Jan met de Pet heeft het over 't Heike PZC W DUJiBngeoiBcJ m door het oog van Wim Riemens 31 woensdag 25 november 1998 doorRoelf Reinders Café 't Oude Café, Dorpsstraat 102. Witte vitrage voor de ramen. Elke dinsdag rikken en jokeren. Eén ding snapt hij niet. de man rechts aan de bar. De Blauwe hè. Waarom die zo heet. Stikrood is hij toch? Dat komt dus door het zuipen. De barvrouw: „Iedereen hier heeft een bijnaam. Dat zijn dus geen scheldnamen, die mag je gerust noemen. Die van mij? Ooh, dat zij er zoveel. Maar ik word wel Brusselse Bakker genoemd. Iets met m'n voorouders of zo, 'k zou 't niet weten." De oude man aan het tafeltje is Bartje. Brouwershaven is die met die enorme tatoeage. „Hij heet Brouwer en hij vist graag.Witte Jos draait de ene peuk na de andere. De man met het ringetje in het oor: de Pallack. De Pallack, nog bij Beveren met Jean-Marie Pfaff gespeeld. En voor RBC: „Heb ik niet veel aan overgehouden. Niks anders dan zuipen. Ik was meestal reserve. Die Belgen, die willen de hele dag kussen en handen schudden. Daar werd ik gek van. Voor de training, na de training. En dan bier zuipen, Belgen drinken na de training echt geen koffie. De kantines daar zijn honderd meterlang. Eén keer in de maand kregen we onkostenvergoeding. Dat was dus de ene hoerentent in, de andere uit hè. Wat een tijd was dat. „Jean-Marie, dat was een fantastische vent. Echt waar. En een hele goeie keeper. Daar kon je mee op stap. Toen die wegging, lag alles op z'n kont. Hij is naar Bayern München gegaan, na drie jaar was-ie binnen. In dat eerste jaar heeft hij een penalty van Manfred Kaltz gestopt. Ja, das war ein interviewmensenlieverd. Wou hij Duits praten maar dat kon hij helemaal niet. Lachen." Café Rust Wat, Dorpsstraat 100. Witte vitrage voor de ramen. Plaats van huldiging van biljarter Dirk Jaspers uit St. Willebrord na het behalen van het Wereldkampioenschap driebanden in januari. Volgens Brusselse Bakker van 't Oude Café hangt Rust Wat nog vol met foto's van de huldiging. Niet dus. „Het is over met de liefde voor Dirk Jaspers", zegt 'R.R.'. lijnentrekker van de plaatselijke voetbalclub Rood-Wit. „Hij is al vijftig jaar lid", beweert de man wiens oom nog bij De Rekels van Corry Konings, ook uit St. Willebrord, heeft gespeeld. „Dirk Jaspers, daar houden we niet meer zo van hier", zegt de lijnentrekker. „Hij gaat verhuizen, Oosterhout. Dat is verraad aan het dorp, zo kun je dat wel zeggen. Al die foto's zijn van de muur gescheurd." Nee, dan Gerwin Valentijn, ook Willebrorder. Da's een sympathieke jongen. Heeft het niet gered nog. Hij is nog steeds stratenmaker. Valentijn, Valentino. Daaraan kun je nog zien dat er Spaans bloed in St. Willebrord stroomt, zegt een stamgast. Rood-Wit-sjaal, twee volle pilsjes op de toog. „Dat komt omdat het hier in de Tachtigjarige Oorlog een Spaanse enclave was", zegt de lijnentrekker. „Niet van illebrord die moeilijke woorden", roept iemand. Spaanse soldaten zagen het niet meer zitten, deserteerden, en zijn op de heide een eigen gemeenschap begonnen. Zo ongeveer. 't Heike, die andere naam voor St. Willebrord herinnert nog aan het voorbije heidelandschap. „Daar heb ik dus een hekel aan, die naam", zegt de lijnentrekker. „Dat wekt een bepaald beeld op van daar deugt het niet." Toch is 't Heike voor de echte Willebrorders schering en inslag volgens de man met de leren jas bij het raam. „Jan met de pet heeft 't wel over 't Heike." Maar ook met de naam St. Willebrord is iets. „Er zijn er die tegen hun baas zeggen: 'Ik kom van Rucphen.'" Verschuilen achter de gemeente waar St. Willebrord bij hoort. Het dorp kampt met een nogal hardnekkig imagoprobleem. Beunhazen, oplichters, criminelen. „Da's vroeger", zegt het kroegbezoek in Rust Wat. „Op het dorp zelf weinig meer", zegt de kruidenierster in de Dorpsstraat. 'Verse kelen', staat er op de deur, Brabants voor raapstelen. „En dan is 't vooral import." Altijd dezelfden, je kunt er donder op zeggen. In 't Oude Café: „De grootste drugskoningen wonen hier, da's gewoon waar. Valsemunters, alles. Maar de man van zes miljoen, die zit inmiddels in Spanje." De werkplaats van Sporthuis 'Hubert' in de Bremstraat. Rood vloerkleed, honderden rennerfoto's aan de wand. St. Willebrord is het wielerdorp van Nederland. In de Dorpsstraat alleen al zitten drie fietszaken. Wout en Rini Wagtmans zijn ex- geboren. Wim van Est woont er, die van die Pontiac. Hubert van Hoydonck: „Rini wil weer gaan fietsen, z'n gezondheid is verbeterd. Van Est fietst 'zomers nog. Die komen hier nog vaak in de werkplaats. Tijdens de hoogtijdagen van het Nederlandse wielrennen was het hier 's maandags volle bak, vijftien, twintig gasten, 't Waren toen altij d goede uitslagen, junioren, beroepsrenners. Stonden ze allemaal hier in de werkplaats hun ver-halen te vertellen en gebakskes te eten. En nog steeds komen hier elke dag renners langs: Blijlevens, Hoffman, Moerenhout, Knaven. Die komen hier dan om één uur aan om met een hele grote groep met amateurs te trainen. Die groten zitten dan al twee uur op de fiets." Een recordaantal inzenders reageerde op de foto in Buitengebied van vorige week. De exploitant van attractiecentrum het Arsenaal in Vlissingen kan gerust zijn. De bekendheid van het gebouw en de plaats is groot. Want dat is de juiste oplossing: het Arsenaal in Vlissingen, begin jaren negentig door Wim Riemens gefotografeerd, met op de voorgrond de oude Zeehondemverf in de Vissershaven. Veel inzenders vermelden de aanwezigheid van de in 1986 gerestaureerde werf er ook bij. Het Arsenaal zelf, een stenen schuur voor wapenopslag uit 1823, is inmiddels omgebouwd tot toeristische trekpleister, met een panoramatoren van 34 meter hoog en een appartementencomplex in de nabijheid. Dat er in het verleden in Vlissingen een wapenopslag nodig was, behoeft nauwelijks nadere toelichting. De stad, gelegen aan de monding van de Westerschelde, is door de eeuwen heen van strategische betekenis geweest. Vele oorlogshandelingen hebben sporen achtergelaten. De eerste betrouwbare vermelding van Vlissingen komt voor in een charter van mei 1247. Dan zijn er in het dorpje al een kerk en een pastorie, die tevens dienst doet als opvanghuis voor reizigers op weg naar Vlaanderen. Dus al voor die tijd was er sprake van bewoning. Waar denaam Vlissingen vandaan komt is onduidelijk. Er zijn verschillende veronderstellingen gedeponeerd. Ulysses, de fles van Sint-Willibrord, een veer aan de Vlesse - het zijn onbewezen gissingen. Het Arsenaal staat op een historisch stukje Vlissingen, de Oude Timmerwerfwijk die ontstond rond de in 1443 aangelegde Vissers- of Engelsche haven. In de wijk woonden de arbeiders van de talrijke scheepswerfjes. Vooral tijdens de Gouden Eeuw gonsde het van bedrijvigheid. Tijdens de Franse bezetting kwam daaraan rigoreus een einde. In 1811 werd de wijk onder groot protest van de bewoners ontruimd en gesloopt om ruimte te maken voor een hospitaal. Dat kwam er nooit: in 1814 moesten de Fransen het veld ruimen. Wel verrees er later de wapenopslagplaats van het Nederlandse leger. De Zeehonden werf is half de vijftiende eeuw ontstaan. De bekende reders Lampsins - hun huis staat er tegenover - lieten er hun schepen bouwen. Het laatste en grootste schip dat er op stapel is gezet, was de Deo Juvante in 1958, een binnenvaartschip van het type Kempenaar. Daarna ging het bergafwaarts en nu rest van de werf weinig meer dan een keienhelling met balken. Het scheepswrak op de foto is aan de sloop ontsnapt. G. J. Pasman en W. van Belzen uit Arnemuiden melden dat de boot is opgeknapt en onder de naam Maria weer in de vaart is, met als thuishaven Nieuwland. Voor J. M. Dattin uit Oostkapelle haalde de foto jeugdherinneringen op. „Ik heb er een keer een bottertje de helling zien aflopen." J. Adriaansen uit Halsteren schrijft dat hij ruim 50 jaar geleden als elektriciën op de werf werkte. Slechts twee verkeerde oplossingen: de Willem III- kazerne in Vlissingen en het "Met sommige i-enners heb ik een bijzondere band. Had ik ook met Bei-t Oosterbosch, kwam hier bijna elke dag. De avond voox-dat hij die hartaanval kreeg, belde hij mij nog op. Hij had gewonnen. Zat snel in de put, die jongen. Typisch iets voor tijdrijders. Er mocht geen vuiltje aan het stuur zitten. Bij Bert moest er steeds iets nieuws aan z'n fiets. Dat was voor z'n moraal. Hij wilde dat ik voor hem een 24-spaaks wiel maakte, toen had je nog allemaal 36- spaalcs wielen. Toen was-ie bij Post weg en zat hij bij Fx-ed de Bruyne. Ik heb die wielen gemaakt, won hij prompt vier prologen op rij, Duinkerken, De Panne en twee in Frankrijk. Dat was puur die nieuwe wielen. Iets nieuws, dat pepte hem op." Hij rommelt in laatjes. Een foto toen hij nog amateur was. De Ronde van Wernhout, een bocht naar links. Van Hoj'donck aan de buitenkant, met zonnebril. Naast hem Cees Koeken uit Aardenburg. Jan Raas in het shirt van de Trico- Nobleploeg in de binnenbocht, „Ik denk dat Koeken heeft gewonnen. Die was de rapste in de sprint. Ik was een gewone rennex; maar wel één die prijzen won. Maar nèt te min, te weinig spierkx-acht." „Met Cees Priem heb ik ook nog gefietst. Komt hier ook nog wel eens. Die kon zich na meer dan vijftien jaar geleden nog herinneren dat ik als beste op het kantje kon rijden! Zuinig fietsen in de waaier. Dat was ook zo. Cees, ik heb hem nog een kaart gestuux-d. Het is complete onzin wat daar in Frankrijk aan de hand is." Niemand doet iets. Het is een politieke kwestie geworden, de NedexTandse regering moet iets doen." „Doping mag niet, dat vei'dient straf, klaar af. Maar EPO, dat is een herstelmiddel, geen doping. Als er tegenwoordig in de Tour geen wandeletappes meer zijn. heb je herstelproducten nodig. Je mag ook een klein beetje EPO gebruiken. Dan is het toch ook logisch dat je ampullen aantx-eft. De wielex-sport woi-dt zo kapotgemaakt, dat is zo vreselijk jammei-. Fietsen is alles voor mij. De wielersport vangt nu alle klappen op. En de andere sportbonden kunnen straks met een schone lei beginnen. Ik vind het heel erg voor Cees. Maar ik weet niet wat ik moet doen. Vertel me wat ik moet doen. Als ik iets voor Cees zou kunnen doen, zou ik het doen." haventje de Paal bij Saeftinge. Uit de stapel goede inzendingen werden als winnaars getrokken: P. Schaar, Rilland, J. M. de Kam, Axel en W. Zurhaar, Vlissingen. Zij ontvangen een waardebon. De vraag van de nieuwe opgave luidt: welke plaats staat er op de foto van Wim Riemens? Oplossingen kunnen tot en met uiterlijk zaterdag 28 november worden gezonden naar: redactie PZC Buitengebied, postbus 18, 4380 AA, Vlissingen, fax 0118- 470102, e-mail redactie@pzc.nl. Onder de inzenders van goede oplossingen worden drie waardebonnen verloot.

Krantenbank Zeeland

Provinciale Zeeuwse Courant | 1998 | | pagina 31