dan gebelgd van zijn post te loopen. Dit is trouwens een vraag van temperamentdie ieder het best voor zich zeiven beantwoordt. Wat ik echter sterk afkeur is de eisch van den heer Loudon dat de nieuw opge treden minister openlijk en opzettelijk zou intrekken hetgeen hij min gunstigs over den gouverneur-generaal mocht gezegd hebben. Die eisch, schoon hij er later van heeft afgezien, is de eerste aanleiding tot het voor val geweest; werd die vervuld en kroop het beginsel dat de meest volkomen overeenstemming tusschen de regeering van het oogenblik en hare hoofdambtenaren en agenten moest bestaan in onze regeeringspraktijk in, dan zou het regeeren hier, en in elk constitutioneel landweldra onmogelijk worden. Zonder ongerijmde gevolgtrekkingen te maken, zouden dan bij elke optre ding van een ministerie van eene tegenovergestelde richting althans de gouverneur-generaal, de commissa rissen des konings in de provinciën en de hoofden der voornaamste buitenlandsche missiën moeten aftreden; we zouden dan spoedig tot het peil van Spanje ge zonken zijn. Nu weet ik wel dat men geneigd is om voor den gouverneur-generaal van Nederlandsch-Indië eene uitzondering te maken, omdat men die betrekking van een buitengewoon gewicht acht en het er voor houdt dat de gouverneur-generaal meer dan eenig ander ambtenaar behoort doordrongen te zijn van den geest der regeeringnamens welke hij het bestuur voert, misschien ook tot zekere hoogte omdat de betrekking van gouverneur-generaal gemeenlijk nog al begeerd wordt. Een niéuw optredend ministerie pleegt de vraag te overwegen of het den fungeerenden gou verneur-generaal niet zal terugroepenen blijkens de mededeelingen van den heer van Goltstein, heeft de tegenwoordige regeering dit gebruik gevolgd. Maar wie iets aan het „prestige van het gezag in Indië" hecht moet dit afkeuren. De gouverneur-generaal zit, men wéét dat in Indië zoo goed als hier, voor vier ot vijf jaren; men late hem dien tijd uitdienen, een tijd voor een man met gewone bekwaamheden maar juist lang genoeg om sporen van zijn bestuur achter te laten. Is het niet uiterst ongerijmd om dien zeer korten dienst tijd nog te verkorten ter wille van overeenstemming met een minister dieen hierbij denk ik vooral aan den heer van Goltsteinmisschien maar éen jaar zit „Met dat al is de nieuwe gouverneur-generaal hier aangekomen, en krijgt hij les aan 't departement van koloniënniet van den ministerdie het zelf niet weet, maar van de ambtenaren. Zeker eene vreemde verhouding! Wie den heer van Lansberge te Brussel als gezant zal opvolgen is nog niet bekend. Waar schijnlijk Gerickehet ministerie heeft daar echter niet veel zin in, vooral omdat een van de malcontente vrienden, graaf van Zuijlen dezen post wel zou wenschen, en het gaarne weldoet aan de huisgenooten des politieken geloofs". Blijkens de Staats-conrant van lieden is de heer Gericke reeds tot gezant te Brussel benoemd. Red. EEenoemlngen en beslatten. ridderorden. Vergunning verleend aan H. F. G. N. Campte 's Gravenhagetot het aannemen en dragen der versierselen van de orde van den Rooden adelaar, 2e klasse, met de ster, hem door Z. M. den Duitschen keizer, koning van Pruisen geschonken. diplomatie. Benoemd mr. F. W. C. P. graaf van By- landt tot raad bij 's konings gezantschap te Parijs jhr. mr. A. L. E. de Stuers, tot raad bij 's konings gezantschap te Londen; jhr. mr. D. A. W. van Tets, tot secretaris bij 's konings gezantschap te Brussel mr. K. W. P. F. baron Gericke, tot secretaris bij 's ko nings gezantschap te Weenen. Bevorderd: jhr. mr. E. W. F. Wttewaall van Stoet wegen secretaris bij 's konings gezantschap te St. Pe tersburg, tot raad van legatie; en benoemd mr. L. II. Ruyesenaerstot attaché bij het corps diplomatique en mr. J. L. H. A. baron Gericke van Herwijnen tot 's konings buitengewoon gezant en gevolmachtigd minis ter bij het hof van België. militieraden. Benoemd tot voorzitter van den militie raad in Zeeland voor de lichting der nationale militie van 1875, E. H. F. W. Mathon, lid der provinciale statentot zijn plaatsvervangerH. P. Winkelman, lid der provinciale staten; tot lid, m'. N. C. Lambrecht- sen van Ritthem, lid van den gemeenteraad van Mid delburg; tot zijn plaatsvervanger, mr. A. J. van Eeke- len, lid van den gemeenteraad van Middelburg. staats-commissien. Benoemd tot secretaris en architect der hoofdcommissie voor de wereldtentoonstelling te Philadelphia, in 1876, C. Muysken, ingenieur te Haarlem. belastingen. Benoemd tot controleur der directe be lastingen, in- en uitgaande rechten en accijnsen te DoetincheinC. M. Bremerthans tijdelijk waarnemend controleur derzelfde middelen aldaar. telegraphie. Weder benoemd tot telegrafist en wel der 2® klasse, op verzoek, A. Obbes, thans directeur van een der rij ks-telegraaf kantoren. leger. Op nonactiviteit gesteld, in afwachting dat omtrent hem nader zal worden beschikt, de kapitein W. F. L. Zurich, van het 7e regiment infanterie. Onderwijs. De gemeenteraad van Roermond heeft indertijd goedgevonden aan de onderwijzers dier gemeente te verbieden om artikelen voor dagbladen te leveren. Vol gens de „Nieuwe bijdragen" heeft de minister van binnenlandsche zaken, op grond van artikel 8 der grond wet („Niemand heeft voorafgaand verlof noodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet") den gemeenteraad doen uitnoodigen dat verbod weder in te trekken. Bij gelegenheid der viering van het 300jarig bestaan der Leidsehe hoogeaehool zal ook eene reünie van oud-studenten gehouden worden, tot welker regeling eene commissie van twintig leden benoemd is. De gemeenteraad van Groningen heeft, naar aanleiding der gerezene quaestie omtrent de aanvulling van vacaturen in de schoolcommissiemet groote meer derheid besloten dat door burgemeester en wethouders voortaan^ bij het ontstaan van zoodanige vacaturen, geen voordracht tot aanvulling meer gedaan zal worden. Liandbouw. Het hoofdbestuur der maatschappij van landbouw in Limburg heeft besloten zich bij adres tot de regee ring te wendenteneinde een verbod tegen den invoer van aardappelen uit Noord-Amerika te verkrijgen. Dezelfde maatregel is reeds elders genomen en schijnt het eenige middel om het overbrengen der in Amerika hevig woedende ziekte onder de aardappelen te voor komen. Marine en leger. De luitenant ter zee 2e klasse A. MoH wordt met den 26en dezer geplaatst aan boord van Zr. M". rader stoomschip Valk. De minister van oorlog brengt in de Staats-cou rant van heden ter kennis van het algemeen 's konings besluit van 14 dezerwaarbij onder anderen is bepaald dat aan iederen recruut die zich voor niet minder dan zes jaren voor den militairen dienst in West-Indië verbindt, tot wederopzeggens een handgeld kan wor den uitbetaald ten bedrage van 300. Rechtzaken. Heden namiddag heeft het provinciaal gerechts hof in Zeeland uitspraak gedaan in de jl. Vrijdag behandelde en door ons medegedeelde zaak van Joost Hoogesteger, oud 18 jaren, arbeider en visscher, An- toinetta Jansen, arbeidster, en haar man Jacobus Burgs, arbeider, allen wonende te Kloetinge en thans alhier gedetineerd. Het hof heeft den eersten beschuldigde vrijgesproken van éen der een en dertig hem ten laste gelegde dief stallen (den diefstal van steenkolen ten nadeele van de heerën Fransen van de Putte te Goes)alsmede van de verzwarende omstandigheid van buitenbraak, bij een der diefstallenals zijnde dit niet wettig bewezen, doch hem schuldig verklaard aan de overige feiten, deels onder verzwarende omstandigheden gepleegd, en n a reeds vroeger tot correctioneele gevangenisstraf van langer dan éen jaar en tot een cellulaire gevangenis straf van langer dan een half jaar veroordeeld te zijn geweest. De beide andere beschuldigden zijn eveneens schul dig verklaard aan medeplichtigheid aan verschillende dier diefstallen door het desbewust helen van het ge- stolene. Onder aanneming van den jeugdigen leeftijdden verlaten toestand en de groote armoede van den eersten beschuldigde alsmede de mindere waarde van het ont vreemde als verzachtende omstandighedenheelt het hof den eersten beschuldigde veroordeeld tot een cor rectioneele gevangenisstraf van vier jarende tweede tot gevangenisstraf in eenzame opsluiting gedurende zes maanden en den derde tot gelijke straf gedurende drie maanden. Het requisitoir van het openbaar ministerie in zake de spoorwegramp te Warmond werd gisteren geopend met een belangrijke rede, die 1^ uur duurde. De eisch is 10 maanden cellulaire gevangenisstraf en de kosten De advocaat van den beschuldigde pleitte zijn vrij spraak op de drie volgende puntenGeen enkel ambts bericht gaf den beschuldigde kennis van dezen bui. tengewonen trein onder buitengewone omstandigheden, terwijl het voorgeschreven afstandsignaal ontbrak; er was geen vast kruispunt. Geenerlei kennisgeving was beschuldigde gedaan, onvolledige lichtsignalen waren gegeven. De verdediger wraakte in casu de qualifieatie volg- trein. Er volgde nog een breede repliek en dupliek. Op Maandag a. is de uitspraak bepaald Vaderland Gemengde berichten. Door de Amsterdamsche brandweer werd Zater dag morgen een proef genomen met een drijvende stoombrandspuitgenaamd „Jan van der Heijde" en vervaardigd naar het ontwerp der heeren W. C. en K. de Wit. Na een tocht op het IJ en door verschillende grachten was de proef des middags te 3 uren geëin digd. Wanneer de pompmachme met volle kracht werkt, geeft deze spuit elke minuut eene hoeveelheid van 4500 liter water, terwijl de grootste lengte der straal in horizontale richting 55 en in verticale rich ting naar boven 36 meter bedraagt. Te Amsterdam bestaat het voornemen om het standbeeld van Rembrandtdat thans op de Kaasmarkt geplaatst is, over te brengen naar de Botermarkt. Eene jonge dochter uit Wijk aan Zee begaf zich den 14en dezermet regenachtig wedervolgens haar voorgeven naar Egmond aan Zee, doch kwam eenige uren naderhand, zoo het heette door het ongunstige weder afgeschrikt, terug. De gemeente-veld wachter door eenige jongensdie haar in de duinen gadegeslagen hadden, tot kwade vermoedens gebracht, vond aldaar bewijzen dat eene geheime bevalling had plaats gehad, doch slaagde er niet in een spoor van het kind te ontdekken. Den volgenden dag zochten zeventien veldwachters te vergeefs in de duinen, terwijl ook de jonge vrouw zelve uit het ouderlijk huis gevlucht was men vermoedde dat zij een einde aan haar leven gemaakt zou hebben. Den 17™ kwam zij echter doornat tehuis, een kinderlijkje met zich voerende. Zij beweert dat het kind dood geboren is. De plaatselijke geneesheer acht haar te uitgeput om zonder levensgevaar ver voerd te worden. Het lijkje is, ter onderzoek van wege de justitie, naar Haarlem opgezonden. Een beroemd Belgisch geoloog en mineraloog, de heer d' Omalius d'Halloyis den 15en dezer in den ouderdom van 92 jaren te Brussel overleden. Aan de Königsberger Zeitung wordt uit Gross Stürlack medegedeeld, dat eenige boeren aldaar den 9cn dezer een drijfjacht organiseerden, en om de zaak eens goed te regelen verzocht men den onderwijzer der plaats de schoolkinderen als drijvers beschikbaar te stellen. Ter voldoening aan dit verzoek gaf de onder wijzer aan alle kinderen, die niettegenstaande de felle koude aan de jacht wilden deelnemen, vrijheid, om de school te verlaten. Gedurende de jacht werd hen zoo veel brandewijn geschonken dat zij óf half bewusteloos óf huilende terugkeerden en ternauwernood konden loopen. Een hunner werd naar huis gedragen en een ander werd in een voorbijkomende slede opgenomen. Hij lag aan den kant van den weg, met bevroren han den. Te huis gebracht gaf hij des nachts den geest. De zaak is in handen der justitie, zoodat de boeren hun welverdiende straf wel niet zullen ontgaan. Volgens een telegram uit Singapore, van den 15en dezer, is tusschen den eersten en den tweeden koning van Siam oneénigheid ontstaan. Eerstgenoemde is de jonge vorstdie voor eenige jaren ook Java be zocht, en bezield is van de zucht om in zijn rijk her vormingen op Europeesehen trant tot stand te brengen. Volgens het telegram is zijn tegenstander, de tweede koning, in het gebouw van het Britsch consulaat ge vlucht. Op de nieuwe etablissementen te Kiel zal weldra een aanvang worden gemaakt met den bouw van vier nieuwe droge dokken, en 2262 meters havenmuur. Uit Londen wordt gemelddat aan het eeuwfeest der Amerikaansche unie in 1876 o. a. zullen deelnemen Garibaldi, Victor Hugo, Blind, Louis Blanc, Gambetta en Castelar. De quaestie der toelating van vrouwelijke stu denten aan de hoogescholen is in Frankrijk in beginsel beslist. Mejuffrouw Doumergue, die haar examen als apotheker reeds te Montpellier heeft afgelegd, is ge machtigd om zich te doen inschrijven als student in de geneeskunde. In het theater Fraseati, te Parijs, werd Zondag avond door het orkest eene compositie van Litolff uit gevoerd, Les Girondins genaamd, waarin een drietal maten uit de Marseillaise voorkomen. Te midden der daverende toejuichingen waarmede dit stuk door het publiek bekroond werd, begonnen drie heeren, alle ridders van het Legioen van eerte fluiten en op andere wijzen hun ontevredenheid aan den dag te leggen. Toen de andere toeschouwers hun daarvan rekenschap vroe gen, antwoordde een hunnerdie een in de geschiedenis der Fransche omwenteling bekenden naam, dien van Henri de Cadoudal, droeg: „Mijne heeren, hetgeen ik zeg is volstrekt niet persoonlijk op u toepasselijk, maar ik geloof dat ik het recht heb om dit verwenschte volkslied, dat aan een oudoom van mij zijn hoofd ge kost heeft, uit te fluiten." Op deze woorden volgden beleedigingen van den anderen kant en het tumult is daarmede geëindigd dat door de politie proces-verbaal is opgemaakt tegen den heer Cadoudal en zijn vriend de la Bouquetière.

Krantenbank Zeeland

Middelburgsche Courant | 1875 | | pagina 2