MIDDELBURGSCHE mMW COURANT. r si. Kennisgeving. 1871 29 Februari. Donderdag öinncnicmtr. Het bureau der Middelburgsche courant zal, uithoofde van de feestviering, morgen namiddag van 1 tot 3 uren gesloten zijn. De COMMISSARIS des KONINGS in de PROVINCIE ZEELAND. Gelet op art. 11 der wet van den 13« Junij 1857 (Staatsblad n<>. 87) Maakt bekend, dat, volgens het daartoe door heeren gedeputeerde staten genomen besluit van den 23°° Fe bruary 1872, no. 95, 1*. de jagt op Houtsnippen en Waterwild op den 15#n Maart, en die op Watersnippen op den l#n April van dit jaar za) zijn gesloten 2o. het weispel van Kwartelen alléén van den Ion Mei tot en met den 15eD Juljj dezes jaars zal geoor- lootd zijn 3*. de YissclierIJ van den 15e» Maart tot en met den 15e* April zal gesloten zijn en eindelijk 4°. dat gedurende den gesloten visebtijd, het visschen van Paling, doch alléén met Aalkorven van wisschen ol teenen gevlochten, zal mogen plaats hebben. Middelburg, den 26" Februari 1872. De Commissaris des Konings voornoemd, R. W. VAN LIJNDEN. Middelburg 28 Februari. De afstand die ons nog scheidt van de met vurig ver langen verbeide opening van den Zeeuwschen spoorweg tot Middelburg is tot éen dag ingekrompen worgen zal die heugelijke gebeurtenis plaats hebben. To oordeelen naar de toebereidselen, die voor deze feestviering zijn of worden gemaakt, en naar de gesprekken die men, vooral in de laatste dagen, hoort voeren, zal het aan een feestelijke stemming bij onze ingezetenen wel niet ont breken. Reeds zijn vele vreemdelingen hier aangekomen, om deelgenooten der verwachte feestvreugde te zijn en in het algemeen is meer levendigheid dan gewoonlijk op te merken. Vooral heden was dit het geval, daar het heerlijke weer velen tot eene wandeliüg had uitgelokt. Moge de weersgesteldheid ook morgen de feestelijke stemming verhoogeu en medewerken tot een gunstigen uitslag van al hetgeen men zich voorstelt! De minister van binnenlandsche zaken heeft per tele gram aan den seretaris dezer gemeente bericht dat hij zich met leedwezen moet onthouden van een feest, dat hij met levendige deelneming dacht bij te wonen, onder bijvoeging: „Zoodra het mij vergund zal zijn kome ik dit n en uwen medeburgers in persoon betuigen." Bij de heden in de tweede kamer aangevangen discus- siën over de conclusie van het verslag betreffende de leveranciën voor het leger, hebben de stemmen (24 tegen 24) gestaakt over een voorstel van den beer Bredius tot toelating van een onbepaalde concurrentie. De herstemming over dit voorstel is bepaald op Zater dag, terwijl op dien dag tevens zal worden overgegaan tot do samenstelling van eene voordracht om den koning te worden aangeboden, ter voorziening in de vacature van een lid van den hoogen raad. Op eene interpellatie van den heer van Wassenaer Catwijck betreffende de militaire wetten, heeft de minis ter van oorlog geantwoord, dat hij zijn oordeel daarover vrenschte voor te behouden. Hij deelde tevens mede, dat de definitieve begrooting voor zijn departement over 1872 gereed was, en dat daarop een paar ton was be zuinigd. Een voorstel van den heer van Wassenaer Catwijck, om de ingediende militaire wetsontwerpen niet in de afdeelingen te onderzoeken, werd aangenomen met 48 tegen 3 stemmen. Tegen Maandag is aan de orde gesteld het wetsont werp tot vervanging van dè art. 414, 415 en 416 van het wetboek van strafrecht door andere bepalingen en dat tot bedreiging van straf tegen de vernieling en de onbruikbaarmaking van schepen en andere vaartuigen, door andere dan in de artt. 434 en 435 van het wetboek van strafrecht genoemde middelen. Den 22'» dezer is door gedeputeerde staten van Zeeland bij onderhandsche inschrijving onder eeuige firma's aan besteed het maken van een ijzeren stoomboot voor den dienst op de Wester-Schelde. Het werk is gegund aan de heeren: Christi Nolet en de Kuiper te Delfshaven, voor de som van f 59,716 onder verbinding van levering binnen den tijd van 6 maanden na het tijdstip bij art 4 der voorwaarden bepaald. Men schrijft ons uit den Haag van 27 dezer: „De Haffmans- en de JaDSsens zaak hadden gisteren de tribunes in de tweede kamer geheel gevuld. De eerste werd beëindigd, de tweede geëntameerd. Men was, en met reden, zeer benieuwd naar de houding van den minister van justitie, en na alles wat men hier uit het vertrouwbaar kanaal vat 's ministers vrienden over de zaak wist, was die nieuwsgierigheid wel te begrijpen. „Een minister beschuldigd van de herbenoeming van een kantonrechter niet te hejhbcn voorgedragen om poli tieke redenen, terwijl zijne vrienden publiek verklaar den dat hij hem eerst tot herbenoeming had voorgedra gen, maar de voordracht later teruggenomen had, ziedaar de eigenaardige données van het debat. Moei lij k was het voor den minister zijneofficieele verklaringen in overeenstem ming te brengen met demededeelingen die inden kring der vrienden en kennissen van den heer Jolles in het gemeenzaam gesprek gedaan waren, doch hoe moeielijk dit ook ware, mij dunkt hij had beter kunnen antwoor den dan door eene ontkenning der verplichting tot ver antwoordelijkheid. Op de interpellatie van Haffmans zeiven was geen quaestie van antwoorden ol inlichtingen geven. In 's ministers plaats had ik daarop zelf die flauwe betuiging, dat er „heusch geen politiek in 'tspel was", niet gegeven, maar alleen dit gezegd: de minister is voor geen enkele daad verantwoordelijk jegens den persoon die zich verongelijkt acht, zelfs al isdie persoon lid van de kamer; de minister is alleen verantwoordelijk aan het parlement; verklaart dus de kamer bij motie van orde dat ze meer licht verlangt over de gedane be noeming te Venlo, dan zal ik dat meer licht geven, dan zal ik aan de kamer de rapporten der autoriteiten over leggen, waarop die benoeming is geschied en die niet vatbaar zijn om in het publiek debat te worden voorge lezen. Eerst wanneer die rapporten 'door de kamer zijn gelezen, kan de zaak het onderwerp van een opzettelijke overweging nitmaken; dan zal men zien of er eokel politieke redenen overblijven om de niet-herbenoeming van den laatsten kantonrechter te Venlo te motiveeren. In éen woord, de minister had de zaak niet anders be- booren te behandelen dan alsof er een request van beklag was ingekomenwaarover men de regeering ook niet rauwelijks met de vraag om inlichtingen overvalt. „Maar de exceptie van niet-verantwoordingschuldig- heid voor het benoemen of ontslaan van ambtenaren had ik van den minister niet gewacht. Ze is even incon stitutioneel als indertijd de verdediging der Mijer-mys- tificatie door een beroep op den wensch van den koning. Dat de heer Heemskerk die verklaring met sympathie begroette verwondert mij dan ook niet; wel dat behalve de heer van Eek geen enkel liberaal afgevaardigde tegen dat inconstitutioneel beweren opkwam. „De Janssen-quaestie zal de kamer wel langer ophou den zoodat vermoedelijk eerst in de volgende week de wet op de coalitiën en het baraterie-wetje in het debat kunnen komen. Dan liggen ernog een paar interpellatiën in het zout en zoo zal men tot Paschen zien te rekken. En de inkomsten-belasting? Verheugu daarover niet. De weigering om het aangevuld wetsontwerp op nieuw in de afdeeling te onderzoeken staat reeds met verwerping gelijk. Wanneer men in aanmerking neemt wie het voorstel tot nader onderzoek bestreed en wie er vóór en tegen stemden, zal men de kansen op aanneming van het wetsontwerp kunnen berekonen. Alle conservatieven en ultramenfanen stemden tegen wet de geavanceerd- liberalen ziedaar de coalitie die ons de inkomsten-be lasting, en nog heel wat bovendien spoorwegen op Java, defensie-regeling, enz. enz. zal onthouden. De spokesman van die coalitie was de advocaat Kappeijne de man van de beruchte „oorlogsverklaring" die op 21 December zeide dat de minister van financiën zijn ver trouwen „te eenemale verbeurd had;" dit zegt genoeg om de bedoeling te waardeeren waarmede hij op de spoedige behandeling in't openbaar debat aandrong en zijn argument op waren prijs te stellen dat men bewijs moest geven van „welwillendheid voor de regeering." De toeleg bestaat nu het wetsontwerp aan te houden tot na het Paaseh-reces, in de eerste helft van April. Daar de invoering der inkomstenbelasting ën de afschaffing van het patentrecht door de regeering tegen 1 Mei wor den voorgesteld, is uit dezen datum alleen reeds dui delijk op te maken welk lot het wetsvoorstel naar de in de kamer heerschende opinie hebben zal. Zoodoende wordt de eerste bres door de geavanceerd-liberalen in het kabinet geschoten ten bate van goed-conservatieven en ultramontanen Bij den gemeenteraad van 'sGravenhage is gisteren onder anderen ingekomen een voorstel om aan de plaat selijke commissie, die de regeling der viering van het Aprilfeest op zich genomen heeft, een bijdrage van f 1500 te verleenenom aan 't bedoelde feest meer luis ter te kunnen bijzetten. Daar sedert geruimen tijd geklaagd werd over het on voldoende van het gebouw der hoogere burgerschool, stelden burgemeester en wethouders voorin overleg met de school-commissie en den inspecteur om de tegenwoordige school te bestemmen voor een burger school met 3jarigen cursus, en dan een nieuwe burger school voor 200 leerlingen met 5 jarigen cursus op te richten. Algemeen en op verschillende gronden werd dit voorstel bestreden. De slotsom is geweest het be sluit om alleen een nieuwe burgerschool te stichten met öjarigen cursus eu bestemd voor 250 a 300 leerlingen. De provinciale staten van Utrecht zijn tegen den 12« Maart a. buitengewoon by eengeroepen ter verkiezing van een lid voor de eerste kamer der staten-generaal in de plaats van wijlen den heer J. K. baron van Goltstein. De Staats-courant van heden bevat de volgende be kendmaking van den minister van financiën: „Blijkehs eene mededeeling der Duitsch© post-admi- ni8tratic is de voor Nederland bestemde brievenmaal in den nacht van den 20en op den 2Le" Februari jl. op het station te Oberhausen ontvreemd geworden. „De brievenmaal bevatte de depêche van het spoorweg postkantoor Keulen-Mindenwaarin, behalve de gewone correspondentie, niet minder dan 34 aangeteekende brieven aanwezig waren, alsmede eene voor Nederland bestemde depêche van do Italiaansche administratie, waarin 4 aangeteekende brieven, en drie depêches als voren uit Zwitserland, waarin twee aangeteekende brie ven gesloten waren. „Hoewel het gelukt is den dief op te sporen, is echter een groot gedeelte van den inhoud der brievenmaal als verloren te beschouwen. Aan hetgeen teruggevonden werd zal zoodra mogelyk adres worden verleend. „Daaronder behooren onder anderen 62 wissels en

Krantenbank Zeeland

Middelburgsche Courant | 1872 | | pagina 1