PZC? Zeeuwen horen van de wind te weten. Wie in Vlissingen of Breskens zee kiest, moet zich eerst verge wissen. Compagnieschepen pasten eeuwenlang op hun tellen op de Rede van Rammekens. Tegenwoordig varen we tegen de wind in, als ooit Willem van der Decken. Op het Zeeuws-Vlaamse land lispelen de populieren zomer. De warme wind, zingt de Franse Vlaming Brei. In donkerder jaarge tijden buldert het in de schoorsteen en klepperen de pannen. Dan spookt 1953 nog in menig huis. Gaat de kering al dicht? De wind heerst over het vlakke Zeeuwse land. Je kunt hem horen, voelen, altijd en overal. Niet zien, zou je denken. Wij weten wel beter. Van de kust tot diep in de Zeeuwse achter landen neigen de bomen naar noordoost. Ze buigen mee-een kwestie van overleven in dat soms van zout vergeven gewest. De PZC steekt met de Zeeuwen een natte vinger in de lucht. Waakzaam. Waar zeespiegels en zandhonger dagelijks nieuws zijn, moet je wel weten uit welke hoek de wind waait. Maar dan nog. De wind tekent het Zeeuwse leven. Vanaf het hoogste duin bij Biggekerke zie je de wolken jagen en de golven koppen maken. Toch bestorm je er de hemel, beschut - zo voelt het - door een glazen wand. Meeuwen zeilen om je hoofd op de thermiek. Wij proberen het ook, maar blijven kwetsbare flyers.

Krantenbank Zeeland

Provinciale Zeeuwse Courant | 2015 | | pagina 29