Autonomie voor de West Vrije bonnen-handel Zeilend schoolschip Fruitteelt in België LEZERS SCHRIJVEN Nederlandse pioniers in Frankrijk TWEEDE BLAD PROVINCIALE ZEEUWSCHE COURANT DONDERDAG 10 JULI 1947 Aruba voelt zich achteruitgezet. Hindostani en Javanen vrezen verdrukking door de Creolen Olie-eiland. Aruba is boos, heel erg boos. Weliswaar worden de kreten van verontwaardiging, die op stijgen uit de vertoornde Aru banen, overstemd door het rumoer rondom Batavia, maar dat doet aan de boosheid van het tweede olie-eiland in' het gebied der Nederlandse Antil len niets af. De oorzaak van een en ander vloeit voort uit het feit, dat daar dezer dagen enige exemplaren zijn ontvan gen van het voor-ontwerp van wet tot wijziging van de Cura- gaose staatsregeling. Men is daar zo slecht over te spreken dat er zelf gesproken wordt over een Aruba-log-van-Cura- 5ao-beweging in de geest van de Ambon-los-von-Oost-Indone. sië-beweging. Zover zal het wel niet komen, noch op Am- bon noch op Aruba, maar het is niettemin goed de symptonen te signaleren. De than9 voorgestelde staats regeling, uitvloeisel van het streven naar autonomie in de West, voorziet in een volksver tegenwoordiging van 21 leden, waarvan 11 voor Curasao, 7 voor Aruba, 2 voor Bonaire en 1 voor de drie eilanden St. Maarten, St. Eustatius en S-^ba tezamen. Dat is een oneerlijke verdeling, meent men op Aru ba, dat evenals het eiland Curagao een reusachtig olie. raffinaderijbedrijf heeft gekre gen in de loop der jaren, ten gevolge waarvan het zich op één lijn meent te mogen stel len met zijn oudere broeder- in-de-olie. Er is weliswaar nog enig verschil in bevolkingsaan tal 80.000 tegen 50.000 maar dat betekent niets, vol gens de Arubanen. Zij zijn er trouwens van overtuigd," dat zij weldra Curagao zullen voor. bijstreven. Aruba heeft een Amerikaans bedrijf op zijn bo dem, Curagao een Nederlands- Engels; het schijnt, dat de roem van het grote Amerika begint af te stralen op het kleine Aruba PROTESTEN Er worden nu weer protest- vergaderingen gehouden, zoals dat al eerder is gebeurd. En mr. dr. Mt F. da Costa Comes, de vertegenwoordiger van de Antillen bij de minister van Overzeese gebiedsdelen, die te ruggevlogen is naar Willem stad om daar het voor-ont werp van wet toe te lichten, zal het wel hard te verduren hebben op Aruba, Maar mis schien weet dr. H. J. Friede- ricy, hoofd van de afdeling Staatkundige Hervormingen v. het departement van Overzee se Gebiedsdelen, die met mr. Th. H. Bot, de ambtenaar van deze afdeling, die zich in het bijzonder met de West heeft bezig gehouden, op het ogen blik einds vertoeft, het verlos sende woord te spreken. Er is nl. nog een twistvraag: is één vertegenwoordiger voor de drie kleinste eilanden (samen 4000 inwoners) voldoende of mogen zji aanspraak maken op twee, ever^ls Bonaire met 6000 in woners? Één meer zou beteke nen één minder voor het eiland Curagao. Welke modus er ge- vond en zal worden zullen wij over enige tijd vernemen als de adviezen van de Antillen in Den Haag zijn binnengekomen. BOTSINGEN. Overigens zullen dr. Frie- dericy en mr. Bot ook in Su riname nog wel op enige moeilijkheden stuiten, als zij dezer dagen overvliegen van Willemstad naar Paramaribo. Daar liggen de zaken heel anders. Er is daar geen spra ke van botsingen tussen ver schillende gebieden, maar tus sen verschillende volksgi-oe- gen. Daar toch leven 70.000 reolen, 55.000 Hindostani (Br. Indiërs) en 35.000 Java nen, benevens 20.000 blanken, bosnegers, Indianen, Chinezen, Syriërs en andere kleine volksgroepen. Daar er thans een census- en capaciteits kiesrecht heerst hebben alleen de Creolen, die belasting be talen en de Nederlandse taal spreken, gekozen vertegen woordigers in de Staten. Van- Het Hoofd van de P.R.A., Lange Voorhout 13 te 's-Gra- venhage, verzoekt nadere in lichtingen betreffende: ALBERT EENINK, geboren 15 Maart 1907 te Rot terdam, voorheen Hoofdre chercheur der Staatsrecherche, vanaf 14 December 1942. Ge detacheerd geweest bij de Sicherheitspolizei (Sipo Grup- pe V.B.d.S.) voor de zgn. Schwarzschlachtungen (clan destiene slachtingen). daar, dat de Surinaamse staats regeling in 1936 zodanig is gewijzigd, dat er naast de 10 gekozen nog 5 benoemde le den zitting hebben in het parlement. Deze 5 vertegen woordigen dan de niet-Creool- se bevolking, d.w.z. 51 pet. van het totaal. DE MEERDERHEID. Is deze verhouding al scheef, zg dreigt nog schever te worden als de in meerder heid Creoolse Statenleden de vrije hand krijgen in het vaststellen van een alge meen kiesrecht. Zij kun nen dan, als zij kwaad wil len, de oude toestand herstel len en dus de meerderheid van de bevolking buiten de staten houden. Dat beoogt het wetsontwerp wel niet, maar dat vrezen de Hindo stani en de Javanen. Zij zullen van de vertegenwoor digers der Nederlandse rege ring zeker waarborgen ver langen voor een waarlijk de mocratische regeling. Verwacht wordt, dat de voorontwerpen over een week of drie, vier terug zullen zijn in Den Haag, vergezeld van de officiële adviezen der bei de statencollege's en wellicht ook van andere (ongevraag de) op- en aanmerkingen. Ook de heren Friedericy en Bot zullen dan terug zgn, even als dr. da Costa Gomez. Pas na verwerkelijking van dit materiaal kunnen de defini tieve wetsontwerpen geredi geerd worden. Tol bij Warmond moet geboycot worden. Warmond is van Den Haag en Leiden uit langs de rechtstreekse weg alleen via de tol bg het Warmonderhek te bereiken. De K.N.A. C. adviseert al het ver keer uit Zuidelijke rich ting een omweg te ma ken van l1/^ k 2 km., en wel door de rijksweg naar Amsterdam te volgen tot ongeveer 1 km. voorbg de afsplit sing naar Haarlem en vandaar rechts af te slaan. Deze route is veel beter dan de tol weg. De K.N.A-C. acht boycot het meest effec tieve middel om de tol heffing ten spoedigste te doen verdwijnen. HERBOUW WESTKAPELLE. In Uw artikel van 28 Juni over het bezoek van Minister Neher las ik met verbazing de passage over het bezoek aan Westkapelle, waarbij volgens het artikel de minister ver klaarde, zeer onder de indruk te zgn van de vorderingen in de herbouw. Inderdaad vordert de her bouw, doch moeizaam. Dat hiervoor veel oorzaken zgn, weten we en we willen het daarover nu niet hebben. Wanneer echter van de ruim 400 te bouwen woningen nu nog niet één klaar is en een 30-tal langzaam verrijzen en misschien dit jaar klaar ko men, en de minister is hier van al onder de indruk, dan vrees ik, wanneer die indruk meegaat naar den Haag, voor de verdere bouw het ergste. Is het niet zo, dan had dit beter niet gezegd kunnen wor den. Aan mooie woorden heb ben we niets. P. MINDERHOUD. Millioenen verdiend aan Duitsers. Dinsdag deed het Amster damse Bijzonder Gerechtshof uitspraak tegen de firmanten van de Nederlandse Basalt Mij te Bloemendaal, die in Mei 1940 zijn gezwicht voor de druk van de Duitsers en se dertdien een groot aandeel hadden in de werkzaamheden welke de Duitse ""/eermacht in ons land deed uitvoeren, als het aanleggen van vliegvel den, bouwen van bunkers, hangars enz. In totaal werd een omzet bereikt van 22.000.000 en een winst be haald van 2.500.000. De hoofddirecteur, de 69-ja rige S. D. Prins, werd ver oordeeld tot een gevangenis straf voor de tijd van 1 jaar en 4 maanden met aftrek; te gen diens zoon, H. D. Prins, luidde het vonnis 2 jaar met aftrek en tegen de derde fir mant, L. A. W. van Zanten, 3 jaar gevangenisstraf met af trek, met de bijkomende ont zettingen. Landbouwprijzen-index. Op basis 1924/'25—1928/ '29 100 waren volgens een overzicht in het laatste maandschrift van het C.B.v. d.S. de indexcijfers van de prijzen van de akkerbouw en veeteeltproducten en kunst meststoffen, als volgt: Akkerbouwproducten: oogst jaar 1938/'39 62, oogstjaar 1945/'46 138, Maart 1946 140, Sept. '46 158, en Maartf 1947 177 en van veeteeltpro ducten: oogstjaar 1938/'39, 64, oogstjaar 1945/'46 150, Maart '46 154, Sept. '46 175 en Maart 1947 170 en van meststoffen: oogstjaar 1945/ 46 178, Maart '46 191, Sept. '46 172 en Maart 1947 187. Soepeler distributiestelsel in onderzoek bij het dep. van Economische Zaken. Wat is toelaatbaar 7 Het is geheel uit de tijd. (Van onze parlementaire redacteur.) Aan het departement van Economische Zaken is het vraagstuk in studie genomen van het legaliseren van de bonnenhandel, m.a.w. om tot wettelijk toelaatbaar te ver klaren, dat men zgn teveel aan bonnen verkoopt. Dat dit zou leiden naar een aanmerke- lgk soepeler distributie-sys teem en een voor velen wel kome verruiming van moge-, lgkheden, ligt wel voor de hand, omdat op deze wgze meer aanpassing aan be hoeften wordt verkregen. Maar er zgn natuurlijk ook bedenkelgke kanten aan het plan en het voor en tegen wordt dan ook ernstig bestu deerd, terwijl men zoveel mo gelijk wil nagaan, hoe de volksmening in deze wel is. ZWARTE HANDEL. Als een der grote doelen zou allereerst gelden: het defini tief nekken van de zwarte handel. De toestand is nu eenmaal zo, dat voor geld (en zonder „goede woorden!") al les „zwart" te verkrijgen is, wat men maar hebben wil, er wordt op grote schaal met bonnen geknoeid, waardoor parasiterende „groot-hande laren" in bonnen stromen geld in de wacht slepen en de „marktprijs" veel hoger is dan hij normaliter zou zgn, als iedereen zijn teveel aan bonnen gewoon van de hand kon doen. Nu kan men zeg gen, dat de rantsoenen toch weinig „surplus" overlaten, doch dat is niet altyd juist. Gezinnen met veel kinderen hebben vaak melk teveel; in andere gevallen wordt het broodrantsoen niet opgemaakt en een derde gebruikt weinig suiker en houdt nu en dan een bonnetje over. Thans is ook het ruilen van bonnen verboden, zodat iemand, die voor suiker liever boter heeft, niet openlijk mag marchan deren. Is de bonnenhandel vrij, dan kan men rustig verkopen wat men missen wil en daar voor andere bonnen krijgen. HET VERBRUIK. Dat door het vrygeven van de bonnenhandel het officiële let wel: officiële ver bruik zal toenemen, is niet onwaarschgnlijk en dat wordt ten departemente ook wel be seft, doch het neerdrukken van de zwarte handel biedt daartegenover weer grote consumptieve voordelen. Alleen ten aanzien van de textiel- voorziening vreest men van het toestaan van bonnenhan del ernstiger complicaties, maar vooral sociale misstan den. En nu komen wn op de ideële zgde van de kwestie, namelgk of het goed is open- lgk toe te staan, dat wie het betalen kan zich dingen kan verschaffen, welke de econo- misch-zwakkere waarschgnlgk wel gaarne zou willen heb ben, maar afstaat uit gebrek aan geld. Nu is het een feit, dat er altgd verschil in welstand is geweest en in normale tgden, toen er geen distributie was, kocht iedereen naar de mate van zgn inkomen. Thans is het zo, dat het op de bon aanwijzen van een artikel de krachtige suggestie wekt, dat het nu ook noodzakelijk is het artikel te kopen, omdat men het doen „verlopen" van een bonnetje als een vreselgke zonde beschouwt. NIET GEMAKKELIJK. De oplossing van het thans ten departemente in studie zijnde vraagstuk is inderdaad niet gemakkelgk, maar men voelt terdege, dat het nu geldende distributie-systeem vaak te star werkt en daar om zoekt men naar verbete ring, hoewel en dat con stateerden wij niet, zonder zekere vreugde men van de redehering uitgaat, dat het Waarschgnlgkniet de moeite waard meer is om te komen tot een geheel nieuwe opzet der distributie, bgv. in de trant van Engeland, waar een soort universeel bonnen systeem wordt gehuldigd met coupons, welke voor diverse zaken kunnen worden be steed, meer in de geest onzer textielpunten dus. Op die ma nier is het mogelgk, tot snel wisselende waardering van waren en goederen te komen, naar de mate der voorraden, zodat o.a. in de zomer meer kolen kunnen worden ingesla gen dan 's winters. Toch wordt de mogelgkheid van in voering van dit systeem wel bestudeerd, doch aanvankelgk heeft men gemeend dat het te diep-ingrgpend is om er „nu nog aan te beginnen", zo zei men ons. Wel hoopt men zo spoedig mogelgk een beslissing te kunnen nemen ter zake van het vrggeven van de bonnen handel en speciaal is in over weging om in elk geval voor een beperkt aantal artikelen het verhandelen der desbetref fende bonnen geoorloofd te verklaren en dan die handel alléén over de winkeliers te doen lopen, zodat een bon niet de rol van geld kan ver vullen. Van onzen specialen verslaggever) Hoewel de Nederlandse boer in doorsnee een beter vakman is dan zijn Fran se collega, is toch de vestiging van Nederlandse boeren in Frankrijk in ve le gevallen op een mis lukking uitgelopen. Onbe kendheid met de taal, met Franse pachtcontracten en met Franse grondsoor ten en het onvoldoende rekening houden met plaatselijke toestanden waren hiervan dikwijls de oorzaak. Om die jonge boeren, die thans in Nederland geen be drijf kunnen krggen te helpen bij hun pogingen in Frankrgk een landbouwbedrijf te ver werven, heeft de Veren, tot oprichting van Volkshogescho len in Nederland een emigra tie-centrum gesticht ln een oud kasteel in één der prach tigste streken van Frankrijk. Dit kasteel, het chateau 'de Méridon, heeft een rijke Fran se markies honderd jaar ge leden laten bouwen naar Eet voorbeeld van een oud-Engel se „Castle". Het ligt ongeveer twintig minuten lopen van het dorp les Chevreuse, in welk dorp koningin Wilhelmina in 1900 haar intrek nam tijdens haar bezoek aan de wereld tentoonstelling te Parijs. Op een kasteel waarvan de bezit tingen grenzen aan die van Méridon, behoorden Lodewgk de XVI en koningin Marie Antoinette vroeger tot de ge regelde bezoekers. Ook toen werd dit gebied met zijn bos- rgke dalen reeds tot de mooi ste van Frankrgk gerekend. Maar de tgden zgn veranderd, en dc Franse adel heeft zich, voötral na de eerste wereldoor log, van zijn landgoederen te ruggetrokken en is verhuisd naar kleiner en geriefelgker woningen in en om Parijs. Zo heeft ook het chateau de Mé ridon lange tijd geen bewoners gehad. De drie bij het kasteel behorende boerderijen bleven verpacht, maar de parken en alleeën werden verwaarloosd Geruime tijd waren de bureaux van een Franse verzekerings- maatschappg op Méridon ge vestigd; later huisden er Duitsers en weer later Ameri kanen. Nadat het enige tijd als herstellingsoord voor on dervoede kinderen uit Noord- Brabant was gebruikt, diende het na de capitulatie als door gangskamp voor uit Duitsland via Frankrgk naar Nederland terugkerende „verplaatste per sonen". Via het departement van sociale zaken en met behulp van het departement van on derwijs werd de volkshoge school in Bakkeveen tenslotte huurder van het gebouw plus inventaris, park en tuiniers woning voor 14 zak tarwe per maand. Het is in Frankrijk namelgk gebruikelgk de pacht te bepalen per hl. tarwe. Dit was in dit geval echter een strop, daar de tarwenrijs sinds het ingaan van de huur in Januari 1946 meer dan ver dubbeld is. Een andere strop was het voor het emigratie- centrum Méridon, dat na de bezuinigingsreorganisatie van het ministerie van Onderwijs de in het jaar 1946 ontvangen subsidie voor 1947 niet meer werd verleend. Thans probeert Méridon zich zelf te bedruipen. Van het geld, dat de emigranten bg de boeren in de omtrek verdienen, komt een groot deel in de kas van Méridon terecht. Er wordt zeer zuinig met dit zuurver diende geld omgegaan en ter wijl de heren van allerlei min of meer officiële immigratie instanties in Parijs in luxe auto's rondrijden, lopen de Méridonezen kilometers te voet af om brood bij de goed koopste bakker te kragen. Doch hoewel van elke postzegel het nuttig effect wordt afge wogen tegen de prijs ervan, constateert men elke maand weer een tekort, waarvoor de volkshogeschool te Bakkeveen aansprakelgk is. PIONIERS OP DE SCHOOLBANKEN Op Méridon worden boeren en landarbeiders, die zich blij vend in Frankrijk willen ves tigen, in een driemaandse cur- Nieuwe eisen. (Van onze speciale verslaggever). Terwijl de Nationale Ver eniging „Het Zeilend School schip" het ministerie van ver keer en waterstaat tracht over te halen voor Nederland een clipper van de Duitse koop vaardijvloot in de wacht te slepen, teneinde die ter be schikking te stellen van de opleiding onzer toekomstige zeelieden, verklaarde men ons op het ministerie van onder wijs, kunsten en wetenschap pen, waaronder de inspectie van het zeevaartkundig on derwijs ressorteert, niets te voelen voor zeilende school - schepen. Men begint immers ook niet, zo redeneert men daar blijkbaar, met te leren paardrijden als men taxi chauffeur wil worden. Of daarmee het laatste en beslissende woord over de op leiding voor de koopvaardij gesproken is, valt té" betwijfe len, maar een feit is, dat in scheepvaartkringen de laatste jaren steeds weer bepaalde geruchten de ronde doen, waarmee de suggestie wordt gewekt, dat de opleiding van onze zeelui en speciaal die der stuurlieden niet meer aan alle eisen voldoet. GEEN ACHTERUITGANG. In verband met deze ge ruchten en met het gevaar, dat er in schuilt, hebben wij ons op de hoogte gesteld, welke mening hierover heerst in de kringen der reders en van hen die direct met het zeevaartkundig onderwijs te maken hebben, in casu leraren en directeuren van zeevaart scholen, examinandi der stuurliedenexamens en de in spectie van het zeevaartkun dig onderwijs. Zonder uitzondering kregen wij op onze vragen ten ant woord, dat er geen sprake is van achteruitgang en dat er geen enkele reden is tot onge rustheid. De Nederlandse zee lui zijn, zo verklaarde men zeer beslist, zeer goed voor hun taak berekend. Niet voor niets stelt men zich in ver schillende landen op de hoog te van de methode, welke in Nederland bij het nautisch onderwijs wordt gevolgd. Wij zouden kunnen volstaan met het vermelden van dit oordeel, ware er niet die andere kwes tie weer aan de orde geko men: het zeilend schoolschip. DE REDERS. Tot 1940 had het streven „Wanneer zich bg mij nieuwe leerlingen ko men aanmelden, clan vraag ik hun eerst of ze niet liever iets anders willen worden dan boer", verklaarde onlangs een directeur van een der vele Nederlandse land- bouw-winterscholen, tij dens een excursie naar het Nederlandse emigra tie-centrum Méridon in Noord-Frankrijk. Deze landbouwleeraar kwam naar N.-Frankrgk om te onderzoeken of er daar misschien plaats was voor zgn vele afgestu deerde leerlingen, die in Nederland tevergeefs 'n eigen bedrijf trachten te krggen. Het aantal jon ge Nederlandse boeren dat momenteel een be drijf zoekt, wordt ge schat op 50.000 k 70.000. Ze zgn misschien wel de best onderlegde en meest vakkundige landbouwers ter wereld. Ze hebben liefde voor hun beroep. Maar binnen de enge Nederlandse grenzen is voor allen geen plaats. Ze willen en moeten er uit. Een onzer medewer kers, die ook de boven genoemde excursie naar Méridon meemaakte, schreef voor ons een vgf- tal artikelen over de daar opgedane ervarin gen. J sus in de Franse landbouw- toestanden ingewgd. Een Ne derlandse landbouwingenieur brengt hen op de hoogte met het Franse recht en met lonen en prijzen; hg wgst op de vele in Frankryk voorkomende be- drgsfstypes en de mogeiykhe- den daarvan. De moeilgkste lessen zgn voor de emigranten, die meest ouder zgn dan 22 jaar en waarvan velen na de lagere school nog slechts wat lager landbouwonderwijs hebben ge noten, die in de Franse taal. Hierin krygen ze les van een der beste leraressen met acte M.O. Frans, die Nederland kent, namelgk van de directri ce van Méridon, mej. A. E. Oosterlee. Toen mej. Ooater- lee pas was afgestudeerd, werd zg uitverkoren de toen tienjarige prinses Juliana de Franse taal te leren. Acht jaar lang heeft zy medegewerkt aan de vorming van onze toe komstige landsvrouwe. Thans leert ze Nederlandse pioniers, van de voorstanders van het schoolschip weinig kans op slagen, daar de directies der grote stoomvaartmaatschap pijen er weinig of niets voor voelden. Alleen de Rotterdam se Lloyd heeft plannen ont worpen tot het in de vaart brengen van een dergelijk schip. Deze plannen konden echter niet worden uitgevoerd, daar de medewerking der an dere rederijen niet kon wor den verkregen. Vooral niet meer in deze tijd, nu de the- orethische en practische zee vaartkunde steeds meer wordt beheerst door wetenschap en techniek (echolood, radar, ra diopeilingen enz.) IN NOORWEGEN. Men verwees ons in dit ver band naar de uitlatingen van de inspecteur van het zee vaartkundig onderwijs in Noorwegen, die kortgeleden in Nederland is geweest om zich op de hoogte te stellen van de gang van zaken hier. Noorwe gen bezit drie zeilende school- schepen. Van een wettelijke verplichting om een reis op een dezer schepen te maken is hier echter geen sprake. De belangstelling van de aan staande stuurlieden voor deze zeilschepen is zeer gering en dikwijls kost het grote moeite ze volledig bemand te krijgen. De ervaring heeft bovendien uitgewezen, aldus deze des kundige, dat de stuurlieden, die op een s'.er zeilschepen hadden gevaren, in geen geval bekwamer, handiger of flinker waren dan hun collega's, die uitsluitend op stoom- en mo torschepen hadden gevaren. Hy verklaarde verder, dat in Noorwegen de meeste reders en zij, die bij het zeevaartkun dig onderwijs waren betrok ken, weinig of geen heil zien in deze zeilende schoolsche- pen. Dit overigens in tegen stelling tot Zweden, waar de „Abraham Reydberg", aan boord waarvan Zweedse stuurlui worden opgeleid, zeer populair is. Ook de Polen en Denen varen nog graag, al is door de ramp van de „Dan- mark", die met vijftig jon gens aan boord verging, de geestdrift wel getemperd. In voorbijgaan U PERMITTEERT? „U permitteert?" 'n Heer schuift aan m'n tafeltje. Zgn haar is vettig op zgn hoofd geplakt. Hg is lang, slank en goed verzorgd. In een voetbal wedstrijd zal hg ongetwgfeld de sympathie van het publiek genieten. Aan de haastig toegeschoten kellner bestelt hij met het vakundig air van de verwen de café-bezoeker een borrel en een biertje. De kellner ver dwijnt. Hg buigt zgn glimmen de haren naar mij. „U permitteert?, maar heeft U misschien een vuurtje voor me?" Ik geef mgn lucifers. „Mag ik misschien even Uw potlood gebruiken?" Ik reik hem mgn zilveren vulpotlood over en duik weg achter het kamerdebat. Op een bierviltje begint de heer zwaarwichtige notities te maken met veel nullen. Naar menselijke berekenin gen schijnt hij op de beurs thuis te horen. Nerveus begint hg in een zakagenda te snuf felen. Ik vermoed een drama. „U excuseert me een ogen blik" vraagt de man beleefd en verdwijnt in een telefoon cel. Ik duik weer in het ka merdebat. „Meneer", kucht de kellner discreet achter myn stoel. Het dringt tot me door dat de heer verdwenen is, verdwe nen met mgn lucifers en vul potlood. Om schandaal te voorkomen betaal ik de rekening. RENARD. De export. De fruitteelt in België om vat dit jaar, naar het Juli-nr. van het Belgische blad van „Cultuur en Handel" mede deelt, een oppervlakte van 70.000 ha. Deze teelt geeft aan ongeveer 25.000 personen rechtstreeks arbeid en inkom sten. De totale opbrengst wordt in 1947 geschat op: 30 mill, kg kersen, 10 mill. kg. fruit, 30 mill. kg. pruimen, 100 mill. kg. peren en 240 mill. kg. apoelen. Deze hoe veelheden kunnen bglange niet in eigen land geplaatst worden. Export is dus nodig en ook reeds begonnen en wel o.m. naar Engeland en Neder land. De fruitopbrengst is dit jaar groot. Er zgn kersebo men, welke 500 tot 700 kg. droegen. Van sommige appel soorten (Keuleman) wordt de opbrengst per boom geschat op 1200 kg. Te St. Truiden, met Borgloon, het centrum van de Belgisch-Limburgse fruitteelt, werden de kersen verkocht voor 3 k 4 frs. per kg., terwijl de kostprgs 6 frs. is. Aangaande het export- vraagstuk schrijft het blad o. m.: „Ondertussen is de export van kersen dan toch begonnen en mooie hoeveelheden ver trokken naar Holland en En geland, zelfs per vliegtuig. Van nu aan moeten echter reeds maatregelen getroffen worden om de uitvoer van pe ren en appelen te regelen. In dien de regering door massale invoer aan de kwekers de con currentie van buitenlands in een uiterst primitief inge richt kasteel in het hartje van Frankrijk de Franse benamin gen van de onderdelen van maaimachine en zelfbinder, van ploeg en landbouwtractor. Ze leert deze boerenzoons en landarbeiders hoe ze ln het Frans de weg moeten vragen hoe ze moeten telefoneren en t ze moeten zeggen, wan neer ze een spoorkaartje of een sigaret willen kopen. EEN TEHUIS IN DE VREEMDE Maar daarnaast Is mademoi selle Oosterlee, die zich niet graag directrice van Méridon hoort noemen (dat is haar te deftig) een moeder voor de jonge emigranten. Deze wis selen telkens een week theorie met een week practyk af, en als ze in die week practijk wat al te hard met de niet erg sociaalvoelende grote Franse (of Belgische of Ne derlandse) boeren uit de om geving van Méridon in aanra king zyn gekomen, wat vooral voor de boerenzoons soms een zware teleurstelling betekent dan is het juf frouw Oosterlee die hen moed inspreekt en hen aanzet toch vol te houden. Want voordat een Nederlander een eigen be- dryf in Frankrijk kan leiden, moet hy een harde leerschool doorlopen. Maar zy die vol houden hebben kansen als nergens in Nederland. Dat be wijzen de ruim driehonderd Nederlandse boeren, die, vaak met niets begonnen, thans me rendeels tot de meest welge stelde van Frankryk behoren. fruit oplegt, is het redelgk, dat ze hun de hand gunt zich te verdedigen door vrije uitvoer toe te laten." En verder nog: „De Belgische fruitteelt staat niet ten achter bg het buitenland, is zelfs veel verder gevorderd dan in tal- rgke andere landen. Welis waar is de verkoop nog niet voldoende georganiseerd, doch hieraan wordt nu actief ge werkt. Het was niet mogelgk dit rationeel te organiseren, vooraleer er voldoende hoe veelheden prima fruit waren. Nu is dat fruit er en kan op commerciële wijze gesorteerd, verpakt en geexporteerd wor den." HET ACHTSTE LEERJAAR. Aan het antwoord van de minister van onderwijs op het verslag van de commissie van rapporteurs der Tweede Kamer over het wetsontwerp „wijziging van de leerplicht wet" is het volgende ontleend: De bij de mondelinge be raadslagingen geopperde ge dachte om, nu ten gevolge van de bezetting het peil van het onderwijs in het algemeen ge daald is, in het achtste leer jaar in de overgangstijd ge woon in plaats van voortgezet gewoon lager onderwijs te ge ven, ontmoet bij de minister ernstige bezwaren. Voor de leerlingen van die leeftijd gaat er van het gewoon lager onderwijs zeer weinig aan trekkingskracht uit. Het ge volg zou dan ook naar zijn mening zeker zijn, dat het schoolverzuim in het achtste leerjaar even groot zou blij ven als thans, met alle fu neste gevolgen van dien. Bo vendien worden bij doorvoe ring van een dergelijke maat regel, ook de leerlingen, die reeds voldoende onderwijs hebben genoten, gedwongen lager onderwijs te blijven vol gen. Zij zouden dan practisch een herhaling krijgen van het onderwijs, dat zij vroeger reeds hadden genoten. Op grond van een en ander is de minister daarom van oordeel, dat het juister is de leerplicht voor het achtste leerjaar voor enkele jaren op te schorten. In deze jaren kan dan het eventuële schoolver zuim krachtig worden aange pakt en de eerbied voor de wet worden hersteld. Te meer bestaat er hiervoor naar zijn mening reden, nu de organist tie van het voortgezet gewoon lager onderwijs nog niet vast staat. DE SLAG OM STALINGRAD. Met de opname van de film .De slag om Stalingrad" is een begin gemaakt. Aan deze rolprent, die op de historische 'arvelden wordt opgenomen, erken 40.000 mensen mee. De ^•natie tc Stalingrad wordt nauwkeurig gereconstrueerd.

Krantenbank Zeeland

Provinciale Zeeuwse Courant | 1947 | | pagina 17