Trage besluiten schaden welvaart Kale herinnering aan Vlissings Gouden Eeuw PZC Van der Zwan wil kortere procedures reportage 18 ZATERDAG 28 DECEMBER 1991 Veel kracht en vaart zit er niet in onze economie. Het is een veelgehoorde klacht van ondernemers, die doorgaans verwijzen naar de hoge arbeidskosten of'de stand van de overheidsfinanciën. Maar Nederland heeft nog een groot probleem, misschien wel net zo groot als dat van de wao, meent prof dr Arie van der Zwan. Het betreft de ellenlange procedures waar investeerders in Nederland tegenop lopen. Vooral als het gaat om grote, infrastructurele projecten als bruggen, tunnels, spoorlijnen, vliegvelden. De trage en onvoorspelbare publieke besluitvorming is een enorme belemmering voor slagvaardige investeringsbeslissingen, en daarmee voor bedrijvigheid en welvaart, meent hij. Nog vóór zijn korte maar hevige carrière bij het Vendex-con- cern, was professor Arie van de Zwan (PvdA) president van de Na tionale Investerings Bank (NIB). Bijna vanzelfsprekend was die bank betrokken bij de financie ringsplannen voor de vaste oever verbinding over de Westerschelde. „We zijn nu meer dan vier jaar ver der en het is nog steeds onduidelijk wat er met die investering gaat ge beuren". stelt Van der Zwan op za kelijke toon. Het is een voorbeeld uit eigen erva ring van de remmende werking die 'de publieke besluitvorming in Ne derland' op de bedrijvigheid in ons land heeft. „Bedrijven - en ook overheidsinstellingen - worden er soms moedeloos van. Investe ringsplannen zoals voor de Wester schelde ontstaan meestal als de rente aan de lage kant is. Maar als je dan absoluut geen peil kunt trekken op de vraag wannéér je die investeringen ook werkelijk kunt doen. kun je voor de financiering ervan niets regelen. Als zelfs met eens vaststaat dat je wel kunt in vesteren. omdat er onderweg, in die procedures, van alles en nog wat kan gebeuren, dan haalt de rente-ontwikkeling je vanzelf in en zul je het project moeten afbla zen!" Eerherstel Van der Zwan rekent het tot zijn taak dit soort problemen aan te kaarten. De 'rooie' professor baar de tien jaar geleden al opzien als prominent lid van de commissie- Wagner die. tegen de tijdgeest in, eerherstel vroeg voor de rol van het bedrijfsleven in de Nederlandse economie. Nu is hij president-di recteur van de World Software Groep, een investeringsmaat schappij in softwarebedrijven. Daarnaast is hij voorzitter van de Stuurgroep Nederland Industrie land, en vooral uit hoofde van die functie behoort Van der Zwan te weten wat er in ondernemend Ne derland speelt. Hobbyisme Politici en officiële functionarissen durven de te trage en onduidelijke besluitvorming nauwelijks aan te kaarten, meent Van der Zwan. „Maar in kringen van besluitvor mers wordt het algemeen gezien als een van de grootste struikel blokken van dit moment. Het heeft ook een uitzaaiende werking, het leidt tot een soort lethargie, in de zin van: laat ik daar maar nooit aan beginnen." Waar institutionele beleggers als verzekeringsmaatschappijen, be- leggings- en pensioenfondsen graag willen investeren in infra structurele projecten, zoeken ze mede om deze reden hun heil in het buitenland. Wat overigens ook geen onverdeeld succes is geble ken. Maar hierdoor mist de Neder landse samenleving wél de kans om op dit gebied bij te blijven in Europa. „Terwijl vervoer en distri butie van zo'n grote betekenis zijn voor de Nederlandse economie, is dit land allang geen koploper meer op het gebied van de infrastruc tuur die daarvoor onontbeerlijk is." .Het is natuurlijk goed dat daar re gels voor zijn en je moet ook zeker het kind niet met het badwater weggooien", relativeert Van der Zwan onmiddellijk. „Anders zou den autoriteiten maar overal door heen kunnen denderen. Maar er zouden wel meer objectieve proce dures moeten komen, om te zien of de tegengestelde belangen wel vol doende in evenwicht zijn. Dat duurt in Nederland nu allemaal zo ontzettend lang en de uitkomsten zijn zo onvoorspelbaar." De richting waar de econoom aan denkt is het bekorten van procedu res als de Milieu Effect Rapportage (MER), maar ook aan een meer ob jectieve afweging van „het belang dat iemand moet hebben bij het aanspannen van een beroepspro cedure, de inspanning die hij zich daarvoor moet getroosten. Dat is toch nodig om mensen ervan te weerhouden om zomaar, uit een soört hobby, overal dwars voor te gaan liggen. Wie in Nederland maar gemotiveerd genoeg is en er genoeg tijd voor heeft, kan alles langdurig dwarsbomen." Terugslag De discussies over het korten op ziektegeld en wao-uitkeringen hebben enorme krachten in de sa menleving losgemaakt. Als Van der Zwan zijn zin krijgt en ook de procedures voor inspraak en be roepsmogelijkheden tegen over- heidsbeslissingen op de snijtafel komen, kan een min of meer verge lijkbaar effect worden verwacht. Veel van de bestaande inspraak- en beroepsprocedures zijn immers in tientallen jaren, soms met veel moeite, bevochten op de vele soor ten autoriteiten. Maar de Neder landse economie heeft volgens de econoom op dit moment wel een flinke economische impuls nodig. Van der Zwan: „Ik reken er op dat we in de loop van het komende jaar een behoorlijke terugslag zullen ondervinden. Je ziet het om je heen gebeuren. Een groot deel van de wereld heeft toch te kampen ge kregen met een recessie. Alleen dat kleine eilandje met Duitsland, Nederland en België is daar tot nu toe van gevrijwaard gebleven. Dank zij die opleving in Duits land." Maar van die opleving is niet veel over. Van der Zwan: „In de metaal industrie, die veel werkt met uitbe stedingen vanuit Duitsland, zie je de orderportefeuilles behoorlijk te ruglopen. Daar maakt men zich behoorlijke zorgen over het ko mende jaar. In de chemie zijn die problemen er al en wordt er flink gesaneerd. In de auto-industrie hebben we het gezien, in de com puter- en kantoorautomatisering, zo kun je nog wel even doorgaan." „In verschillende bedrijfstakken verwacht ik daarom omvangrijke reorganisaties en saneringen Het grootste gevaar schuilt volgens mij daarin, dat er dan opnieuw - mede - van de wao gebruik ge maakt gaat worden om die proble matiek in sociale zin wat te vereen voudigen. Dat heeft altijd zo ge werkt. als een instrument om grote saneringen wat makkelijker te la ten verlopen. Daarom is het ook zo belangrijk dat de politieke bijstel ling ervan afgelopen zomer heeft plaatsgevonden." Keerpunt Zoals nu het op de helling zetten van de publieke besluitvorming, was eerder de ingreep in wao en ziektewet voor Van der Zwan een absolute voorwaarde om weer eni ge dynamiek in onze economie te krijgen. „De lage participatie graad in het arbeidsproces bete kent al snel dat de - toch al geringe - groei van de welvaart besteed moet worden aan uitkeringen. Dat is natuurlijk een politieke keuze en we zullen in dat opzicht altijd wel boven het Europese gemiddelde uit blijven steken. Maar je ziet ook dat mensen hoe langer hoe minder bereid zijn de consequenties daar van te aanvaarden en anderen daarvoor op laten draaien." „Dan krijg je toestanden die je nauwelijks meer kunt accepteren en dat punt hebben we wel bereikt. Dan zal de overheid toch de weg te rug moeten bewandelen en daar zijn ze nu mee bezig. Ik denk dat we toch een keerpunt hebben ge nomen, afgelopen zomer. De resul taten op korte termijn zullen wel niet zo indrukwekkend zijn. Maar meestal gaat het zo. dat als een keerpunt eenmaal is genomen er later een zekere versnelling op treedt." Van der Zwan laat doorschemeren een studie te maken van de effec ten van de economische situatie op de levenskansen van kabinet ten in de loop van de vaderlandse geschiedenis. Zijn prognose: „Ik denk toch dat zo'n keuze inzake de wao, hoe moeilijk die ook is, zich op de lange duur gaat terugbeta len. Niet alleen in financiële ruim te, ook in het publieke klimaat. Dat men met meer waardering zal kijken naar mensen die de durf hebben gehad om zo de bakens te verzetten." „Dat is in veel tijdvakken zo ge gaan, ook bij het eerste kabinet- Lubbers waar in feite hetzelfde ge beurd is. Het is de ironie van de ge schiedenis dat Wim Kok dan tóch de exponent is geworden van een nieuwe politiek. Misschien wel tot z'n eigen verrassing en met ge mengde vreugde. Dat is duidelijk." Yvonne Zonderop en Marien van den Bos Arie van der Zwan rekent op een economische tei foto Cees Zorn/GPD Lampsins hun schepen voor de 'West' op de werf recht tegenover het Lampsinshuis bouwen: de Zeehondenwerf. Het laatste en grootste schip dat er op stapel is gezet was de Deo Juvante in 1958, een binnenvaartschip van het type Kempenaar dat naar verluid nog wel eens door het Ka naal door Walcheren komt. „Dat ijzeren schip was eigenlijk te groot voor de Zeehondenwerf," herinnert de Vlissinger C.J. Vis ser zich, oud-compaan van de werf. „Normaal werkten we met acht man en hadden we vissers schepen op de helling. Met de Deo Juvente werkten we met 42 man. Daar zat geen winst meer in." Na die klus nam een project ontwikkelaar de werf over. „Als het rendabel zou zijn, zou die weer schepen laten komen," zegt Visser. „Maar hij heeft de werf ge woon laten liggen." Speelterrein Na de Deo Juvante liep het hard af met de werf. In het Heemkun dig tijdschrift De Wete herinnert Henk Glerum zich hoe hij in die tijd als jochie de Zeehondenwerf als speelterrein had. Hij vertelt: „De houten timmerloods met het opschrift Zeehondenwerf stond bij de sluis, vol restanten uit de grote zeilvaart en van hoogaar zen. Schuin voor de loods was de bankstelling, waar de Vlissingse vissers droogvielen voor onder houdsbeurten. Naast de timmer loods was de ijzeropslagplaats en de bunker met de lier voor de hel lingwagen en en de kraan. Naast de kop van de helling de op slagloods, de tekenloods en de lasloods, en, bij het Arsenaal, het kantoortje van bedrijfsleider Muchall. Op de betonnen helling reden karren op tankwielen en op de kop stond een eenvoudige kraan. Met een lier liet men het schip steeds wat zakken als er een deel gereed was. Men bouw de dus eerst het achterschip en kwam tenslotte bij de boeg uit." De laatste werkdagen op de werf moeten dankzij de Pietje-Bel-sa- botage van Henkie en de twee zoons van Muchall met menige vloek doorspekt zijn De jochies uitten hun onvree met het prik ken van spelden in de laskabels en zand gieten in de dieselolie tanks. Het Vlissingse gemeen tearchief heeft tal van foto's uit die laatste werkzame jaren van de Zeehondenwerf: je ziet stoere mannen op klompen, in opgelap te broeken, de klak op de kop, de teerkwast stevig op de droogge vallen scheepsromp van de VLI 55 of een Yerseker mosselschip. Een heel wat ruiger, heel wat Vlissingser beeld dan een sierlijk replica-VOC-handelsschip dat er mogelijk in de toekomst te zien is. Maar alles is beter dan de kale aanblik van nutteloze, rottende balken in een keienhelling. Claudia Sondervan foto Wim Riemens In het nieuwe Arsenaalproject zal het wellicht helemaal een vergeten plekje worden: de oude Zeehondenwerf in de Vlissingse Vissershaven. Tussen het druk ke Keizersbolwerk en het gelief de wandelpad over de Oranjedijk weten enkele buurtkinderen en hondenbezitters het werfje nog te waarderen, voor een spelletje stenen ketsen of een zwempartij voor Donar. Tot voor kort werden de schip pers van de plezïerschepen ge waarschuwd voor de ondiepte in de Vlissingse Vissershaven door kale boomtakken, die schamel boven het water uitstaken. Drie grote dikke meerpalen kwamen er in oktober voor in de plaats De vooroever van de Zeehonden werf in de Vissershaven ligt nu gelijk met de rest van de haven bodem. dankzij de inspanningen van de aannemer van Rijkswa terstaat. Oranjeroestige dam- wanden weerhouden het oude werfje van verzakking. Mooier is het er niet op geworden: bij laag water snijden de kartelranden van de stalen platen de werf bruut van de haven af. De haven zelf is sinds twee jaar in levendig gebruik voor zeiljach ten, na een restauratie die ander half decennium aan voorberei ding kostte. Het monumentale werfje bleef daar buiten. In 1986 werd het opgeknapt, met verse natuurstenen keitjes en een nieuwe bankstelling. Zo konden er weer platbodems en plezier jachten gebruik van maken, dacht het gemeentebestuur Maar afgezien van een rotte sloep heeft op de Zeehondenwerf sinds eind jaren vijftig geen scheepsromp meer gelegen. VOC-schip Heel misschien verandert dat. Door de hoekige buurman, het Arsenaal, dat met zijn dikke mu ren de scène domineert. De ste nen schuur voor wapenopslag uit 1823 wordt een toeristisch-re- creatieve trekpleister, als mari tiem infocenter met panorama toren van 34 meter hoog, open luchtcultuur en als achtergrond je voor dure appartementen Bij zo'n maritieme expositie komt de oude Vlissingse droom van een eigen, antiek schip weer bo ven drijven. Heel voorzichtig ge waagden projectontwikkelaars en wethouder er in november nog van: een VOC-schip op de Zeehondenwerf. Origineel zijn de twintigste- eeuwse bestuurders en ontwik kelaars niet met lret Arsenaal project. Een 'huys van vermaak' stond er eeuwen geleden ook al. De horeca-ondernemer van de zeventiende eeuw runde er een herberg. En al waren het geen kostelijke behuizingen, wonin gen waren er ook. Voor de arbei ders van de talrijke scheepswerf jes die toen de kade van de Vis sers- of Engelse haven in beslag levend verleden Het Arsenaal staat als een hoekige wachter bij de Zeehondenwerf. Het verleden ligt op straat. Bescheiden overblijfselen van de geschiedenis spreken duidelijke taal. De serie Levend Verleden vestigt de aandacht óp die onopvallende sporen van Toen. Vandaag: de Zeehondenwerf in Vlissingen. Recht achter de Zeehondenwerf is het monumentale Lampsinshuis te zien (met torentje). De reders Lampsins zagen zo hun schepen bou- wen voor de vaart op Wcst-Indie. ,oto wim Riemens namen. De Oude Timmerwerf- wijk gonsde van bedrijvigheid tijdens de Gouden Eeuw van Vlissingen. De Franse bezetters onder Napoleon maakten daar begin negentiende eeuw een ein de aan. De wijk werd in 1811 on der groot protest van de bewa- ners ontruimd en gesloopt om ruimte te maken voor een leger- hospitaal d^t er nooit is geko men: drie jaar later moesten de Fransen hun biezen pakken. De Oude Timmerwerfwijk ont stond rond de in 1443 aangelegde Vissers- of Engelsche haven. De Zeehondenwerf, aan de monding van de haven bij de sluis, moet even oud zijn. Er was een grote opslagplaats voor hout. Een van de theorieën over de herkomst van de naam van de werf rede neert dat er een verbastering in het spel is: in 1799 wordt de werf aangeduid als Stadszeeholtwerf. In 1838 is de naam inmiddels ver anderd in Zeehondenwerf. Een andere theorie gewaagt van de toen zeer populaire jacht op de zeehonden, die volgens vissers een bedreiging voor de haring vangst waren. Lampsins Al is de werf veel ouder, een gloeiende concurrent van de Schelde vermocht de werf nooit te worden. Al moeten er roem ruchte schepen van stapel zijn gelopen: volgens oud-archivaris W. de Bruine lieten de reders De Deo Juvante in 1958 op de helling van de Zeehondenwerf. foto Vlissings gemeentearchief.

Krantenbank Zeeland

Provinciale Zeeuwse Courant | 1991 | | pagina 18