Hoofdpijn eders A.H. Kiespijn EERSTE BLAD BUIJS JMIELEIAJandarts renleenbank 4%% PANDBRIEVEN INSULAIRE BYPOTDEESBAI :ieNo Predikbeurten. gevestigd: Randweg 26, Rotterdam nge". TE ZSER1KZEE Dames Kapper H. JU Bewijs van echtheid ZATERDAG 29 December 1928 11e jaargang. - n°. 16 feuilleton. ROSA MARINA Voord» Borst PUROL er op! hui- re r- lerk Ing aan lick, |uw- I op de vele ken, Inde het I alle Isul- loot- leek, liden ■bare lkeer preie pap ge in af- niet |t de plek- Iplot- die ge in- ooter I Men loode tluid bestal ■nee", Ivaar- latste, Motte laaide 1 Voor ver- con- bverd lis ten In de lelin' Insche |r En- |en en Men |at de Geen waar klein ff (o.a. Ischikt leepter Zondag 23 December 1928. NEDEKLAiNDSCÜ dEKVUHMUE KERK. diddeiharois. vm. ds. 't Zandt uit Delft,'sav. ds. v. d. Wal uit Wageningen Sommelsdijk, viu. leeskerk en 's av. ds. Van Ameide. Dirksland, vm. leeskerk en 'sav. ds. Van der Wal. Herkingen. vm en 's «tv. dhr. Van Ieperen. Melissant, 'sav. ds v. d. Zee. Stellendam, vm en 'sav. dhr. Bouman. Goedereede, nam. ds. v. Ameide. Ouddorp, vm. ds. v. Ameide eu nam. leeskerk. Nieuwe Tonge, nam. en 'sav. ds. 't Zandt uit Delft. Oude Tonge, vm. ds. v. d. Zee uit Den Bommel en'sav. Prof. Visser uit Den Haag. Ooltgensplaat, vm. ds. v. d. Wal uit Dirksland en 'sav. leeskerk. Langstraat, vm. dhr. Vetter. Den Bommel, vm.leeskerk en'sav. ds. v. d-Zee. Stad aan 't Haringvliet, vm. ds. Polhuijs. PROTESTANTENBOND. Sommelsdijk. (Langeweg) 'sav. ds. v. d. Broek uit Berkenwoude. GEREFORMEERDE KERK. Middelbarnis, vm. en 's av. ds. v. Velzen uit Doesburg, Stellendam, vm. en 'sav. dhr. v. Loon uit Den Bommel. Ouddorp, vm. en nm. ds. Diemer. Ooltgensplaat, vin. en 'sav. ds. de Laüge, Den Bommel, vm. en 'sav. ds. Schaafsma. Stad aan 't Haringvliet, vm. en 's av. ds. de Graaf? OUD-GEREFORMEERDE GEMEENTE. Stad aan 't Haringvliet, vm.,nm.en 'sav. leeskerk GEREFORMEERDE GEMEENTEN. Middelbarnis, vm. eu 'sav. leeskerk. Dirksland, vm en 'sav. ds. de Blois Herkingen. vm., nam. en 's av. ds. Vreugdenhil uit Bruinisse. Ouddorp, vm. eu 'sav. leeskerk. EERSTE KERSTDAG. Dinsdag 25 December 1928. NEDERLANDSCH HERVORMDE KERK. Middelharnis, vm. Prof. Visser uit Den Haag, en 's av. dhr. Vetter uit Langstraat. Sommelsdijk, 'sav. ds. Van Ameide,. en Tweede Kerstdag vra. ds. v. Ameide. Dirksland, vm. en 'sav. ds. v. d. Wal. Hnrkingen, vm. en 'sav. dhr. v Ieperen. Stellendam, vm. en 'sav. dhr. Bouman. Nieuwe Tonge, vm. leeskerk. Den Bommel, vm. ds. Van der Zee. Stad aan 't Haringvliet, 'sav. ds Polhuis. PROTESTANTENBOND. Brielle, (Kerkstraat) vm. ds. Poortman. GEREFORMEERDE KERK. Middelharnis, vm. en 'sav. ds. Van Velzen uit Doesburg. Stellendam, vm. en 'sav. ds. BoumauitRijsen- burg. GEREFORMEERDE GEMEENTEN. Middelharnis. vm. en 'sav leeskerk. Dirksland, vm. en 'sav. ds. De Blois. Herkingen, vm. eD 'sav. leeskerk. Ouddorp, vm. en 'sav. leeskerk. I 24 tot en 3 27 Dec. ZIG Telefoon 53388 Spreekuren: 1—2 en volgens afspraak. 21 paar-, Voor- rantboekjes, ;e ter bijschrij- an rente en ter n ten Kantore i en 29 Dec. van 36 en BESTUUR. m% snezing n enkele weken. mm J. R'datü 1 sld ten maakt bekend, dat hij MAANDAG a.s. ZITDAG heeft bij den Heer JACOBI, Westdljk 382, Tel. 65, MIDDELHARNIS. verdrijft men spoedig met in doosjes van 6 stuks 45 ct. Bij de goede drogisten. staat op elke poeder A.M* Let hierop I Prijs per kwartaal f 1,— Losse nummers 0,07s ADVERTENTIËN van 16 regels 1,20 Elke regel meer 0,20 Bij contract aanzienlijk korting. Dienstaanbiedingen en Dienstaanvragen f 1,per plaatsing tot een maximum van 10 regels, elke regel meer 15 cent. Dit blad verschijnt iederen Woensdag- en Zaterdagmorgen. Het wordt uitgegeven door de N.V. Uitgeversmaatschappij „Onze Eilanden", Tel. Int. No. 15 Voorstraat Middelharnis. DE FLAKKEESCHE VEERVERBfNDfNGEN. DE FLAKKEESCHE WATERLEIDING. DE FLAKKEESCHE ELECTR1CITEIT. ENZ. ENZ. Dit zijn allemaal vragen van den dag, die wij gemeenschappelijk hebben op te lossen. De verwezenlijking daarvan wordt echter van dag tot dag op den achter grond geschoven, enkel en alleen, omdat alle eensgezindheid ten eenenmale ont breekt. Bij het lezen van het hoofdartikel in de N. Rott. Crt. van Donderdag 20 December j.l. dwaalden onze gedachten onwillekeurig naar een verhaaltje in een Duitsch leesboekje, welk verhaaltje wij eens onder (Jw aandacht meenen te moe ten brengen. Het luidt als volgt: DE ZEVEN STAVEN. Een :andbouwer had zeven zonen, die het nimmer met elkander eens waren. Ge durende het kijven en krakeelen verzuim den zij echter den arbeid. Eenige geslepen menschen trachtten van die oneenigheid gebruik te maken en speculeerden op de erfenis van den dood huns Vaders. Op zekeren dag liet de Vader alle zeven zonen bij zich komen en legde hen zeven staven voor, die vast te samen gebonden waren en zei: „die dezen bundel staven breekt, betaal ik honderd daalders baar geld". De een na den ander spande al zijn krachten in en zei ten laatste: „Dit is be slist onmogelijk". „En toch," sprak de Vader, „is niets gemakkelijker". Hij maakte den bundel los en brak de eene staaf na den andere, zonder de minste moeite. „Aha," riepen de zonen, „zoo is 't gemakkelijk genoeg. Dat kan een kleine jongen wel." De Vader sprak: „zoo als het met deze staven is, is het ook met jullie, mijn zonen. Zoolang gij eendrachtig samen werkt, zult gij bestaan en niemand zal je kunnen overweldigen. Wordt echter den band des eendrachts, die je te samen houdt, verbroken, dan zal het je gaan als deze staven, die hier gebroken aan mijn voeten liggen. Das Haus, wo Zwietracht herrscht, er- fallt Nur Einigkeit erhalt die Welt. Wij meenen tusschen de regels van ge noemd Hoofdartikel gelezen te hebben, dat ook op ons erfdeel wordt geloerd. Men speculeert op de belangen van Rotterdam en niet op onze belangen. Rotterdam wil ons eiland van electriciteit voorzien en vecht voor betere verbindingen van ons eiland met den vasten wal. Mocht dit ook ons belang zijn, dan moe- DOOR MELATI VAN JAVA. 33) „Het meisje behoort niet tot dat soort, waarmee jij gewoon bent dwaasheden uit te halen. Mijn zuster is tevreden over haar en jij zoudt haar door je flauwiteiten compromitteeren. Pas dus op!" Eniile zag hem van terzijde aan. „Stille waters hebben diepe gronden," dacht hij, „ik moet een oogje in het zeil houden. Misschien is hij mij voor geweest." Op zekeren morgen kwam Frank weer bij zijn zuster „invliegen" zooals zij het noemde; waar hij ook was, nergens voelde hij rust; hij wilde en moest het meisje spreken; in stilte hoopte hij dat het eens bij afwezigheid zijner zuster bij haar aan huis zou kunnen gebeuren, maar het trof nooit! Nu kwam hij juist midden in den kamerdag; de eetzaal werd gedaan en mevrouw hielp dan altijd een handje mee als de blauwe schotels van den muur genomen werden om ze af te vegen. Het tapijt was weer grondig bekeken geworden en het bleek nu dat de vlek niet geheel weg was; mevrouw scheen druk aan het brommen toen haar broer door de toevallig geopende deur de voorkamer be trad. „Nu, ik wist niet dat mijn lieve zuster zoo brommen kon," dacht Frank, en luisterde een ten wij in de eerste plaats toezien, dat het inderdaad ons belang is en ons erfdeel niet in gevaar komt. Is een veer Ooltgensplaat-Dinteloord voor ons eiland van grooter belang, dan een veer Ooltgensplaat-Numansdorp, dan moeten wij inplaats van het tweede liet eerste steunen en niet letten op het be lang dat Rotterdam en misschien één of twee Gemeenten op ons eiland er bij heb ben. Wanneer zal er ook op ons eiland eens een Vader komen, die zijn dertien zonen (gemeenten) bijeen roept om hen de geschiedenis van de dertien staven eens te vertellen. Laat het echter een Vader zijn, die ons niet met onredelijkheid be stempelt. Flakkee telt zeer zeker wel 13 zonen, die als afgevaardigden kunnen wor den gezonden. Heeft men daartoe ge roepenen en de zich daartoe geroepen ge voelenden gevonden, laat men hen dan steunen, onverschillig, welke kleur zij ook mochten hebben. Mogen dan die 13 zonen er op letten, dat de band des eendrachts niet worde verbroken, welke kleine groeps- of partijbeiangetjes zich ook mogen voor doen. Dan zal ook niemand hen kunnen overweldigen en zullen zij het einddoel bereiken. Het is niet noodig dat men van elders onze belangen bepleit. Laten wij toonen dat ook wij mo-ndig zijn. Week-revue. Binnenland. Het oude jaar loopt op zijn laatste beenen en daarmee vervliegen meteen een groot deel der verwachtingen, bij den aanvang van het jaar gekoesterd. Bij een terugblik en in ver gelijking met het buitenland, hebben we redenen te over om meer dan tevreden te zijn. Naast het verheugende feit, dat 1928 de blijde tijding bracht van millioenen overschot ten, ondanks dit verheugende feit, is de belas ting nog ontzaglijk zwaar en fnuikend, is 1928 het jaar geweest, dat zich in het bijzonder heeft gekenmerkt door talrijke corrupties en finan- cieele schandalen. Het is er mee gegaan als met een olievlek, die zich altijd maar verder uitbreidt en waar tegen weinig of niets te doen is. Bijzonder heden zullen we niet meer oprakelen. Schier tot in alle rangen is het kwaad voortgewoekerd en het bedroevend weinige dat er tot heden is verricht, om het kwaad den kop in te drukken, wettigt de veronderstelling, dat zoo het al niet nu, dat dan toch over eenigen tijd, dit alles ondermijnende kwaad weer even welig zal tie ren als voorheen. Het feit dat er in het buiten land op dit terrien nog veel grootere schan dalen zijn geweest, waarbij de bij ons gepleegde feiten nog slechts peulschilletjes zijn, is een heel schrale troost. Het jaar 1928 heeft evenwel ook zijn licht punten. In het algemeen was de economische toestand, met uitzondering van den landbouw, bevredigend. Geslaagde vluchten naar Indië, hebben de banden tusschen het moederland en onze uitgestrekte koloniën nauwer aangehaald. Ook de radio heeft hiertoe in belangrijke mate bijgedragen. poosje toe; „zij zou het juffrouw Bol kunnen ver beteren als zij wilde." Daar ging het van een leien dakje! Men kon nooit op die meiden aan; zij be dierven alles; zij keken naar alles behalve naar hetgeen ze doen moesten en dachten aan alles behalve aan hetgeen waaraan ze juist moesten denken. Marie ging voort met de meubels op te wrijven, zonder een woord te zeggen. „Maar zeg dan toch eens iets," en het voetje der meesteres stampte op den grond, „je laat mij praten of jij een steenen beeld bent. Luister je of niet? Je denkt maar, ik laat mevrouw zaniken naar hartelust en ik ga mijn gang; maar het is nog brutaler zoo te zwijgen dan een keel tegen mij op te zetten, als je dat maar weet." „ik kan niets zeggen, want mevrouw heeft groot gelijk. Het was heel lompvan mij het bord te laten vallen en het spijt mij erg, maar ik kan er niets meer aan doen. Als mevrouw van mijn loon wil afhouden wat ik bedorven en gebroken heb, zal het mij plezier doen." „Ja, dat helpt me wat! ik kan toch geen stuk in mijn kleed laten zetten. Het eenige wat helpt is een heel nieuw tapijt, maar daar moest je juist bij mijnheer mee aankomen, en jou loon van drie jaar achter mekaar zou nog niet voldoende zijn het te betalen. Zelf heb ik zooveel zorg voor mijn goed en inoet zoo'n suffert het je bederven in een oogenblik. Wat had je toch? Keek iemand je aan of had je iets wat je afleidde?" Marie bleef zwijgen met den rug naar haar mevrouw gekeerd. „Kan het je nu niets schelen wat ik zeg? Wat ben je toch een rare meid. Alle menschen zeggen dat ze nog nooit zoo'n schepsel gezien hebben. Je Op politiek gebied valt weinig nieuws te memoreeren. Een Nederlander die nergens tegen moppert of kankert, is een ondenkbaar iets en waar ons kleine landje het twijfelachtige voorrecht geniet er tienmaal zooveel politieke partijen op na te houden, dan noodig en wen- schelijk is, hebben we af en toe eens een heibel tje over iets, wat achteraf beschouwd hoog stens een storm in een glas water is. Het is wat dat betreft net als in een rijmpje dat we dezer dagen onder de oogen kregen en waarin o.a. het volgende stond: Menig raadslid leerde nog geen manieren En de gemeenten zijn arm ais de mieren. Ondanks hooge schuldenlasten is er van in grijpende maatregelen ook in 1928 weinig sprake geweest en slechts weinigen hebben den moed hierop te wijzen, beducht als de meesten zijn, dat dit in het komende jaar bij de stembus kiezersverlies zal brengen. Dank zij de activiteit der verschillende poli tieke partijen komen diverse programs den kiezer nu reeds gelukkig maken met aanlokke lijke voorstellingen. De politieke opbiederij is nog slecht in een beginstadium, de groote waanzin moet nog komen als alle politieke kemphaantjes aan den vooravond der beslis sing elkaar nog eens flink beklad hebben en de een waarschijnlijk den ander overtroffen heeft in liegen en in brutaliteit. Dank zij de komende verkiezingen zullen we in 1929 geen gebrek hebben aan beloften en schoonklinkende leuzen. En als er dan ook maar 1 van al deze verlokkende beloften in vervulling gaan, dan hebben we alle redenen, om ons gelukkig te achten. Buitenland. De Kerstweek is wel de meest vreedzame en tevens vreetzaamste week van het geheele jaar. Dit vreedzaam met een d en vreetzaam met een t, is geenszins nadeelig. De volksmond spreekt van „Leege bakken, knorrige zwij nen", bedoelende, dat waar weinig te eten valt, heerscht ontevredenheid, zich uitende bij de krulstaarten in geknor, bij de ontevreden menschheid in gemopper of erger. En als we dan lezen welke geweldige hoeveelheden ge vogelte en fruit, de groote buitenlandsche centra's hebben verslonden, dan volgt hieruit, dat aldaar voorloopig tevredenheid moet heer- schen en dat een eventueel gekanker niet aan een leege maag kan worden geweten, terwijl oogenschijnlijk althans de conclusie voor de hand ligt, dat de economische toestanden in het algemeen nog lang zoo ongunstig niet is, als diverse staatslieden ons wel eens willen doen voorkomen, indien hen zulks in hun kraam te pas komt. Berlijn bijvoorbeeld vermeldt een extra aan voer van ruim 20 millioen K.G. aan levens middelen en de zakenmenschen, waarvan een deel altijd van de schade leeft, verklaren zich over de verkoopen contant. Ook de Engelschen hebben zich niet on betuigd gelaten, vooral nu de laatste berichten over den toestand van den koning steeds gun stiger werden. Londen heeft zich met opge wektheid overgegeven aan de traditioneele Kerstgenuegten, waarbij de even traditioneele pudding zoo'n geweldige rol speelt. De inwen dige organen schijnen al deze krachtige be proevingen schitterend te hebben doorstaan, alles heeft vreed(t)zaam geluisterd naar de hoopvolle boodschap der Kerstklokken en de rustige atmosfeer is zelfs weinig of niet onder broken door politiek geleuter. Dit alles zou ons dus in een opgewekte stem ming kunnen brengen, ware het niet, dat eenige beroeps-profeten en dito amateur-profeten zich geroepen achtten, om ons nu alvast eens te onthalen op voorspellingen, de toekomst be treffende. Telkens worden we tegen het einde van het jaar, of in het begin van het nieuwe, gelukkig of ongelukkig gemaakt met deze ont hullingen. INGEZONDEN MEDEDEELING. O, die HOEöT-bulenf Grijp in Uw vertwijfeling niet naar een van die „kalmeerende" middelen, die in werkelijkheid Uw longen verlammen. Toch behoeven Uw hoestbuien U niet uit den slaap te houden. Neem slechts de geheel onschadelijke, maar snel verzachtende en slijmoplossende AKKER'S ABDU5IR00P INGEZONDEN MEDEDEELING. DRAISIM-VANVALKENBURG'S' A --iLEVERTR/ Madame Fryna te Parijs heeft de Franschen de toekomst voorspeld en begon met de ver klaring dat het ministerie Poincaré spoedig zal duikelen en waarschijnlijk nog wel voor de lente. Haar verdere voorspellingen betreffen de onontbeerlijke ongelukken zonder welke zoo'n voorspelling niet compleet is, benevens een stijgende duurte, slechte beurszaken tot Maart en het ruïneeren van talrijke personen. Het slot van haar voorspellingen is een schrale troost en bestaat uit haar verwachting, dat er op medisch gebied belangrijke ontdekkingen gedaan zullen worden. Gezien al haar beroerde voorspellingen, lijkt het uitermate twijfelach tig, of dit voor vele Franschen dan wel zoo gelukkig zal zijn. De tweede profeet is Lord Rothermere, de Engelsche krantenkoning. Deze amateur-pro feet heeft ons gelukkig gemaakt met de voor spelling, dat in '29 Labour in Engeland aan het bewind zal komen, uiterlijk binnen 3 jaar. Zoo'n voorspelling brengt weinig nieuws en is slechts een herhaling van iets, wat reeds veel eerder is voorspeld en waar duizenden Engel schen reeds lang op rekenen en hopen. Onder de leiding van het kabinet Baldwin is de toe stand in Engeland bedenkelijk verslechterd, dank zij juist het wanhopig geschipper en het volkomen ontbreken van een doelbewuste, vaste lijn. Met allerlei lapmiddelen is getracht de kwijnende industrie op de been te helpen en het resultaat is, dat het machtige en voor- bent al zoo lang hier, zal je mij nu nooit eens ver tellen waar je eigenlijk vandaan komt en waarom je gaat dienen, terwijl je toch een manier hebt om alles te doen of je zeggen wilde: „Ik doe het nu, omdat ik er mijn reden voor heb, maar eigen lijk is het mij te min, veel te min." Nu maakte Frank een einde aan het gesprek of liever de alleenspraak door binnen te komen en zijn zuster vriendelijk te groeten, hoewel hij inwendig woedend op haar was. „Ben je dat weer, beste jongen?" vroeg ze, nu een en al liefheid. „Kom ik ongelegen?" „Ja, eigenlijk wel, maar toch ben ik altijd blij je te zien. Wacht een oogenblik, blijf hier niet staan in het stof. Ik zal mijn handen even was- schen en mijn keukenschort afdoen. Ga in het salon, ventjelief!" Maar Frank had een blauwen schotel in de handen genomen en bekeek dien oplettend. Char lotte snelde weg, Frank zette het bord neer en zeide haastig tot Marie, die voor het buffet kniel de: „O, Rose, er moet een eind aan komen. Het geldt mijn... onze toekomst! Zeg spoedig vóór dat mijn zuster komt waar en wanneer ik je ont moeten kan." Zij keerde zich om en zag hem even aan met een paar oogen zoo zacht en sineekend als die van een gewond duifje. „Dan is het goed, Frank!" antwoordde zij, „morgenavond zeven uur in de melkinrichting op den Nieuwendijk. Maar ga nu naar voren; mevrouw komt reeds de trap op." Frank zat rustig in het salon, toen Charlotte bij hem kwam en glimlachend vroeg: „Heb je mij hooien knorren, Frank? Toch niet, hoop ik!" „Wel zeker, en ik begrijp niet hoe je zoo je zag te grabbel kunt gooien. ïk heb maar eens iemand gehoord, die het zoo goed kon als jij, en dat was juffrouw Bol, de huishoudster van oom Théo." „Als het tegen mijn oude Daatje was, zou je er niets in vinden," zeide Charlotte pruilend, „maar die mooie Marie met haar schijnheilig gezicht heeft jullie hoofden allemaal op hol gebracht." En tot Meta sprak zij dien middag: „Ik denk er stellig over Marie weg te doennu ik zooveel jongelui over den vloer krijg is zoo'n knappe meid bepaald een kruis." „Maar zij geeft toch geen aanleiding, wel?" „Och ik weet het niet. Ik vertrouw ze ook geen zier meer." Dien morgen verbaasde Marie haar mevrouw nog meer door te vragen of zij den volgenden avond uit mocht. „En het is morgen Daatje haar beurt," zeide Charlotte, haar doordringend aanziende; het meis je bloosde hevig. „Ik heb daar niet aan gedacht," antwoordde zij, „maar ik zal Daatje vragen of zij voor mij wil schikken." „Nu, dan is het mij goed. Waarom moet je hu uit? Anders ga je nooit uit." „Ik moet iets noodzakelijks doen," klonk het een weinig haperend. „Daar heb je het al! Het meisje is niet te ver trouwen," zeide Charlotte tot haar man, „zij heeft nooit getaald naar uitgaan en nu komt zij er in eens mee aan. Wat er aan de hand mag zijn?" „Charlotte, je verveelt me," riep Zandberg uit, eindelijk zijn geduld verliezend. „Eerst steek je alle dagen de loftrompet van die meid, en nu kan heen bloeiende Engeland sukkelt met een werkeloozen-Jeger van ongeveer een millioen, terwijl het zwa^rgeleden Frankrijk aan ruim anderhalf millioen buitenlandsche werkkrach ten een bestaan geeft en de werkeloosheid in Frankrijk practisch niet bestaat. Hearst, de Amerikaansche krantenkoning kondigt binnen afzienbaren tijd, gelukikg maar dat dit zoo'n rekbaar begrip is, een nieuwen grooten oorlog aan, veroorzaakt door de geheime diplomatie van Engeland. Dit voorkomt alvast later strijd over de vraag, wie wel de schuldige is geweest. Veldmaarschalk Sir W. Robertson legt er nog een klein schepje op en maakt ons gelukkig met de tijding, dat de komende oorlog nog veel duurder zal zijn dan de laatste van 1914-1918 en dat, waar de toepassing van scheikundige verdelgingsmiddelen onbeperkt is, in dezen nieuwen oorlog de burgerlijke bevolking een voudig uitgemoord zal worden. Bepaald aangenaam klinken al deze voor spellingen nu niet en onwillekeurig krijgt men zoo het idee, of de rollen in het vervolg om gedraaid zullen worden en wij de rol van Kerst gans zullen gaan spelen, terwijl de vriendelijke lichtjes aan den Kerstboom zullen veranderen in idem zooveel oorlogsfakkels. We dienen al deze voorspellingen niet al te tragisch op te vatten. Veel te vaak is de wereld door oorlog verscheurd en aan den rand der afgrond ge bracht en ook heden is de toestand geenszins ideaal. Er is strijd genoeg en meer dan genoeg. Tusschen Bolivia en Paraguay is met de grootste moeite een strijd op leven en dood voorkomen, in Afganistan voert Aman Qellah, welke voor eenige maanden een tour heeft ge maakt door geheel Europa, een zwaren strijd tegen opstandige stamhoofden, omdat deze laatsten niet gediend zijn van de talrijke inge diende moderniseeringsmaatregelen, beoogen- de Afganistan tot grooteren en spoedigen bloei te brengen. De berichten over dezen burger oorlog zijn zeer verward; spreken elkaar zooals gebruikelijk is, herhaaldelijk tegen, doch be vestigen, dat de toestand daar niet in overeen stemming is met de hoopvolle Kerstboodschap. Om strijd te zien, zij het dan ook van meer vredelievenden aard, behoeven we niet zoo ver van huis te gaan. In België is en wordt nog altijd een heftige strijd gestreden over amnestie en bijkomende kwesties. De nu reeds tien jaar in het spinhuis zuchtende dr. Borms zal eer daags in vrijheid worden gesteld. Bij tusschen- tijdsche verkieizng te Antwerpen voor de Kamer, is Borms candidaat gesteld en ondanks het feit, dat zelfs bij zijn verkiezing de aan vaarding van een zetel zeer onwaarschijnlijk zou zijn, (werd hij met overweldigende meer derheid in totaal kreeg hij 83 duizend stem men) gekozen. Dit feit heeft reeds indertijd heel wat beroering gewekt en in Belgische regeeringskringen was men zeer onaangenaam verrast. In Vlaanderen heeft men zich hier over verkneukeld en hoe fel de partijen hier tegenover elkaar staan, blijkt duidelijk uit een Als Uw Handen ruw zijn of gesprongen en Uw Lippen schraal en pijnlijk; maar vooral ook bij brand- en snijwonden, ontvellingen en allerlei huidverwondingen Het verzacht en geneest (Adv.) ze geen goed meer bij je doen. En wat is er eigen lijk voorgevallen? Zij heeft een bord gebroken en zij vraagt voor den eersten keer sedert bijna een jaar om uit te gaan. Als men zulke grieven zoo verbazend hoog opneemt is het ook geen wonder dat men om de andere maand van meiden ver wisselt." „Dat is het nietl Maar ik zie meer dan ik wel zeg of zeggen kan. Er is iets dat haar erg occupeert, zij is bijna altijd in gedachten. Zij vergeet nu eens dit, dan weer dat!" „En als ze nu eens een vrijer had, is dat dan zoo erg? Zij heeft de jaren." „Och, je bent een goeie, beste man, maar je begrijpt niets van booien," zeide Charlotte mede lijdend. Daatje wilde het wel schikken met haar avondje. „Je bent zoo dikwijls voor mij thuisgebleven," verklaarde zij genadig, „ik gun je ook wel eens een uitje. Ga je met hem uit?" „Met wien?" „Met je weet wel van den brief." „Neen, ik ga alleen!" XV. Men was in de laatste week voor St. Nicolaas, het feest dat nergens met zooveel ijver en vuur gevierd wordt als in Amsterdam; de straten zijn vol van den vroegen morgen tot den laten avond. En voor de ramen verdringt zich het volk uit alle rangen en standen; eenigen genieten platonisch, alleen van het gezicht, en voelen geen bekoring de volle beurs uit te halen, anderen overvalt een geweldige verzoeking, de kooplust bestormt hen uit elke vitrine met schier onweer staanbarekracht. (Wordt vervolgd).

Krantenbank Zeeland

Onze Eilanden | 1928 | | pagina 1